ECLI:NL:RBOVE:2026:4002

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
C/08/347983 / KG ZA 26-121
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 475g RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting tot verstrekken van inlichtingen over vermogenspositie en verhaalsmogelijkheden

BlueXPRT heeft SMP bij vonnis veroordeeld tot betaling van een geldbedrag, maar SMP heeft niet voldaan en weigert informatie te verstrekken over haar financiële situatie. BlueXPRT vordert daarom in kort geding dat SMP wordt verplicht om deze inlichtingen te geven.

De rechtbank oordeelt dat BlueXPRT een spoedeisend belang heeft omdat de vordering onverhaalbaar is zonder inzicht in de vermogenspositie van SMP. SMP heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij aan haar informatieplicht heeft voldaan. Op grond van artikel 475g lid 1 Rv is SMP verplicht om haar inkomens- en vermogenspositie en voor verhaal vatbare goederen op te geven.

De voorzieningenrechter veroordeelt SMP om binnen vijf dagen schriftelijk en gespecificeerd inlichtingen te verstrekken, waaronder een overzicht van aanspraken jegens banken, kasstromen, debiteuren, intellectuele eigendomsrechten en overige activa. Tevens wordt een dwangsom van € 2.000 per dag opgelegd tot een maximum van € 40.000. SMP wordt veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: SMP wordt veroordeeld tot het verstrekken van gedetailleerde inlichtingen over haar vermogenspositie en het betalen van een dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/347983 / KG ZA 26-121
Vonnis in kort geding van 10 juli 2026
in de zaak van
BLUEXPRT B.V.,
gevestigd te Hengelo,
eisende partij,
hierna te noemen: BlueXPRT
advocaat: mr. B. Nijhof,
tegen
SMART MATERIAL PRINTING B.V.,
gevestigd te Enschede,
gedaagde partij,
hierna te noemen: SMP,
verschenen in persoon.

1.De samenvatting

1.1.
SMP is bij vonnis van deze rechtbank veroordeeld om een geldbedrag aan BlueXPRT te betalen. BlueXPRT heeft dit bedrag niet betaald, biedt geen verhaal en weigert inlichtingen te verschaffen aan BlueXPRT over haar inkomens- en vermogenspositie en haar voor verhaal vatbare goederen.
1.2.
Bij dit vonnis in kort geding wordt SMP veroordeeld die inlichtingen aan BlueXPRT te geven op verbeurte van een dwangsom.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 13,
- de mondelinge behandeling van 26 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij beide partijen zijn verschenen,
- de pleitnota van de advocaat van BlueXPRT.

3.De feiten

3.1.
BlueXPRT drijft een onderneming die actief is op het gebied van het
begeleiden van bedrijven bij het in de markt brengen van innovaties door middel van
projectontwikkeling, het schrijven van financieringsaanvragen, projectmanagement, en grondige sociaaleconomische en techno-economische beoordelingen.
3.2.
SMP drijft een onderneming die actief is in de productie en distributie van functionele composietmaterialen. De statutair bestuurder van SMP is een Duitse vennootschap Wind plus Sonne GmbH (hierna te noemen: WPS), gevestigd te Gronau, die op haar beurt wordt bestuurd door de heer [naam 1] (hierna te noemen: [naam 1]). [naam 2] is gevolmachtigde van SMP.
3.3.
BlueXPRT heeft meerdere samenwerkingsovereenkomsten gesloten met SMP.
3.4.
In een procedure tussen BlueXPRT als eiser en SMP als gedaagde heeft de rechtbank Overijssel, locatie Almelo (hierna te noemen: het vonnis) SMP bij vonnis van 9 juli 2025 veroordeeld tot betaling van € 121.000,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00. Ook is SMP veroordeeld in de proceskosten van € 10.768,12, te vermeerderen met de wettelijke rente en de nakosten.
3.5.
Op 4 augustus 2024 is het vonnis door de gerechtsdeurwaarder aan SMP betekend.
3.6.
De gerechtsdeurwaarder heeft onderzoek gedaan naar de verhaalsmogelijkheden van SMP. Bij e-mail van 14 augustus 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder de advocaat van BlueXPRT bericht dat SMP geen rechtsverhoudingen heeft bij de Deutsche Bank, Rabobank, ABN Amro Bank, ASN Bank en ING Bank.
3.7.
Bij e-mail van 9 februari 2026 heeft Duitse advocaat dr. Carsten Müller de gerechtsdeurwaarder bericht dat SMP een negatief banksaldo heeft op de door haar in Duitsland aangehouden bankrekeningen.
3.8.
Bij exploot van 23 februari 2026 heeft de gerechtsdeurwaarder SMP gesommeerd om binnen zeven dagen informatie aan te leveren en bewijsstukken toe te sturen over de inkomens- en vermogenspositie en voor verhaal vatbare goederen van SMP, waaronder de bronnen van periodieke inkomsten en de bankinstellingen waar SMP één of meer rekeningen aanhoudt. SMP heeft deze informatie niet verstrekt.

