ECLI:NL:RBOVE:2026:4040

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
12 juli 2026
Zaaknummer
C/08/337901 / HA ZA 25-290
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:34 BWArt. 3:44 lid 1 BWArt. 6:162 BWArt. 6:96 lid 2 BWArt. 7:408 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging samenwerking en vergoeding opdrachtnemer na contractgeschil tussen 2D Management en Mistral Holding

De rechtbank behandelt een civiele zaak tussen 2D Management B.V. en Mistral Holding B.V. over de beëindiging van hun samenwerking en de financiële afwikkeling daarvan. Centraal staat de vraag of de schriftelijke overeenkomst van opdracht (Overeenkomst II) rechtsgeldig tot stand is gekomen en hoe de afspraken omtrent honorarium, winstdeling en beëindigingsvergoeding moeten worden uitgelegd en nagekomen.

De rechtbank oordeelt dat Overeenkomst II rechtsgeldig is gesloten in het najaar van 2020 en dat 2D de rechten en verplichtingen uit deze overeenkomst rechtsgeldig heeft overgenomen van [naam 1]. Mistral's beroep op vernietiging wegens wilsonbekwaamheid en bedrog wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank wijst toe dat Mistral het honorarium over de opzegtermijn en de winstdelingscomponent over de periode tot april 2023 moet betalen.

Daarnaast wordt Mistral veroordeeld tot inzage in de jaarrekeningen en onderliggende grootboekkaarten en audit-files voor de jaren 2020 tot en met 2023, met een dwangsom bij niet-naleving. De vordering van Mistral tot schadevergoeding wegens wanprestatie wordt deels toegewezen voor een bedrag van €56.109,82, met name voor onrechtmatige korting op managementvergoeding en onterechte verzekeringskosten. De gevorderde beëindigingsvergoeding wordt beperkt tot €180.000,00 wegens onredelijkheid van het contractuele beding. Het beroep op opschorting en buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. De rechtbank staat tussentijds hoger beroep toe en houdt verdere beslissingen aan.

Uitkomst: De rechtbank verklaart Overeenkomst II rechtsgeldig, wijst gedeeltelijke schadevergoeding toe, beveelt inzage in jaarrekeningen en staat tussentijds hoger beroep toe.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/337901 / HA ZA 25-290
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van
2D Management B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Hengelo,
eiseres in hoofdzaak en in incident, gedaagde in reconventie,
hierna te noemen 2D,
advocaat: mr. F.J. Bleker,
voorheen mr. G.L.E. Kemerink op Schiphorst,
tegen
Mistral Holding B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Moerkapelle, gemeente Zuidplas,
gedaagde in hoofdzaak en incident, eiseres in reconventie,
hierna te noemen Mistral,
advocaat: mr. S.J. Pennings.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 31 in de hoofdzaak met incidentele vordering,
- de conclusie van antwoord in het incident met producties 1 tot en met 6 van Mistral,
- de akte uitlating producties incident alsmede akte tot voorwaardelijke wijziging eis in conventie van 2D,
- de conclusie van antwoord in conventie tevens voorwaardelijke conclusie van eis in reconventie in de hoofdzaak met producties 7 tot en met 38 van Mistral,
- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie met producties 33 tot en met 36 van 2D,
- de aanvullende productie 39 van Mistral,
- de mondelinge behandeling van 9 april 2026, waar de advocaten het woord hebben gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1 2
D is een bedrijf dat zich bezig houdt met het verrichten van activiteiten op het gebied van project-advisering, -management en -begeleiding. [naam 1] is via een holding middellijk bestuurder van 2D.
2.2
Mistral is een financiële holdingsmaatschappij. [naam 2] is bestuurder van Mistral, evenals zijn zoon en dochter.
2.3
[naam 1] en [naam 2] doen al jaren zaken met elkaar. [naam 1] was in het verleden gelieerd aan een boekhoudkantoor, dat onder meer de jaarrekeningen opmaakte voor verschillende ondernemingen waarin [naam 2] een belang had.
2.4
Vanaf 2015 heeft [naam 1] advies gegeven aan [naam 2] , zowel op het gebied van zakelijke investeringen als privébelangen van [naam 2] en zijn kinderen. [naam 1] heeft op uurbasis gefactureerd aan Mistral.
