Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[betrokkene],
2.mr. J.E. BRUNING,
[minderjarige],
1.[belanghebbende],
2.mr. J.E. BRUNING,
[minderjarige],
1.De procedure
- het verslag van de bijzondere curator, binnengekomen op 24 maart 2026;
- een F9-formulier van 27 maart 2026 van de zijde van de moeder;
- een F9-formulier van 19 mei 2026 met productie van de zijde van de moeder.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [belanghebbende];
- de bijzondere curator, en
- [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad).
2.De feiten
3.De verzoeken
4.Het advies van de bijzondere curator
5.Het standpunt van [belanghebbende]
6.Het advies van de raad
7.De beoordeling
8.De beslissing
[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2025 te [geboorteplaats 1],
[naam 2],onder de voorwaarde dat de beslissing tot ontkenning van het vaderschap onherroepelijk is geworden.
door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.