ECLI:NL:RBOVE:2026:3988

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
C/08/343831 / FA RK 26-135
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 RvArt. 4 RvArt. 5 RvArt. 10:19 BWArt. 10:31 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontkenning en gerechtelijke vaststelling vaderschap volgens Oekraïens recht

De moeder heeft bij de rechtbank Overijssel verzocht om het vaderschap van [betrokkene] te ontkennen en het vaderschap van [belanghebbende] gerechtelijk vast te stellen ten aanzien van haar minderjarige kind [minderjarige]. De moeder en het kind hebben de Oekraïense nationaliteit, evenals [betrokkene] en [belanghebbende]. Het huwelijk tussen de moeder en [betrokkene] is in Oekraïne ontbonden.

De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is om te beslissen en dat het Oekraïense recht van toepassing is op de afstammingsvraag. Uit het DNA-onderzoek blijkt dat [betrokkene] niet de biologische vader is en dat [belanghebbende] dit wel is. De rechtbank acht het in het belang van het kind om de juridische situatie in overeenstemming te brengen met de biologische situatie.

Daarnaast wijst de rechtbank het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van het kind toe, conform de Oekraïense naamgevingsregels. De bijzondere curator wordt ontslagen van haar taak. De beschikking wordt openbaar uitgesproken en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Verzoek tot ontkenning vaderschap van [betrokkene] en vaststelling vaderschap van [belanghebbende] toegewezen conform Oekraïens recht.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Zwolle
team familie- en jeugdrecht
zaaknummers: C/08/343831 / FA RK 26-135 (ontkenning vaderschap)
C/08/349462 / FA RK 26-1634 (gerechtelijke vaststelling vaderschap)
beschikking van 17 juli 2026
in de procedure met het zaaknummer C/08/343831 / FA RK 26-135
[de moeder],
verder te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats 1],
advocaat: mr. K. Eliyo,
verzoekster,
en

1.[betrokkene],

verder te noemen: [betrokkene],
zonder een bekende woon- of verblijfplaats,

2.mr. J.E. BRUNING,

kantoorhoudende in Zwolle,
als bijzondere curator over het kind
[minderjarige],
belanghebbenden.
in de procedure met het zaaknummer C/08/349462 / FA RK 26-1634
[de moeder],
verder te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats 1],
advocaat: mr. K. Eliyo,
verzoekster,
en

1.[belanghebbende],

verder te noemen: [belanghebbende],
wondende te [woonplaats 2],

2.mr. J.E. BRUNING,

kantoorhoudende in Zwolle,
als bijzondere curator over het kind
[minderjarige],
belanghebbenden.

1.De procedure

1.1.
De moeder heeft op 19 januari 2026 een verzoekschrift (met bijlagen) ingediend.
1.2.
In de beschikking van 10 februari 2026 heeft de rechtbank mr. Bruning benoemd als bijzondere curator over [minderjarige]. De bijzondere curator vertegenwoordigt [minderjarige] in deze procedure en komt op voor haar belang.
1.3.
Daarna heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:
  • het verslag van de bijzondere curator, binnengekomen op 24 maart 2026;
  • een F9-formulier van 27 maart 2026 van de zijde van de moeder;
  • een F9-formulier van 19 mei 2026 met productie van de zijde van de moeder.
1.4.
De verzoeken zijn tegelijk besproken tijdens de zitting van 3 juli 2026.
Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [belanghebbende];
  • de bijzondere curator, en
  • [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad).
1.5.
[betrokkene] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2.De feiten