2.5
In 2016 werd een levenstestament door [naam 2] opgesteld, waarin [naam 1] tot executeur en bewindvoerder over het vermogen werd benoemd.
2.6
Op 3 november 2016 is de Stichting Administratiekantoor Mistral opgericht. De stichting heeft ten doel: het tegen uitgifte van certificaten op naam verwerven van vermogensbestanddelen, het houden van aandelen in de vennootschap Mistral Holding, het beheren van registergoederen en effecten, het uitoefenen van alle aan de vermogensbestanddelen verbonden rechten, het optreden als bewindvoerder en het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande verband houden. In de statuten staat:
OVERGANGSBEPALING
Het bestuur van de stichting zal (…) bestaan uit één bestuurder, te weten genoemde heer [naam 2] , (…),
Indien de heer [naam 2] , voornoemd, als bestuurslid van de stichting:
overlijdt;
ontslag neemt; of
onder curatele wordt gesteld;
door geestelijk en/of verstandelijk onvoldoende functioneren en/of fysieke gebreken niet langer in staat is zijn eigen belangen dan wel de belangen van de stichting naar behoren te behartigen, hetgeen dient te worden aangetoond naar objectieve maatstaven, bijvoorbeeld door overlegging van tenminste een verklaring van een terzake bevoegd en onafhankelijk arts;
of anderszins défungeert;
zal de heer [naam 2] , voornoemd, met inachtneming van de dag waarop een zodanige omstandigheid zich voordoet, ophouden bestuurslid te zijn en zal het bestuur worden gevormd door:
A.
I. de stichting: Stichting KCK (…), met dien verstande dat ten tijde van het défungeren van de heer [naam 2] , voor en namens de Stichting KCK de bestuursfunctie wordt uitgeoefend door:
i.
de heer[naam 1] ,
(…)
II mevrouw Kyra [naam 2] ,
III de heer Sascha [naam 2] (…).
2.7
Vanaf 22 juli 2019 is [naam 2] gedwongen opgenomen op de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis.
2.8
Op 1 augustus 2019 heeft A.J.J.M. Smeur (arts) een medische beoordeling wegens het uitvoeren van een levenstestament en het verstrekken van een algemene volmacht uitgevoerd. Daarbij is informatie van de behandeld psychiater verkregen. Genoemde beoordelend arts concludeert in zijn schriftelijke verklaring van 2 augustus 2019 dat [naam 2] gelet op zijn lichamelijke en geestelijke toestand betreffende de wilsbekwaamheid ter zake niet volledig in staat wordt geacht zijn wil te bepalen en zijn belangen naar behoren te kunnen behartigen.
2.9
Op 24 september 2019 stuurt GGZ Oost Brabant een ontslagbrief aan de huisarts van [naam 2] . ‘
Er is geen sprake meer van een psychiatrische crisis. (…) Client functioneert op de voorgeschreven medicatie. Client heeft een particuliere Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige als ambulant begeleider voor client.’
2.1
Op 9 november 2019 heeft de onder 2.8. genoemde arts wederom een medische beoordeling uitgevoerd wegens het uitvoeren van een levenstestament en het verstrekken van een algemene volmacht. Daarbij heeft A.J.J.M. Smeur schriftelijke informatie verkregen van de behandeld psychiater. In zijn schriftelijke medische verklaring van 12 november 2019 heeft genoemde arts opgenomen dat [naam 2] gelet op zijn lichamelijke en geestelijke toestand betreffende de wilsbekwaamheid ter zake volledig in staat wordt geacht zijn wil te bepalen en zijn belangen naar behoren te kunnen behartigen.
2.11
Bij notariële akte van 12 november 2019 heeft [naam 2] een algemene volmacht gegeven aan [naam 1] . In de volmacht staat:
‘Ik verklaar bij deze een algemene volmacht te geven aan de stichting Stichting KCK, (…) danwel zijn rechtsopvolgers en wel degene die thans mijn belangen behartigt, zijnde: de heer [naam 1] .’
2.12
Eveneens op 12 november 2019 stuurt [naam 1] een e-mail aan [naam 2] :

Hoi [naam 2] , In verband met het persoonlijke en vertrouwelijke karakter van onze afspraken stuur ik deze mail via mijn privé mail account. Naar aanleiding van onze gemaakte afspraken over vergoedingen, loon of uurtarieven hebben we, jij namens Mistral Holding BV en ik, afspraken gemaakt. Het is relevant om te bevestigen zodat er enerzijds geen recht voor mij bestaat op andere of aanvullende uren-vergoeding onder enig volmacht of uitoefening van een functie en anderzijds voor derden, voor zover relevant, geen misverstanden kunnen ontstaan over mogelijke onrechtmatigheid, belangenverstrengeling of andere zaken.
