ECLI:NL:RBOVE:2026:4005

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
6 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
08.319139-25 (P)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 245 Sr (oud)Art. 247 Sr (oud)Art. 361 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs bij seksuele handelingen tussen minderjarigen

De rechtbank Overijssel behandelde op 6 juli 2026 een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het plegen van seksuele handelingen met een 14-jarige minderjarige op 11 november 2022. De tenlastelegging omvatte onder meer seksueel binnendringen terwijl het slachtoffer in een staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde, en ontuchtige handelingen met een minderjarige.

Tijdens de zitting werd vastgesteld dat seksuele handelingen tussen verdachte en het slachtoffer hadden plaatsgevonden, maar dat onvoldoende bewijs bestond dat het slachtoffer in een staat van bewusteloosheid of verminderd bewustzijn verkeerde. De verklaring van het slachtoffer stond op zichzelf en werd niet ondersteund door aanvullend bewijs. Daarom kon feit 1 niet worden bewezen.

Ten aanzien van feit 2, de ontuchtige handelingen, oordeelde de rechtbank dat het leeftijdsverschil van ongeveer drie jaar tussen de minderjarigen, de context van de handelingen, de interactie en de bedoelingen van partijen, alsmede het gebruik van verdovende middelen, niet leidden tot een overschrijding van de sociaal-ethische norm. De rechtbank sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en partijen dragen ieder hun eigen kosten. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs; schadevordering benadeelde partij niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Familie en Jeugd
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.319139-25 (P)
Datum vonnis: 6 juli 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 2005 in [geboorteplaats] (Syrië),
wonende aan de [woonplaats].

1.De toelichting op dit vonnis

De officier van justitie heeft verdachte (hierna: [verdachte]) opgeroepen om voor de rechter te verschijnen. Deze oproep wordt een dagvaarding genoemd. De tenlastelegging is een onderdeel van de dagvaarding en hierin staat beschreven aan welke strafbare feiten [verdachte] zich schuldig zou hebben gemaakt.
Op 22 juni 2026 hebben de officier van justitie, [verdachte] en zijn raadsvrouw mr. I.D. van Wijnen, advocaat in Assen, tijdens een zitting achter gesloten deuren gezegd wat zij van de beschuldigingen vinden.
Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de door [aangever] gevraagde schadevergoeding en wat door haar en namens haar als benadeelde partij door mr. A.C. van de Vosse, advocaat in Zwolle, is aangevoerd.
De rechtbank schrijft in dit vonnis wat zij van de beschuldigingen vindt. Dit doet zij aan de hand van verschillende stappen in een bepaalde volgorde, zoals de wet die voorschrijft.
De rechtbank komt in dit vonnis tot de conclusie dat de feiten die de officier van justitie [verdachte] verwijt, niet kunnen worden bewezen. [verdachte] wordt daarom vrijgesproken. Het verzoek tot schadevergoeding van [aangever] is daarom niet-ontvankelijk.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging op 22 juni 2026, kort gezegd, op neer dat [verdachte] als 17-jarige op 11 november 2022 in [plaats] seksuele handelingen (waaronder seksueel binnendringen) heeft verricht bij de 14-jarige [aangever]. Dat is op verschillende manieren beschreven in de tenlastelegging. Allereerst wordt hem verweten dat hij die handelingen heeft verricht terwijl [aangever] in lichamelijke onmacht verkeerde (
feit 1). Daarnaast wordt hem verweten dat hij ontucht (waaronder seksueel binnendringen) heeft gepleegd met een minderjarige in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar (
feit 2 primair), dan wel ontucht heeft gepleegd met iemand die jonger dan zestien jaar was en op dat moment in lichamelijke onmacht verkeerde (
feit 2 subsidiair).
De verdenking luidt voluit:
feit 1hij op of omstreeks 11 november 2022te [plaats], althans in Nederland, met [aangever], van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid,verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dat deze niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangever],te wetenhet brengen van zijn penis in de vagina en/of de mond van die [aangever] en/ofhet brengen van één of meer van zijn vingers in de vagina van die [aangever] en/ofhet zich laten aftrekken door die [aangever] en/ofhet (vervolgens) ejaculeren op de (ontblote) vagina/vulva van die [aangever];
feit 2 primairhij op of omstreeks 11 november 2022 te [plaats], althans in Nederland, met [aangever], geboren op [geboortedatum 2] 2008, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van hetlichaam van die [aangever], te wetenhet brengen van zijn penis in de vagina en/of de mond van die [aangever] en/ofhet brengen van één of meer van zijn vingers in de vagina van die [aangever] en/ofhet zich laten aftrekken door die [aangever];het (vervolgens) ejaculeren op de (ontblote) vagina/vulva van die [aangever];
feit 2 subsidiairhij op of omstreeks 11 november 2022 te [plaats], althans in Nederland, met [aangever], geboren op [geboortedatum 2] 2008, die toen de leeftijd van zestienjaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te wetenhet brengen van zijn penis in de vagina en/of de mond van die [aangever] en/ofhet brengen van één of meer van zijn vingers in de vagina van die [aangever] en/ofhet zich laten aftrekken door die [aangever] en/ofhet (vervolgens) ejaculeren op de (ontblote) vagina/vulva van die [aangever].

