Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Tussenbeslissing in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
- de officier van justitie,
- de verdachte,
- de raadsman van verdachte.
De ingediende verzoeken
bevoegd is kennis te nemen van de zaakvan verdachte.
wijst de rechtbank het verzoektot het stellen van een prejudiciële vraag
af.
De rechtbank verklaart het verweerom deze redenen
ontijdig(artikel 283, vijfde lid, Sv) en zal daarover bij de einduitspraak beslissen.
- [getuige 1], wonende aan de [adres 1];
- [getuige 2];
- [getuige 3], geboren op [geboortedatum 2] 1984, wonende aan de [adres 2];
- [getuige 4], geboren op [geboortedatum 3] 1962, wonende aan de [adres 3];
- [getuige 5], geboren op [geboortedatum 4] 1980, wondende aan de [adres 4];
- [getuige 6], wonende te [plaats];
- [getuige 7], wondende aan de [adres 4];
- [getuige 8], geboren op [geboortedatum 5] 1971, wonende aan het [adres 5].
- schorst het onderzoektot de terechtzitting van
22 oktober 2026. Dit betreft
de inhoudelijke behandeling; - beveelt de
- stelthet dossier in handen van de rechter-commissaris teneinde de toegewezen getuigen te horen en voor het overige in handen van de officier van justitie.