2.1.
Uit de moeder is op [geboortedatum 1] 2025 te [geboorteplaats 1] geboren het minderjarige kind
[minderjarige], hierna te noemen: [minderjarige]. [betrokkene] staat als juridische vader van [minderjarige] op de geboorteakte geregistreerd. [belanghebbende] heeft aangifte gedaan van de geboorte van [minderjarige].
2.2.
De moeder en [betrokkene] zijn op 19 september 2019 met elkaar in Oekraïne gehuwd. Bij beslissing van de rechtbank van het district Darnytskyi van de stad Kyiv van 28 februari 2025 is het verzoek van de moeder tot ontbinding van het huwelijk met [betrokkene] toegewezen. De volledige beslissing is op 7 maart 2025 opgesteld. Deze beslissing is op 1 april 2025 in kracht van gewijsde gegaan en op 19 september 2025 bekrachtigd.
2.3.
De beslissing van 28 februari 2025 is opgenomen in het Staatsregister van de burgerlijke stand, zo blijkt uit het uittreksel van 11 december 2025.
2.4.
De moeder heeft een affectieve relatie met [belanghebbende]. Zij wonen niet samen. [minderjarige] woont bij de moeder.
2.5.
De moeder, [minderjarige] en [belanghebbende] hebben volgens het BRP de Oekraïense nationaliteit. Uit de overgelegde huwelijksakte blijkt dat [betrokkene] ten tijde van de huwelijkssluiting de Oekraïense nationaliteit had.

3.De verzoeken

3.1.
De moeder heeft ter onderbouwing van haar verzoek tot ontkenning van het vaderschap gesteld dat de juridische afstammingssituatie in overeenstemming moet worden gebracht met de feitelijke en biologische werkelijkheid. Volgens de moeder is [betrokkene] niet de biologische vader van [minderjarige] omdat zij sinds maart 2022 geen intiem contact meer met elkaar hebben gehad en de moeder sinds juli 2022 zonder hem in Nederland verblijft.
3.2.
Ter onderbouwing van haar verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van [belanghebbende] stelt de moeder dat [belanghebbende] de verwekker van [minderjarige] is en dat tussen [belanghebbende] en [minderjarige] een nauwe persoonlijke betrekking bestaat. Naar de mening van de moeder is toewijzing van dit verzoek in het belang van [minderjarige] omdat zij daarmee in familierechtelijke betrekking tot haar biologische vader komt te staan, weet van wie zij afstamt en juridisch behoort tot het gezin waarin zij feitelijk opgroeit.
3.3.
De moeder heeft ter onderbouwing van haar verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam gesteld dat in Oekraïne de uitgang van een achternaam op basis van het geslacht eindigt en bij een vrouw is dat doorgaans met een ‘a’ aan het einde.
3.4.
De moeder kan zich niet vinden in het advies van de bijzondere curator. Zij vindt een DNA-onderzoek niet nodig. Inmiddels is een DNA-onderzoek wel uitgevoerd.

4.Het advies van de bijzondere curator

4.1.
De bijzondere curator is van mening dat de moeder ontvankelijk is in haar verzoek tot ontkenning van het vaderschap en dat toewijzing van het verzoek in het belang is van [minderjarige]. [betrokkene] is niet de biologische vader van [minderjarige] en [minderjarige] kent [betrokkene] niet. Ook valt niet te verwachten dat [betrokkene] in het leven van [minderjarige] zal komen.
4.2.
Ten aanzien van het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap is de bijzondere curator van mening dat voor toewijzing van het verzoek belangrijk is dat uit een genetisch onderzoek blijkt dat [belanghebbende] naar alle waarschijnlijkheid de biologische vader van [minderjarige] is. In dat geval is toewijzing van het verzoek in het belang van (de sociaal-emotionele ontwikkeling van) [minderjarige] omdat [minderjarige] [belanghebbende] als haar vader kent en [belanghebbende] heeft aangegeven de vaderrol te willen vervullen. Hiermee wordt ook een afstammingsvacuüm voorkomen. Uit het DNA-onderzoek blijkt dat [belanghebbende] de biologische vader is van [minderjarige]. De bijzondere curator adviseert daarom om beide verzoeken toe te wijzen.

5.Het standpunt van [belanghebbende]

staat achter de verzoeken van de moeder. Uit DNA-onderzoek is gebleken dat hij de biologische vader van [minderjarige] is en hij wil ook graag de juridische vader van [minderjarige] worden.

6.Het advies van de raad

De raad adviseert de verzoeken toe te wijzen omdat uit het DNA-onderzoek blijkt dat [belanghebbende] de biologische vader van [minderjarige] is en het voor [minderjarige] belangrijk is dat de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de biologische situatie.

