Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
tussentijdse beëindiging schuldsanering
[verzoeker],
Het procesverloop
De beoordeling
De beslissing
8 juni 2026, in tegenwoordigheid van de griffier. [1]
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel heeft op 8 juni 2026 uitspraak gedaan over de tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling van een schuldenaar die in februari 2026 onder de regeling viel.
Tijdens de regeling kwam aan het licht dat de schuldenaar in de periode juni tot augustus 2025 een erfenis van €12.760,- ontving, die volledig werd uitgegeven aan persoonlijke uitgaven en giften aan zijn kinderen, zonder iets te reserveren voor schuldeisers. Dit werd niet gemeld aan de rechtbank of schuldeisers, wat een ernstige schending van de inlichtingenplicht vormt.
De rechter-commissaris heeft de regeling daarom voorgedragen voor tussentijdse beëindiging. De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar zijn schuldeisers ernstig heeft benadeeld door het bedrag niet aan te bieden of te reserveren. Ondanks de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, waaronder ernstige gezondheidsproblemen, weegt dit niet op tegen de belangen van de schuldeisers.
De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 sub Pro c, e en f van de Faillissementswet. Tevens wordt de vergoeding en het salaris van de bewindvoerder vastgesteld en wordt bepaald dat een eventueel restant-actief informeel onder de schuldeisers wordt verdeeld.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens ernstige schending van de inlichtingenplicht en benadeling van schuldeisers.