4.Het geschil

4.1.
BlueXPRT vordert – samengevat – dat SMP wordt veroordeeld om opgave te doen en inlichtingen te verschaffen over haar inkomens- en vermogenspositie en haar voor verhaal vatbare goederen.
4.2.
SMP voert verweer. SMP concludeert tot niet-ontvankelijkheid van BlueXPRT, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van BlueXPRT, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van BlueXPRT in de kosten van deze procedure.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Spoedeisend belang
5.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat BlueXPRT daarbij een spoedeisend belang heeft. Daarnaast dient de voorzieningenrechter in dit kort geding te beoordelen of op basis van de feiten en omstandigheden en zonder nadere bewijslevering de verzochte voorlopige voorziening in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat, vooruitlopend daarop, een toewijzing in kort geding gerechtvaardigd is. Daarbij moeten de belangen van partijen bij toewijzing dan wel afwijzing van de voorlopige voorziening tegen elkaar worden afgewogen.
5.2.
Van een spoedeisend belang is in voldoende mate gebleken. BlueXPRT heeft een tot op heden onverhaalbare vordering op SMP en SMP weigert om te voldoen aan haar wettelijke verplichting om inzicht te geven in haar vermogenspositie. BlueXPRT heeft daarom een spoedeisend belang en is ontvankelijk in haar vorderingen.
Informatieplicht
5.3.
BlueXPRT vordert dat SMP wordt veroordeeld tot het verstrekken van inlichtingen omtrent haar inkomens- en vermogenspositie en omtrent voor verhaal vatbare goederen.
5.4.
SMP heeft de vordering van BlueXPRT niet betwist, maar heeft aangevoerd dat zij al haar medewerking heeft verleend en daartoe nog steeds bereid is. De stelling van SMP dat zij medewerking heeft verleend wordt door BlueXPRT gemotiveerd weersproken.
5.5.
De kantonrechter overweegt als volgt. SMP is bij vonnis van 9 juli 2025 door de rechtbank Overijssel veroordeeld tot betaling van een geldsom en heeft niet aan deze veroordeling voldaan. De gerechtsdeurwaarder heeft SMP vervolgens SMP gesommeerd om opgave te doen van haar inkomenspositie en verhaalsmogelijkheden en SMP is als schuldenaar verplicht om haar bronnen van inkomsten op te geven (artikel 475g lid 1 Rv). In deze procedure is niet vast komen te staan dat SMP aan deze verplichting heeft voldaan. BlueXPRT heeft er daarom recht en belang bij dat SMP in kort geding wordt veroordeeld om aan haar wettelijke verplichting te voldoen. De vorderingen van BlueXPRT tot het verschaffen van informatie over de vermogenspositie en verhaalsmogelijkheden zullen daarom als gevorderd worden toegewezen.
Dwangsom
5.6.
De voorzieningenrechter zal de door BlueXPRT gevorderde dwangsom eveneens toewijzen, maar deze beperken tot een maximum van € 40.000,00.
Proceskosten
5.7.
SMP is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van BlueXPRT worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
128,65
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.520,00
(2 punten x € 760,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.572,65
5.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
6.1.
veroordeelt SMP om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis aan de advocaat van BlueXPRT, schriftelijk, nauwkeurig en gespecificeerd inlichtingen en opgave
omtrent haar binnen- en buitenlandse inkomens- en vermogensposities en omtrent
voor verhaal vatbare binnen- en buitenlandse goederen te verstrekken, waaronder een
volledig en gespecificeerd overzicht van in ieder geval:
  • alle (voorwaardelijke) aanspraken van SMP jegens bancaire instellingen, met vermelding van de grondslag van deze aanspraken, waaronder onder meer begrepen rekening-courant verhoudingen,
  • de meest recente kasstromen (kasstroomoverzicht) alsmede alle bekende en verwachte toekomstige kasstromen met betrekking tot SMP;
  • alle debiteuren van SMP, waaronder onder meer begrepen (voormalig) bestuursleden en aandeelhouders, met vermelding van de grondslag en omvang van de vorderingen,
  • alle intellectuele eigendomsrechten waar SMP aanspraken op heeft of zal verkrijgen, waaronder octrooien, bedrijfsnamen, logo's, handelsmerken, domeinnamen, handelsnamen en auteursrechten, modelrechten, databaserechten, computersoftware, uitvindingen, know-how en alle soortgelijke eigendomsrechten telkens ongeacht of deze geregistreerd zijn, indien van toepassing onder vermelding van eventueel daarop rustende rechten van derden, inclusief vermelding van de boekwaarde van deze rechten en voorzien van alle op enig moment opgestelde waarderingsrapporten, die op deze rechten betrekking hebben,
  • alle overige activa in bezit van SMP, indien van toepassing onder vermelding van eventueel daarop rustende rechten van derden, inclusief vermelding van de boekwaarde van de activa en voorzien van alle op enig moment opgestelde waarderingsrapporten, die op deze activa betrekking hebben,
6.2.
veroordeelt SMP om aan BlueXPRT een dwangsom te betalen van € 2.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 40.000,00 is bereikt,
6.3.
veroordeelt SMP in de proceskosten van € 2.572,65, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als SMP niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.4.
veroordeelt SMP tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.
!
!