7.De beoordeling

Ontkenning vaderschap
Bevoegdheid rechtbank en toepasselijk recht
7.1.
De moeder en [minderjarige] hebben de Oekraïense nationaliteit. De moeder heeft onweersproken gesteld dat [betrokkene] ook de Oekraïense nationaliteit heeft. Daarom moet de rechtbank eerst beoordelen of de Nederlandse rechter wel bevoegd is om te beslissen op het verzoek. Ook moet de rechtbank beoordelen van welk land de rechtsregels worden toegepast.
7.2.
In artikel 3 aanhef Pro en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) staat dat, met uitzondering van zaken als bedoeld in de artikelen 4 en 5, in zaken die bij verzoekschrift moeten worden ingediend de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, indien hetzij de verzoeker of, indien er meer verzoekers zijn, een van hen, hetzij één van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft. De moeder heeft haar woonplaats in Nederland, dus heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht.
7.3.
Voordat de rechtbank de vraag kan beantwoorden welk recht van toepassing is op het verzoek tot ontkenning van het vaderschap moet zij beoordelen of [betrokkene] de juridische vader is van [minderjarige]. Daarvoor is van belang of [minderjarige] uit een huwelijk is geboren. De rechtbank moet daarom allereerst toetsen of sprake is of was van een huwelijk tussen de moeder en [betrokkene] dat hier in Nederland wordt erkend.
7.4.
In artikel 10:31, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat een buiten Nederland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, als zodanig wordt erkend. In het tweede lid van dit artikel staat dat een buiten Nederland ten overstaan van een diplomatieke of consulaire ambtenaar voltrokken huwelijk dat voldoet aan de vereisten van het recht van de staat die die ambtenaar vertegenwoordigt, als rechtsgeldig wordt erkend tenzij die voltrekking in de staat waar zij plaatsvond niet was toegestaan. In het derde lid van dit artikel staat dat voor de toepassing van de leden 1 en 2 onder recht mede worden begrepen de regels van internationaal privaatrecht. In het vierde lid van dit artikel staat dat een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit. De rechtbank heeft geen twijfels over de rechtsgeldigheid van het huwelijk tussen de moeder en [betrokkene]. Inmiddels is in de Oekraïne de ontbinding van het huwelijk uitgesproken. Of de in Oekraïne uitgesproken echtscheiding in Nederland wordt erkend, is gezien de geboortedatum van [minderjarige] en de datum van ontbinding van het huwelijk niet relevant voor de procedure zoals hierna zal blijken. Daarom beantwoordt de rechtbank deze vraag niet.
7.5.
Artikel 10:92 lid Pro 1, BW bepaalt dat de vraag of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekkingen komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren en de met haar gehuwde persoon of gehuwd geweest zijnde persoon, wordt bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vrouw en die persoon of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de vrouw en die persoon elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien dit ook ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. In het derde lid van dit artikel staat dat voor de toepassing van het eerste lid bepalend is het tijdstip van de geboorte van het kind dan wel, indien het huwelijk of geregistreerd partnerschap van de ouders daarvoor is ontbonden, dat van de ontbinding.
7.6.
De moeder had zowel op het moment van de geboorte van [minderjarige] als op het moment van de ontbinding van het huwelijk met [betrokkene] de Oekraïense nationaliteit. De rechtbank gaat ervan uit dat [betrokkene] eveneens nog op deze momenten de Oekraïense nationaliteit had. Dit betekent dat het Oekraïense recht van toepassing is op de vraag wie haar juridische vader is.
7.7.
Op grond van het Oekraïense recht is de vader van een kind degene die met de moeder van het kind getrouwd is of is geweest als het kind binnen tien maanden na beëindiging van het huwelijk is geboren (art. 122 lid Pro 2, Fw). Gelet op de geboortedatum van [minderjarige] is [betrokkene] dus de juridische vader van [minderjarige].
7.8.
In artikel 10:93, eerste lid, BW staat dat, of familierechtelijke betrekkingen als bedoeld in artikel 10:92 BW Pro in een gerechtelijke procedure tot gegrondverklaring van een ontkenning kunnen worden tenietgedaan, wordt bepaald door het recht dat volgens artikel 10:92 BW Pro op het bestaan van die betrekking toepasselijk is. Hierbij is dus ook het Oekraïense recht van toepassing.
7.9.
Naar het Oekraïense recht kan de degene die als vader van het kind is opgenomen in de akte van geboorte van het kind het vaderschap ontkennen middels een verzoekschrift aan de rechtbank na de geboorte van het kind en vóór het bereiken van de meerderjarigheid van het kind. Daarnaast kan de moeder van het kind het vaderschap van haar man ontkennen door een gerechtelijke procedure te starten als een andere persoon het vaderschap over het kind erkent (artikel 138, lid 1 en 2, Fw).
Ontvankelijkheid
7.10.
Ten aanzien van het verzoek van de moeder overweegt de rechtbank dat op grond van artikel 138 Fw Pro de moeder, binnen één jaar na de geboorte van het kind, een verzoek kan indienen om de naam van de juridische vader uit het geboorteregistratiesysteem te laten verwijderen (ontkenning van het vaderschap). Op basis van lid 2 van dat artikel kan dat alleen worden gedaan als een andere persoon het vaderschap over het kind erkent. Als het vaderschap niet is of niet kan worden ontkend door de vader van het kind, kan het vaderschap worden vastgesteld in een gerechtelijke procedure (artikel 128 lid 1 van Pro het Fw).
