ECLI:NL:RBOVE:2026:3947
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte heling hout wegens ontbreken bewijs van misdrijf
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van heling van 769 bundels hout in de periode 2016 tot en met 2019. De verdenking was gebaseerd op het vermoeden dat het hout door verduistering was verkregen, waarbij verdachte het hout zou hebben ontvangen en via een webshop verkocht.
Het onderzoek startte na aangiften van faillissementsfraude en van ING Bank, waarbij de FIOD een strafrechtelijk onderzoek uitvoerde. De rechtbank nam kennis van de standpunten van de officier van justitie, die vond dat wettig en overtuigend bewijs bestond, en van de verdediging, die vrijspraak vorderde omdat geen verduistering was vastgesteld en verdachte geen wetenschap had van misdrijf.
De rechtbank oordeelde dat niet kon worden vastgesteld waar en wanneer de 769 bundels hout feitelijk waren geleverd en wie de beschikkingsmacht had. De medeverdachte werd vrijgesproken van verduistering, waardoor ook niet kon worden vastgesteld dat het hout uit een misdrijf afkomstig was. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van heling.
De uitspraak werd gedaan op 9 juli 2026 door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel in Zwolle.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van heling wegens ontbreken van bewijs dat het hout uit een misdrijf afkomstig was.