Afspraken:
We hebben afgesproken dat ik, ongeacht via welke onderneming, een jaarlijkse vergoeding van Euro 180.000 in rekening zal brengen voor mijn werkzaamheden. Naast deze vergoeding zal ik tevens gerechtigd zijn tot 10% van de winst van Mistral Holding BV waarbij de opbrengst van dividend of kapitaalwinst van Protect Holding B.V.(voorheen Corrosion) buiten beschouwing wordt gelaten (en dus niet meetelt hiervoor). Een urenverantwoording voor de te betalen vergoeding is niet nodig. De vergoeding mag in termijnen en/of via verschillende ondernemingen (al dan niet ivm verschillende activiteiten) in rekening worden gebracht en slechts eventueel gemaakte kosten kunnen aanvullend worden gedeclareerd. Deze afspraak is per 1-11-2019 ingegaan.
Naast deze afspraak hebben we afgesproken dat Stichting Helianthus Euro 500.000 zal lenen van Mistral Holding BV en dat hiervoor 1e hypothecaire zekerheid zal worden verschaft door Stichting CM en Stichting Future Invest op 2 roerende zaken in Hengelo. (…) Van alle drie de stichtingen ben ik persoonlijk bestuurder. De rente zal zijn gebaseerd op de rente tarieven zoals deze periodiek per email worden verstuurd door FXX uit Eindhoven waarop een opslag zal gelden van 0,5% voor de gekozen renteperiode voor de geldende rente op het moment van het verstrekken van de hypothecaire lening.’
(…)
2.12.1
De afspraken die in deze e-mail zijn vastgelegd worden hierna genoemd: Overeenkomst I.
2.13
Tussen 2 september en 7 oktober 2020 heeft [naam 1] een overeenkomst van opdracht opgesteld op basis van een model van de Belastingdienst en aangeboden aan [naam 2] . Onderaan staat
‘Aldus in tweevoud overeengekomen in Hengelo op 1 oktober 2019’,Zowel [naam 2] als [naam 1] hebben de overeenkomst ondertekend (hierna: Overeenkomst II). De afspraken in de overeenkomst komen voor het grootste gedeelte overeen met de afspraken die zijn vastgelegd per e-mail van 12 november 2019, hierboven onder 2.12. genoemd, met dien verstande dat aan de nieuwe overeenkomst een afspraak is toegevoegd over de duur en tussentijdse beëindiging.
2.13.1
In artikel 1 van Pro Overeenkomst II verbindt [naam 1] zich om voor Mistral de volgende werkzaamheden te verrichten:
  • initiëren, beoordelen en begeleiden van investeringen, waaronder beleggingen, verstrekken van financieringen, deelnemen in andere bedrijven etc.,
  • toezien op de financiële administratie van Mistral, AK Horeca en AK Quarter Horses,
  • toezien op de investeringen,
  • coördineren, begeleiden en onderhouden van contacten met advocaten, notarissen, accountants, boekhouders, financiële intermediairs en overige partijen die een zakelijke relatie met Mistral onderhouden of aan (willen) gaan,
  • toezien op en naar eigen inzicht aanbrengen van wijzigingen in de (juridische) structuur van Mistral,
  • naar eigen inzicht de belangen van Mistral behartigen.
2.13.2
In artikel 2 (algemene bepalingen) staat onder meer:
c. het staat opdrachtnemer vrij de werkzaamheden voor eigen rekening en risico geheel of ten dele te laten uitvoeren door derden. In geval van vervanging blijft opdrachtnemer jegens Mistral onverkort verantwoordelijk voor de kwaliteit van het werk en het naleven van gemaakte afspraken.
(…),
f. Mistral verklaart zich er uitdrukkelijk mee akkoord dat opdrachtnemer ook voor andere Mistrals werkzaamheden verricht, mits dit een goede uitoefening van de opdracht tussen Mistral en opdrachtnemer niet in de weg staat.
2.13.3
In artikel 3 (beloning) staat:
a.
