Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord.
Rechtbank Overijssel
Eiser, handelend als onderaannemer, verrichtte herstel- en vervangingswerkzaamheden aan een vloer in opdracht van gedaagde, de hoofdaannemer. Na betaling van de factuur voor week 15 in 2025, weigerde gedaagde de facturen van week 16 en 17 te betalen, stellende dat het werk gebrekkig was en kosten onterecht in rekening waren gebracht.
De kantonrechter oordeelde dat het werk stilzwijgend was aanvaard omdat gedaagde het werk niet binnen een redelijke termijn had gekeurd of gebreken had gemeld, waardoor hij gehouden is tot betaling van de facturen minus de kosten voor eten, die niet waren overeengekomen. Betwisting van uren en kilometers was onvoldoende gemotiveerd en de kosten van de werkmannen mochten volgens de wet en overleg in rekening worden gebracht.
De rechter wees de vordering toe tot betaling van € 12.647,58, vermeerderd met wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten van € 901,48, beslagkosten van € 1.152,57 en proceskosten van € 1.549,54. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot betaling van de onbetaalde facturen, rente, incassokosten, beslagkosten en proceskosten.