Teza Investments B.V. vordert in kort geding dat de verkoper, [gedaagde], gehouden wordt tot volledige en onvoorwaardelijke medewerking aan de levering van een zorgpand. Teza stelt dat partijen tijdens een telefoongesprek op 18 oktober 2025 een koopovereenkomst zijn aangegaan met een leveringsdatum van 1 mei 2026 tegen een koopprijs van €1.550.000.
[gedaagde] erkent dat er in grote lijnen overeenstemming bestaat over de koop, maar betwist dat een definitieve overeenkomst is gesloten. Volgens haar ontbreken nog essentiële afspraken, met name een ontbindende voorwaarde omtrent een vergunning voor huisvesting elders van bewoners en afspraken over de inboedel.
De voorzieningenrechter oordeelt dat Teza onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat partijen volledige wilsovereenstemming hebben bereikt over alle essentiële onderdelen van de koopovereenkomst. Het ontbreken van overeenstemming over de ontbindende voorwaarde en de inboedel betekent dat niet kan worden aangenomen dat een perfecte koopovereenkomst tot stand is gekomen. De vorderingen worden daarom afgewezen en Teza wordt veroordeeld in de proceskosten.