Voor de te verrichten werkzaamheden en de daarbij behorende verantwoordelijkheid zal Mistral aan opdrachtnemer als honorarium (exclusief BTW) een bedrag van € 180.000 per jaar voldoen.
b.
De opdrachtnemer is (door het karakter van de afspraken) geen urenverantwoording verschuldigd aan Mistral.
c.
Naast het vaste honorarium zal opdrachtnemer gerechtigd zijn tot 10% van de jaarlijkse geconsolideerde winst van Mistral waarbij voordelen (inclusief dividend inkomsten) van of direct voortvloeiende uit Corrosion Holding BV (Protect Holding BV), hogere directie beloning dan heden en nadelen of verliezen gerelateerd aan AK Horeca BV en/of AK Quarter Horses BV in enig jaar buiten beschouwing blijven.
(…)
Indien opdrachtnemer om hem moverende redenen (bijvoorbeeld omwille van fiscale redenen) zijn dienstverlening ingevolge deze overeenkomst, al dan niet gedeeltelijk, aan Mistral in een andere dan de huidige rechtsvorm(en) wenst voor te zetten, zal hij Mistral hierover tijdig informeren en zal de onderhavige overeenkomst ongewijzigd worden voortgezet. Mistral zal zijn medewerking hieraan verlenen en stemt hier nu reeds voor alsdan in.
2.13.4
In artikel 5 (duur en tussentijdse beëindiging) staat:
De overeenkomst is aangegaan voor de duur van tien jaar en wordt na deze periode stilzwijgend verlengd met perioden van 1 (een) jaar. Opzegging dient 3 maanden voor het einde van een overeengekomen periode te geschieden.
Beide partijen kunnen deze overeenkomst tussentijds door een schriftelijk/elektronische opzegging beëindigen met een opzegtermijn van 6 (zes) maanden.
Opdrachtnemer is vanwege die opzegging niet schadeplichtig jegens Mistral.
Mistral is vanwege die opzegging schadeplichtig jegens opdrachtnemer voor zover dat voortvloeit uit art. 7:411 BW Pro en met inachtneming van art. 7:408 lid 3 BW Pro. Ter voorkoming van discussie over een “redelijkheid vast te stellen deel van het loon” (lees honorarium) komen partijen overeen dat in een voorkomend geval het te vergoeden honorarium/schadevergoeding aan opdrachtnemer wordt bepaald op 85% van het jaarlijks honorarium exclusief de winstdeling voor de gehele resterende periode van de aangegane duur van de overeenkomst.
Mistral is niet schadeplichtig indien Mistral de overeenkomst beëindigt als gevolg van opzettelijk frauduleus handelen door opdrachtnemer.
2.13.5
In artikel 6 (aansprakelijkheid, vrijwaring, schade, naheffingen loonheffingen) staat:
a. Indien Opdrachtnemer aansprakelijk mocht zijn, dan is deze aansprakelijkheid beperkt tot hetgeen in deze artikel is geregeld.
(..)
c. Indien Mistral bewijst dat hij schade heeft geleden door een handelen of nalaten van Opdrachtnemer die bij een deskundig handelen zou zijn vermeden, is Opdrachtnemer voor de schade aansprakelijkheid tot maximaal de voor de betreffende aanspraak van toepassing zijnde limieten onder de door Opdrachtnemer afgesloten beroepsaansprakelijkheidsverzekering (indien en voor zover van toepassing), althans van dat gedeelte van de onderhavige overeenkomst waarop de aansprakelijkheid betrekking heeft, waarbij in afwijking van hetgeen hierboven is bepaald, bij een Overeenkomst met een langere looptijd dan zes maanden, de aansprakelijkheid verder wordt beperkt tot het over de laatste zes maanden verschuldigde en betaalde honorarium (exclusief winstedeling).
(..)
f. Opdrachtnemer is nimmer aansprakelijk voor indirecte schade, daaronder begrepen gevolgschade, gederfde winst, gemiste besparingen en schade door bedrijfsstagnatie.
(..)
k. Mistral vrijwaart Opdrachtnemer voor alle aanspraken van derden – daaronder mede begrepen aandeelhouders, bestuurders, commissarissen en personeel van Mistral, alsook gelieerde rechtspersonen en ondernemingen en anderen die bij de organisatie van Mistral betrokken zijn – die voortvloeien uit of verband houden met de werkzaamheden van Opdrachtnemer onder deze overeenkomst ten behoeve van Mistral.
