Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Einduitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de SVB
Samenvatting
Procesverloop
Overwegingen
buitenNederland) gaat het recht op kinderbijslag in beginsel in vanaf de geboorte, maar in geen geval eerder dan een jaar voorafgaand aan de eerste dag van het kalenderkwartaal waarin de aanvraag is gedaan en (b) voor volgende kinderen die behoren tot de tweede groep (geboorteaangifte
inNederland) gaat het recht op kinderbijslag automatisch in vanaf de geboorte (behoudens fouten in de gegevensuitwisseling tussen de SVB en de BRP), onafhankelijk van de vraag of de ouders een aanvraag hebben gedaan. Een gevolg hiervan is dat ouders van kinderen in de eerste groep, die om welke reden dan ook nalaten om kinderbijslag aan te vragen, pas recht krijgen op kinderbijslag met ingang van een jaar voorafgaand aan de eerste dag van het kalenderkwartaal waarin zij alsnog een aanvraag indienen. De ouders van kinderen in de tweede groep, die om welke reden dan ook nalaten om kinderbijslag aan te vragen, krijgen daarentegen altijd vanaf de geboorte een recht op kinderbijslag, omdat de SVB daarin dan automatisch voorziet (tenzij sprake is van een fout in de gegevensuitwisseling tussen de SVB en de BRP).
Standpunt SVB
volgendekinderen automatisch kinderbijslag toe als er geboorteaangifte is gedaan in Nederland. Ouders hoeven dan geen kinderbijslag aan te vragen, ondanks dat in artikel 14 AKW Pro is voorgeschreven dat kinderbijslag alleen op aanvraag wordt toegekend. De SVB kan deze kinderbijslag zonder aanvraag toekennen, dankzij een automatische gegevensuitwisseling tussen de BRP en de SVB. Bij de SVB zijn immers de gegevens van de rechthebbenden op kinderbijslag bekend vanaf de toekenning van kinderbijslag voor een eerste kind.
Dit beleid geldt niet ten aanzien van volgende kinderen als er geboorteaangifte is gedaan
buitenNederland, omdat er geen automatische gegevensuitwisseling bestaat tussen de SVB en de geboorteregisters in het buitenland. Daardoor is een onderscheid ontstaan tussen rechthebbenden op kinderbijslag als
inNederland geboorteaangifte is gedaan en rechthebbenden op kinderbijslag als
buitenNederland geboorteaangifte is gedaan.
De SVB maakt hiermee een onderscheid tussen in beginsel gelijke gevallen, namelijk tussen ingezetenen die in beginsel op grond van de artikelen 6 en 14 AKW op gelijke wijze in aanmerking zouden moeten komen voor kinderbijslag. Het onderscheid bestaat erin, dat de SVB enerzijds, voor volgende kinderen van wie in Nederland geboorteaangifte is gedaan, automatisch kinderbijslag toekent zonder dat de rechthebbenden daarvoor een aanvraag hoeven te doen en dat de SVB anderzijds, voor volgende kinderen van wie buiten Nederland geboorteaangifte is gedaan, slechts kinderbijslag toekent als de rechthebbenden daarvoor een aanvraag hebben ingediend overeenkomstig artikel 14 AKW Pro.
éénjaar voorafgaand aan de eerste dag van het kalenderkwartaal waarin de aanvraag om kinderbijslag werd ingediend. Terwijl bij de eerste categorie rechthebbenden (geboorteaangifte in Nederland) van “vergeten” geen sprake kan zijn, omdat de kinderbijslag immers automatisch wordt toegekend, en de SVB kinderbijslag bovendien toekent met een terugwerkende kracht van maximaal
vijfjaar, als er sprake is van fouten in de gegevensuitwisseling tussen de BRP en de SVB. Die termijn van vijf jaar terugwerkende kracht begint dan te lopen vanaf het moment waarop de SVB ofwel de fout in de gegevensuitwisseling constateert, ofwel van betrokkene hoort dat hij/zij geen kinderbijslag voor het volgende kind heeft ontvangen.
inNederland of
buitenNederland. De SVB maakt daarmee een onderscheid op basis van een identificeerbaar kenmerk.
De rechtbank komt in dit specifieke geval tot het oordeel dat een redelijke afweging van belangen, als bedoeld in artikel 3:4 Awb Pro, hier tot een vergelijkbare uitkomst zou moeten leiden. Weliswaar schrijven de wettelijke voorschriften anders voor, maar het buitenwettelijke begunstigende beleid SB1401 van de SVB, het verbod van discriminatie in artikel 1 van Pro het 12e Protocol bij het EVRM en het gelijkheidsbeginsel nopen hiertoe. En deze uitkomst acht de rechtbank voor eiser ook niet onevenredig nadelig, omdat de rechtbank het wel met de SVB eens is dat van burgers verwacht mag worden dat hij/zij controleert of de kinderbijslag inderdaad wordt uitbetaald. Eiser krijgt in dit geval meer dan bij een strikte toepassing van de wet het geval zou zijn geweest.
Beslissing
uitspraak mede te ondertekenen