ECLI:NL:RBOVE:2026:3836

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
6 juli 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
ZWO 25/977
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens wijziging UWV-besluit

De verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin zijn bezwaar tegen een eerdere beslissing werd afgewezen. Het UWV had aanvankelijk een gedeeltelijke WIA-uitkering toegekend, maar heeft dit besluit later gewijzigd en de verzoeker een IVA-uitkering toegekend, waarmee het UWV aan het beroep tegemoet is gekomen.

Naar aanleiding van de intrekking van het beroep verzocht de verzoeker om een proceskostenvergoeding. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren, waarop het UWV aangaf geen bezwaar te maken tegen een proceskostenveroordeling conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De rechtbank oordeelt dat het UWV geheel aan de verzoeker is tegemoetgekomen en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe. De vergoeding is berekend op basis van het aantal proceshandelingen in bezwaar en beroep, inclusief reiskosten en het griffierecht. Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van een totaalbedrag van €2.552,12 aan proceskosten en €53 aan griffierecht.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan de verzoeker na wijziging van het besluit en intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/977

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker (hierna: [verzoeker] )

(gemachtigde: mr. I.E. Mussche),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, verweerder (hierna: het UWV)
(gemachtigde: [gemachtigde]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van [verzoeker] om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. [verzoeker] heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het UWV van 13 februari 2025. Hij heeft het beroep ingetrokken, omdat het UWV op 5 juni 2026 dit besluit heeft gewijzigd.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld dat het zich niet zal verzetten tegen een proceskostenveroordeling conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan [verzoeker] tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan [verzoeker] is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 13 maart 2025 heeft [verzoeker] beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van [verzoeker] tegen het besluit van 16 februari 2024 ongegrond werd verklaard. Met het besluit van 16 februari 2024 had het UWV aan [verzoeker] vanaf
27 december 2023 een loongerelateerde WIA [3] -uitkering in verband met werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 37,94% toegekend. Het UWV heeft [verzoeker] met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 5 juni 2026 vanaf 27 december 2023 in aanmerking gebracht voor een uitkering inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA-uitkering). Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van [verzoeker] .
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan [verzoeker] vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. [verzoeker] krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Bpb als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt [verzoeker] een vast bedrag per proceshandeling. [verzoeker] heeft in bezwaar gevraagd om vergoeding van de proceskosten. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend, een beroepschrift ingediend en aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 666,-. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. Verder komen de reiskosten van € 18,12 van [verzoeker] voor het bijwonen van de zitting voor vergoeding in aanmerking. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.552,12.
Krijgt [verzoeker] een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank stelt vast dat het UWV verplicht is het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. [4]

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt het UWV tot betaling van € 2.552,12 aan proceskosten aan [verzoeker] ;
- bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 53,- aan [verzoeker] moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Koster, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.A.H. Beenen-Oskam, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Bpb.
3.Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
4.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.