7.11.
Nu [minderjarige] is geboren op [geboortedatum 1] 2025 en de moeder haar verzoek heeft ingediend op 19 januari 2026 is moeder ontvankelijk in haar verzoek.
Inhoudelijk
7.12.
De moeder heeft ter onderbouwing van haar verzoek gesteld dat de juridische afstammingssituatie in overeenstemming moet worden gebracht met de feitelijke en biologische werkelijkheid. Volgens de moeder is [betrokkene] niet de biologische vader van [minderjarige] omdat zij sinds maart 2022 geen intiem contact meer met elkaar hebben gehad en de moeder sinds juli 2022 zonder hem in Nederland verblijft.
7.13.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de moeder, mede met het overleggen van het DNA-onderzoek, voldoende onderbouwd dat [betrokkene] niet de biologische vader kan zijn van [minderjarige].
7.14.
De rechtbank zal, in navolging van het advies van de bijzondere curator, het verzoek van de moeder toewijzen. Artikel 138, tweede lid, Fw stelt als vereiste dat het verzoek alleen kan worden toegewezen als het vaderschap door een ander wordt opgeëist. De rechtbank acht het in dat kader voldoende dat de moeder het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van [belanghebbende] heeft gedaan en [belanghebbende] daarmee instemt. De rechtbank acht toewijzing van het verzoek in het belang van [minderjarige].
Gerechtelijke vaststelling vaderschap
Bevoegdheid rechtbank
7.15.
De moeder, [minderjarige] en [belanghebbende] hebben de Oekraïense nationaliteit. Daarom moet de rechtbank eerst beoordelen of de Nederlandse rechter wel bevoegd is om te beslissen op het verzoek. Ook moet de rechtbank beoordelen van welk land de rechtsregels worden toegepast.
7.16.
Met verwijzing naar rechtsoverweging 7.2. is de rechtbank van oordeel dat de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van het verzoek.
Toepasselijk recht en ontvankelijkheid
7.17.
Of en onder welke voorwaarden ouderschap van een persoon gerechtelijk kan worden vastgesteld, wordt bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van die persoon en de moeder of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar die persoon en de moeder elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind (art. 10:97 BW Pro). Omdat zowel de moeder als de [belanghebbende] de Oekraïense nationaliteit hebben, moet deze vraag beantwoord worden aan de hand van het Oekraïense recht.
7.18.
Het Oekraïense recht geeft aan dat als het vaderschap niet is of niet kan worden erkend door de vader van het kind, het vaderschap kan worden vastgesteld bij gerechtelijke procedure (art. 128 lid Pro 1, Fw). Het verzoek kan worden ingediend door onder meer de moeder (art. 128 lid Pro 3, Fw). Erkenning naar Nederlands recht zou niet dezelfde gevolgen hebben als gerechtelijke vaststelling van het ouderschap. De moeder is dus naar Oekraïens recht ontvankelijk.
Inhoudelijk
7.19.
Uit lid 2 van voornoemd artikel volgt dat de grond voor toewijzing bewijs is waaruit blijkt dat de minderjarige van [belanghebbende] afstamt. Het moet gaan om behoorlijk, ontvankelijk, toereikend en betrouwbaar bewijs. De moeder heeft een DNA-rapport van het DNA Diagnostic Center overgelegd, waaruit blijkt dat de [belanghebbende] met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid (> 99,99996%) de biologische vader is van [minderjarige]. De datum van het rapport is 12 mei 2026. De rechtbank acht dit rapport betrouwbaar en ontvankelijk. Ook acht de rechtbank een uitslag van een DNA-test als behoorlijk en toereikend bewijs om vast te kunnen stellen dat [minderjarige] van [belanghebbende] afstamt.
7.20.
De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat het verzoek tot de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de heer [belanghebbende] wordt toegewezen zodat de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de biologische situatie. Deze toewijzing geldt onder de voorwaarde dat de beslissing tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap in de kracht van gewijsde is gegaan.
Geslachtsnaam
Bevoegdheid rechtbank en toepasselijk recht
7.21.
Met verwijzing naar rechtsoverweging 7.2. is de rechtbank van oordeel dat de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van het verzoek.
7.22.
Art. 10:19 lid 1 BW Pro bepaalt dat de geslachtsnaam en de voornamen van een vreemdeling worden bepaald door het recht van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft. Nu [minderjarige] de Oekraïense nationaliteit heeft, is op dit verzoek het Oekraïense recht van toepassing.
Inhoudelijk
7.23.
Art. 145 Fw Pro bepaalt dat een kind de geslachtsnaam van zijn ouders krijgt. Als de ouders verschillende achternamen dragen, moeten de ouders de geslachtsnaam van een van hen of de combinatie daarvan als de geslachtsnaam van hun kind kiezen.
7.24.
De moeder heeft verzocht de geslachtsnaam van [minderjarige] te wijzigen in die van [belanghebbende] met daaraan, zoals in Oekraïne gebruikelijk, een ‘a’ toegevoegd. [belanghebbende] heeft bij de bijzondere curator verklaard dat het voor hem belangrijk is dat [minderjarige] zijn geslachtsnaam krijgt. De rechtbank ziet geen reden om dit verzoek van de moeder af te wijzen, nu dit in overeenstemming is met het Oekraïens recht en de rechtbank deze wijziging redelijk acht. Ook acht de rechtbank deze wijziging in het belang van [minderjarige].
Ontslag bijzondere curator
7.25.
De rechtbank zal de bijzonder curator ontslaan van haar taak, omdat zij de taak als bijzonder curator van [minderjarige] heeft voltooid.