3.De bewijsoverwegingen

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vindt het onder feit 1 en feit 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit dat [verdachte] wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs integraal van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat [aangever] op 11 november 2022 in de woning van [naam] was om te chillen. [verdachte] was daar ook. [aangever] en [verdachte] hebben buiten gezoend en zijn daarna naar binnen gegaan. [aangever] heeft daar [verdachte] afgetrokken en gepijpt, zo verklaart [verdachte]. [verdachte] is daarna klaargekomen op de vagina van [aangever].
Ten aanzien van feit 1
Dat er seksuele handelingen hebben plaatsgevonden tussen [verdachte] en de toen 14-jarige [aangever] staat vast. Om tot bewezenverklaring van feit 1 te komen is meer nodig dan dat. Er moet in ieder geval bewezen worden dat [aangever] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde tijdens de seksuele handelingen. [aangever] heeft verklaard dat zij ‘out’ was en dat, toen ze wakker werd, haar broek en onderbroek op haar bovenbenen zaten, net boven de knieën. Het dossier bevat geen verder bewijs voor een staat van bewusteloosheid of verminderd bewustzijn. De verklaring van [aangever] staat daarmee op zichzelf. Dat betekent niet dat het niet is gebeurd zoals [aangever] zegt, maar dat niet is voldaan aan het bewijsminimum.
De rechtbank is van oordeel dat op basis van het procesdossier en de behandeling op de zitting onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om vast te kunnen stellen dat [aangever] ten tijde van de seksuele handelingen in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht was. Daarom kán het onder feit 1 ten laste gelegde niet worden bewezen. De rechtbank spreekt [verdachte] vrij van het onder feit 1 ten laste gelegde.
Ten aanzien van feit 2 primair en subsidiair
De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de seksuele handelingen die hebben plaatsgevonden tussen [verdachte] en [aangever] zijn aan te merken als ontuchtige handelingen in de zin van artikel 245 of Pro 247 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) (oud). Ontuchtige handelingen zijn volgens de wetsgeschiedenis handelingen van seksuele aard die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. Of bepaalde seksuele handelingen kunnen worden aangemerkt als ontuchtig, hangt af van de omstandigheden van het geval. Tot die omstandigheden kunnen onder meer worden gerekend de aard van de handelingen en de context waarin en de omstandigheden waaronder de handelingen zijn verricht. De leeftijd van betrokkenen en een mogelijk leeftijdsverschil, de interactie tussen hen en onder omstandigheden ook hun bedoelingen kunnen daarbij een rol spelen.
De rechtbank stelt vast dat ten tijde van de seksuele handelingen sprake was van een leeftijdsverschil van ongeveer drie jaren tussen twee minderjarigen, [verdachte] (zeventien jaar) en [aangever] (veertien jaar). De rechtbank overweegt dat bij de vaststelling of sprake is van overschrijding van de sociaal-ethische norm dit leeftijdsverschil meeweegt, maar dat dit niet uitsluitend bepalend is.
De context en omstandigheden waaronder de seksuele handelingen zijn verricht, de interactie tussen [verdachte] en [aangever] en hun bedoelingen, leiden er namelijk toe dat de rechtbank niet kan vaststellen dat sprake is geweest van handelingen die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. De rechtbank leidt dit onder meer af uit de inhoud van de WhatsApp-berichten rondom de betreffende avond. Daaruit volgt dat [aangever] openstond voor seksueel contact met een jongen waaronder in het bijzonder [verdachte]. Zo appte ze aan haar vriendin dat ze hem wel wilde doen. Ook het gegeven dat [aangever] al seksueel actief was met een jongen met nagenoeg dezelfde leeftijd als [verdachte], weegt de rechtbank daarbij mee. Daarbij komt dat zowel [verdachte] als [aangever] onder invloed waren van een of meer verdovende middel(en) (alcohol en/of drugs), waarbij zij zich als gelijken gedroegen. Tot slot heeft [verdachte] verklaard dat hij ook dacht dat [aangever] ouder was dan veertien jaar, omdat zij dit had gezegd en haar vrienden en vriendinnen ook ouder waren dan veertien jaar. Het voorgaande brengt in samenhang bezien met zich dat het ontuchtig karakter van de verrichte seksuele handelingen naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt. De rechtbank spreekt verdachte wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van het onder feit 2 primair en subsidiair ten laste gelegde vrij.

4.De vordering van de benadeelde partij

[verdachte] wordt volledig van het ten laste gelegde vrijgesproken. De rechtbank zal [aangever] als benadeelde partij daarom op grond van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding en bepalen dat zij en [verdachte] ieder de eigen kosten dragen, die ten aanzien van de vordering zijn gemaakt.

5.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 1, feit 2 primair en feit 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
de vordering van de benadeelde partij
- bepaalt dat de
benadeelde partijin het geheel
niet-ontvankelijkis in de vordering;
- bepaalt dat de benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten dragen, die ten aanzien van deze vordering zijn gemaakt.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M.F. Schreurs, voorzitter, mr. G.M.J. Vijftigschild en
mr. B.T.C. Jordaans, rechters, allen ook kinderrechter, in tegenwoordigheid van
mr. N. Klunder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026.
Buiten staat
De voorzitter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.