2.14
Op 31 maart 2021 heeft [naam 1] 2D Management B.V. opgericht (hierna: 2D).
2.15
Op 31 december 2021 heeft [naam 1] een overeenkomst genaamd ‘cessieovereenkomst’ gesloten met 2D, waarin onder meer is opgenomen dat [naam 1] zijn volledige vordering en verplichtingen voortvloeiende uit de overeenkomst van opdracht die hij met Mistral gesloten heeft, overdraagt aan 2D, dat 2D die overdracht aanvaardt en dat 2D de overeenkomst met Mistral voortzet waarbij deze alle rechten verplichtingen onverkort overneemt. Tevens staat in de tussen [naam 1] en 2D gesloten overeenkomst dat 2D alle rechten (en verplichtingen) die verbonden zijn aan de financiële vordering van [naam 1] , waaronder, maar niet beperkt tot, het recht op betaling van de overeengekomen jaarlijkse vergoeding, verkrijgt.
2.16
Op 31 oktober 2022 stuurt [naam 2] een e-mail aan [naam 1] , waarin hij de overeenkomst van opdracht vernietigt op grond van artikel 3:34 BW Pro:
‘Zoals gezegd heb ik mij laten adviseren over de rechtspositie van Mistral als opdrachtgever ten opzichte van jou als opdrachtnemer. Hierbij laat ik jou weten dat Mistral de overeenkomst met jou opzegt per 1 januari 2023. Graag licht ik dit toe.
Er zijn twee documenten in omloop waaruit onze afspraken zouden moeten blijken. Dit zijn:
De overeenkomst van opdracht van 1 oktober 2019 (“de Overeenkomst”)
Jouw e-mail van 12 november 2019 met mijn opvolgende bevestiging van de afspraken.
Ten aanzien van de Overeenkomst geldt dat ik op 1 oktober 2019 wilsonbekwaam was. Het ging erg slecht met mij en de medische verklaringen van de artsen bevestigen dat. Ook in de periode daarna ging het niet goed met mij. Ik kan me niet herinneren dat ik namens Mistral de Overeenkomst met jou heb gesloten. De afspraken uit deze Overeenkomst zou ik ook nooit namens Mistral hebben aanvaard, omdat deze nadelig zijn voor Mistral. Zo past de looptijd van de Overeenkomst van tien jaren niet bij de achtergrond van de Overeenkomst. Ik was namelijk slechts tijdelijk niet in staat om werkzaamheden uit te voeren. Hierdoor kom ik tot de conclusie dat de Overeenkomst nooit tot stand is gekomen en daarmee niet doorwerkt in onze rechtsverhouding. Voor zover jij van mening bent dat de Overeenkomst wel leidend is voor onze afspraken, beroep ik mij ter zake op vernietiging op grond van artikel 3:34 BW Pro wegens mijn wilsonbekwaamheid op 1 oktober 2019 (en daarvoor en daarna).
Ten aanzien van de afspraken van de e-mail van 12 november 2019 geldt dat ik die wel kan herinneren en daar ook namens Mistral achter sta. Dit blijkt ook uit jouw weergave van de afspraken en mijn schriftelijke bevestiging. De gemaakte afspraken betreffen afspraken over jouw vergoedingen en een aantal leningen. Er is niets bepaald over de duur van de overeenkomst en de opzegging daarvan. Dit was ook zo bedoeld, want wij wisten beide niet of en wanneer ik weer volledig in staat zou zijn om mijn werkzaamheden weer zelf op te pakken. In de e-mail van 12 november 2019 wordt overigens met geen enkel woord gerept over de Overeenkomst, hetgeen (ook) tot de conclusie leidt dat de Overeenkomst niet bepalend is, maar de afspraken van 12 november 2019. Als de Overeenkomst namelijk van toepassing was, had simpelweg kunnen worden volstaan met een verwijzing naar de Overeenkomst ter bevestiging in plaats van de geldende afspraken voor de notaris uiteen te zetten. Gelet op het vorenstaande concludeer ik dat de afspraken van 12 november 2019 het uitgangspunt is voor onze Overeenkomst. Op basis van deze afspraken kan ik de overeenkomst met jou te allen tijde opzeggen. Hierbij zeg ik de overeenkomst dan ook per 1 januari 2023 op. De redenen van deze opzegging zijn het feit dat ik zelf weer in staat ben om de werkzaamheden te doen en omdat ik niet tevreden ben over jouw functioneren. Ik heb gekozen voor opzegging per 1 januari 2023 om jou een overbruggingsperiode te gunnen.
