ECLI:NL:RBOVE:2026:3992

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
29 juni 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
12184884 \ CV EXPL 26-1040
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:225 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning wegens huurachterstand en wanprestatie toegewezen in kort geding

In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van een bungalow op een vakantiepark, omdat de huurovereenkomst was geëindigd en gedaagde geen huur meer betaalde vanaf september 2025. Daarnaast stelde eiser dat gedaagde agressief gedrag vertoonde richting hem en omwonenden en de woning gebruikte voor het stallen en repareren van auto's zonder toestemming.

Gedaagde was niet verschenen, waardoor verstek werd verleend. De kantonrechter oordeelde dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond was en wees deze toe. De ontruiming moet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis plaatsvinden, onder dreiging van een dwangsom van maximaal € 10.000.

Verder werd gedaagde veroordeeld tot betaling van een voorschot op schadevergoeding van € 7.600 en de proceskosten van € 1.937,35. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot ontruiming van de bungalow, betaling van schadevergoeding en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 12184884 \ CV EXPL 26-1040
Vonnis in kort geding van 29 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eisende partij, hierna te noemen [eiser],
gemachtigde: mr. I.E. Hofhuis,
tegen
[gedaagde],
formeel geen bekend in de Basisadministratie ingeschreven adres in Nederland of daarbuiten, feitelijk (vermoedelijk) verblijvende op een vakantiepark in [plaats],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
niet verschenen noch vertegenwoordigd.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
1.1
de namens [eiser] betekende dagvaarding (uitgebracht in het openbaar en aan het gehuurde), waarbij [eiser] een vordering heeft ingesteld tot het treffen van een voorlopige voorziening en [gedaagde] heeft opgeroepen ter zitting in kort geding te verschijnen.
1.2
[eiser] heeft ter voorbereiding van de mondelinge behandeling nog aanvullende producties in het geding gebracht.
1.3
De vordering is behandeld ter zitting van 25 juni 2026.
[eiser] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.
Tegen de niet verschenen [gedaagde] is verstek verleend.
1.4
[eiser] heeft zijn standpunt laten toelichten door zijn gemachtigde, die daarbij gebruik heeft gemaakt van pleitaantekeningen.
1.5
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1
[eiser] en [gedaagde] hebben een huurovereenkomst gesloten voor de duur van één jaar, van 1 september 2024 tot 1 september 2025, voor de bungalow met nr. [nummer] van [eiser] op het vakantiepark [locatie] te [plaats]. De overeengekomen huur is € 950,00 per maand.

3.Het geschil en de beoordeling

3.1
Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen.
3.2
[eiser] vordert - samengevat - dat [gedaagde] de woning ontruimt op straffe van een dwangsom en dat hij veroordeeld wordt tot betaling van schadevergoeding als bedoeld in art. 7:225 BW Pro, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. Volgens [eiser] is de huurovereenkomst al geëindigd en betaalt [gedaagde] vanaf september 2025 niets meer. Er zijn ook andere tekortkomingen in de nakoming van de huurovereenkomst: naast de huurachterstand is [gedaagde] agressief richting [eiser] en omwonenden en gebruikt hij de bungalow en de bijbehorende grond zonder toestemming voor het stallen en repareren van diverse auto’s.
3.3.
De vordering komt de kantonrechter vooralsnog niet onrechtmatig of ongegrond voor en behoort daarom te worden toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde dwangsom wordt gemaximeerd op € 10.000,00, en de geldvordering bij wijze van voorschot wordt toegewezen tot een bedrag van € 7.600,-.
3.4.
[gedaagde] zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. Die kosten bedragen in totaal € 1.937,35.
[gedaagde] is bij exploot aan het gehuurde en in het openbaar gedagvaard (tweemaal € 170,11) en [gedaagde] is opnieuw opgeroepen omdat de zaak in Almelo behandeld moest worden (kosten tweemaal oproeping € 323,13). Voor dagvaardings- en oproepingsexploten zal daarom worden toegekend € 663,35.

4.De beslissing in kort geding

I Veroordeelt [gedaagde] om de bungalow (met nummer [nummer] op het vakantiepark [locatie] te [plaats]) binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met al het zijne en de zijnen, alle personen en zaken en onder overgave van de sleutels ter vrije beschikking van [eiser] te stellen, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag, tot een maximum van € 10.000,00.
II Veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 7.600,- ten titel van schadevergoeding als bedoeld in artikel 7:225 BW Pro.
III Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 1.937,35, zijnde € 663,35 explootkosten, € 265,00 griffierecht, € 865,00 wegens het salaris van de gemachtigde en begrote nakosten van € 144,00 (½ punt liquidatietarief met max € 144,-).
IV Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
V Wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2026.