8.De beslissing

De rechtbank:
in de procedure met het zaaknummer C/08/343831 / FA RK 26-135
8.1.
verklaart gegrond het verzoek van de moeder tot ontkenning van het vaderschap van:
[betrokkene], geboren op [geboortedatum 2] 1989 te [geboorteplaats 2], Oekraïne,
ten aanzien van het kind:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2025 te [geboorteplaats 1],
in de procedure met het zaaknummer C/08/349462 / FA RK 26-1634
8.2.
stelt - onder de voorwaarde dat de beslissing tot ontkenning van het vaderschap onherroepelijk is geworden - vast het ouderschap van:
[belanghebbende], geboren op [geboortedatum 3] 1993 te [geboorteplaats 3], Oekraïne,
over:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2025 te [geboorteplaats 1],
8.3.
verstaat dat de geslachtsnaam van [minderjarige] zal zijn:
[naam 2],onder de voorwaarde dat de beslissing tot ontkenning van het vaderschap onherroepelijk is geworden.
in beide procedures
8.4.
draagt de griffier op, nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen;
8.5.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen een latere vermelding op te maken van voormelde gegrondverklaring van de ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap en de vaststelling van het vaderschap en deze toe te voegen aan de geboorteakte van [minderjarige];
8.6.
beschouwt de taak van de bijzondere curator als beëindigd, tenzij hoger beroep wordt ingesteld.
Deze beschikking is gegeven door mr. K. van Leeuwen, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
De rechtbank stuurt een afschrift van deze beschikking naar de raad voor de kinderbescherming. De raad neemt de gegevens uit deze beschikking op in zijn registratie.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
a.
door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b.
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.