Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
[erflater], overleden op [datum] 2025 en laatst wonende te [plaats] , hierna te noemen erflater.
Rechtbank Overijssel
De kantonrechter van de Rechtbank Overijssel heeft op 30 juni 2026 een beschikking gegeven in een zaak betreffende het erfrecht. Verzoeker, benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van de overleden erflater, heeft verzocht om vaststelling van een uiterste datum voor schuldeisers om hun vorderingen in te dienen.
Op grond van artikel 4:214 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek bepaalt de kantonrechter dat de oproeping van schuldeisers uiterlijk op 15 juli 2026 moet plaatsvinden. In deze oproeping moet worden vermeld dat schuldeisers hun vorderingen tot uiterlijk 15 september 2026 kunnen indienen bij de vereffenaar.
De oproeping dient te geschieden via de digitale Staatscourant, zodat schuldeisers op de hoogte worden gesteld. Deze procedure waarborgt een duidelijke termijn en communicatie richting schuldeisers in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap.
Uitkomst: De kantonrechter stelt de uiterste datum voor het indienen van vorderingen op 15 september 2026 en de oproeping uiterlijk op 15 juli 2026 via de digitale Staatscourant.