(…)’
2.17
Op 31 januari 2024 schrijft [naam 1] in een e-mail aan de advocaat van [naam 2] :
‘Ondergetekende heeft met bezorgdheid vastgesteld dat de kwestie met betrekking tot
Mistral Holding BV onopgelost blijft, ondanks de verstreken tijd. (…)
Het geduld van ondergetekende raakt uitgeput, en daarom verzoek ik u vriendelijk, doch dringend, om uiterlijk op 8 februari 2024 de jaarrekeningen van Mistral Holding te verstrekken voor de jaren 2020 tot en met 2022, inclusief de bijbehorende informatie met betrekking tot de winstdelingen. Op vrijdag 9 februari 2024 wens ik over te gaan tot (deel)facturatie van de winstdeling en verwacht ik de betreffende betaling daarvan voor 15 februari 2024. Voor de winstdeling zal een btw-factuur worden uitgereikt. (…)
Mocht de heer [naam 2] nalaten gehoor te geven aan het verstrekken van de jaarrekeningen en tijdige betaling van de relevante winstdeling(en), dan stel ik hem bij deze alvast in gebreke en verzuim. Vanaf 15 februari 2024 maak ik aanspraak op de wettelijke handelsrente, voor de gehele vordering die voortvloeit uit alle gemaakte afspraken, conform de geldende wettelijke bepalingen.
(…)’
2.18
In een e-mail van 24 mei 2024 schrijft de advocaat van [naam 2] aan de advocaat van [naam 1] :
‘(…)
Ad 1. Opzegging van de overeenkomst en haar gevolgen
(…)
Als enige aanvulling merk ik op dat de reeds op grond van art. 3:34 BW Pro vernietigde
(beweerdelijke) overeenkomst van 1 oktober 2019 ook wegens bedrog en/of misbruik van
omstandigheden ex. art. 3:44 lid Pro BW zou kunnen zijn vernietigd. Indien en voor zover
noodzakelijk doet Mistral dat laatste hierbij alsnog.
(…)’

3.Het geschil

3.1
In conventie
In het incident
3.1.1 2
D vordert - na wijziging van eis - op grond van artikel 194 jo Pro. 195 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv):
I om Mistral te gebieden inzage te geven in de vennootschappelijke en geconsolideerde jaarrekeningen van de onder randnummer 63 onder A tot en met Y van de dagvaarding genoemde entiteiten, over de jaren 2020, 2021 en 2022, 2023 en 2024 alsook de daaraan ten grondslag liggende grootboekkaarten en audit-files, door deze jaarrekeningen binnen de door de rechtbank bepaalde termijn in het geding te brengen;
II om Mistral te gebieden indien er nieuwe jaarrekeningen worden gedeponeerd van de onder randnummer 62 onder A tot en met Y van de dagvaarding genoemde entiteiten, ook deze jaarrekeningen en grootboekkaarten en auditfiles binnen een door de rechtbank bepaalde termijn aan 2D af te geven zodat deze ook (later) in het geding gebracht kunnen worden;
Het gevorderde onder I en II op straffe van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag (of dagdeel) dat Mistral nalaat om aan een van die verplichtingen te voldoen, met een maximum van € 250.000,-;
III om Mistral te veroordelen in de kosten van het incident.
3.1.2
Mistral betwist de incidentele vordering van 2D en verzoekt de rechtbank primair deze af te wijzen, al dan niet na aanhouding van het incident tot beslist is in de hoofdzaak. Subsidiair verzoekt Mistral, voor zover de rechtbank de incidentele vordering (deels) toewijst, te beslissen dat Mistral niet gehouden wordt om voor het vonnis in de hoofdzaak afschrift en inzage te geven in de bescheiden waar de incidentele vordering op ziet, de vordering tot afschrift en inzage van de grootboekkaarten en auditfiles af te wijzen en geen dwangsom op te leggen, dan wel daaraan een maximum te verbinden.
