ECLI:NL:RBOVE:2026:3945
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte van heling wegens ontbreken bewijs van verduistering houtvoorraad
De rechtbank Overijssel behandelde op 9 juli 2026 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van feitelijke leiding geven aan heling van 769 bundels hout door [bedrijf 1] B.V. in de periode 2016-heden. De verdenking was gebaseerd op aangiften van faillissementsfraude en een strafrechtelijk onderzoek door de FIOD.
De rechtbank stelde vast dat hoewel de digitale voorraadadministratie van [bedrijf 2] B.V. op 1 oktober 2019 de verwijdering van de bundels hout registreerde, er geen fysiek spoor van deze goederen werd gevonden. Ook kon niet worden vastgesteld wie feitelijk de beschikkingsmacht over het hout had en waar en wanneer het hout geleverd zou zijn.
Omdat de medeverdachte van verduistering werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs, kon niet worden vastgesteld dat het hout uit een misdrijf afkomstig was. Hierdoor kon ook niet bewezen worden dat verdachte opzettelijk leiding gaf aan heling. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van de tenlastelegging.
De uitspraak benadrukt het belang van concreet bewijs van de fysieke goederenstroom en het ontbreken daarvan leidt tot vrijspraak. De zaak illustreert de complexiteit van bewijsvoering bij economische delicten zoals heling en verduistering binnen faillissementen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van heling wegens ontbreken van bewijs dat het hout uit een misdrijf afkomstig was.