In de hoofdzaak
3.1.3 2
D vordert in de hoofdzaak:
I voor recht te verklaren dat de Overeenkomst II tussen 2D en Mistral rechtsgeldig tot stand is gekomen;
II voor recht te verklaren dat Mistral tekort is geschoten in de uitvoering van de Overeenkomst II en gehouden is tot betaling aan 2D van het in de Overeenkomst II overeengekomen honorarium, het winstdeelcomponent en de beëindigingsvergoeding;
III Mistral te veroordelen tot betaling aan 2D van het verschuldigde honorarium van
€ 60.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, de winstdeelcomponent (nog nader te bepalen) en de beëindigingsvergoeding van € 1.006.187,50, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, alles te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 15 februari 2024, althans 26 april 2024, althans een in goede justitie te bepalen termijn;
IV voor zover een of meerdere vergoedingscomponenten in deze procedure niet eenduidig kunnen worden vastgesteld, om Mistral te veroordelen om de bedragen aan 2D te betalen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover vanaf het moment dat Mistral in verzuim verkeert;
V voor zover de rechtbank van oordeel is dat tussen partijen geen rechtsgeldige Overeenkomst II tot stand is gekomen, te verklaren voor recht dat Mistral tekort is geschoten in de nakoming van de afspraken die zijn neergelegd in Overeenkomst I en dat Mistral gehouden is tot betaling aan 2D van een beëindigingsvergoeding van 85% van het honorarium gedurende 10 jaar met inachtneming van een opzegtermijn van twee jaar, althans een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen termijn en bedrag;
VI Mistral te veroordelen om aan 2D te betalen het onder V vastgestelde bedrag;
VII voor zover de rechtbank oordeelt dat een of meer vergoedingscomponenten gedurende deze procedure niet eenduidig kunnen worden vastgesteld, Mistral te veroordelen deze bedragen aan 2D te betalen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf het moment van verzuim;
VIII Mistral te veroordelen in de kosten van de procedure.
3.1.4
Mistral betwist de vordering van 2D in de hoofdzaak en verzoekt de rechtbank 2D niet ontvankelijk te verklaren in haar vordering dan wel de vordering van 2D af te wijzen met veroordeling van 2D in proceskosten te vermeerderen met rente.
3.2
In (voorwaardelijke) reconventie
3.2.1
Mistral vordert, onder de voorwaarde dat de rechtbank van oordeel is dat Overeenkomst II van toepassing is en dat 2D door contractovername in de rechtspositie van [naam 1] is getreden:
2D te veroordelen tot vergoeding van de schade aan Mistral ter hoogte van € 129.308,82, te betalen binnen 14 dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 april 2025 tot aan de dag van betaling;
2D te veroordelen tot betaling aan Mistral van een bedrag van € 224.847,00 wegens teveel betaald honorarium, te betalen binnen 14 dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 april 2025 tot aan de dag van betaling.
2D te veroordelen tot betaling aan Mistral van € 3.545,78 voor buitengerechtelijke incassokosten, te betalen binnen 14 dagen na dit vonnis, en indien niet tijdig betaald te vermeerderen met de wettelijke rente tot aan de dag van betaling.
Tevens vordert Mistral om 2D te veroordelen in de proceskosten te vermeerderen met rente.
3.2.2 2
D betwist de vordering van Mistral en verzoekt de rechtbank Mistral in haar vordering niet ontvankelijk te verklaren dan wel de vordering van Mistral af te wijzen, met veroordeling van Mistral in de proceskosten te vermeerderen met rente.
3.2.3
Op de stellingen van partijen wordt, voor zover nodig, hierna ingegaan.

4.De beoordeling

4.1
Inleiding
4.1.1
De rechtbank heeft reeds eerder beslist dat zij de incidentele vordering tegelijkertijd met de hoofdzaak zou behandelen. Omdat de incidentele vordering verband houdt met een van de geschilpunten uit de hoofdzaak, te weten de winstdeling, zal de rechtbank de incidentele vordering bespreken bij haar beoordeling van dat geschilpunt.
4.1.2
Vast staat dat partijen een samenwerkingsrelatie hadden, die op 31 oktober 2022 is beëindigd. In deze procedure gaat het over de vraag of deze samenwerkingsrelatie - en daarmee ook de beëindiging daarvan - wordt beheerst door de in de e-mail van
12 november 2019 vastgelegde afspraken (Overeenkomst I) of de afspraken uit de schriftelijke overeenkomst van opdracht met ingangsdatum 1 oktober 2019 (Overeenkomst II). Daarnaast is in geschil hoe de afspraken moeten worden uitgelegd en hoe de beëindiging van de samenwerking op grond van de geldende afspraken moet worden afgewikkeld. 2D stelt - samengevat - nog recht te hebben op betaling van honorarium over de opzegtermijn, de winstdelingscomponent en een beëindigingsvergoeding. Daarbij baseert 2D zich primair op Overeenkomst II en subsidiair op Overeenkomst I. Mistral betwist dit gemotiveerd en vordert in reconventie vergoeding van geleden schade en terugbetaling van onverschuldigd aan 2D betaalde bedragen.
4.1.3
De rechtbank zal allereerst ingaan op de vraag of Overeenkomst II rechtsgeldig tussen partijen tot stand is gekomen.
4.2
Is Overeenkomst II rechtsgeldig tot stand gekomen?
4.2.1 2
D baseert haar vordering primair op de bepalingen uit Overeenkomst II. 2D stelt dat Overeenkomst II in het najaar van 2020 is opgesteld en ondertekend, maar dat daarbij is afgesproken dat de afspraken met terugwerkende kracht per 1 oktober 2019 gelden. Daarom is de datum van overeenstemming en ondertekening onderaan de overeenkomst op 1 oktober 2019 gezet. Ter onderbouwing legt 2D een e-mail van [naam 1] aan advocaat mr. Beekman van 29 september 2020 met als bijlage een concept van Overeenkomst II over. Daarnaast legt [naam 1] een e-mailwisseling van 6 en 7 oktober 2020 over, waarin [naam 2] op verzoek van [naam 1] de door [naam 2] ondertekende Overeenkomst II (al dan niet opnieuw) naar [naam 1] stuurt.
4.2.2
Mistral voert bij wijze van verweer aan dat Overeenkomst II buitengerechtelijk is vernietigd met verwijzing naar artikel 3:34 BW Pro. Mistral voert daarvoor aan dat [naam 2] een geestelijke stoornis had op het moment van het aangaan van Overeenkomst II, waardoor zijn wil tot het verrichten van de rechtshandeling wordt geacht te hebben ontbroken. Mistral wijst erop dat de overeenkomst als datum van ondertekening 1 september 2019 vermeldt. Ter onderbouwing legt Mistral een tijdlijn van zijn psychische klachten over (productie 7 bij conclusie van antwoord) en de hiervoor onder 2.8 en 2.10 genoemde medische verklaringen van 2 augustus en 12 november 2019.
4.2.3 2
D stelt dat Overeenkomst II niet op 1 september 2019 maar pas in het najaar van 2020 is gesloten en de rechtbank acht dit voldoende onderbouwd. Op 29 september 2020 stuurt [naam 1] een ontwerp van de overeenkomst aan zijn advocaat mr. Beekman met het verzoek het ontwerp te beoordelen (productie 26 bij dagvaarding). Op 6 oktober 2020 stuurt [naam 1] een e-mail aan [naam 2] , waarin hij bericht dat hij de originele door [naam 2] getekende overeenkomst niet kan vinden en waarin hij [naam 2] vraagt of [naam 2] een kopie heeft of anders de overeenkomst nog een keer kan tekenen en aan [naam 1] kan sturen. Als bijlage bij de e-mail van 6 oktober 2020 is een door [naam 1] getekende overeenkomst gevoegd (producties 13 en 27 bij dagvaarding). Op 7 oktober 2020 stuurt [naam 2] een (alleen) door hem getekende overeenkomst aan [naam 1] (bijlage 6 van productie 19 bij dagvaarding). Uit genoemde stukken in onderlinge samenhang valt af te leiden dat [naam 1] en [naam 2] de overeenkomst tussen 29 september 2020 en 6 oktober 2020 getekend hebben en in die periode de overeenkomst gesloten hebben.
4.2.4
Gezien het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het door Mistral gedane beroep op vernietiging wegens het ontbreken van de wil niet slaagt. Mistral heeft immers onvoldoende onderbouwd dat er op het moment van het aangaan van Overeenkomst II, dus tussen 29 september 2020 en 7 oktober 2020, sprake was van een geestesstoornis. Uit de overgelegde medische verklaringen volgt dit niet en de in het geding gebrachte tijdlijn is zonder aanvullende (medische) informatie in dit opzicht onvoldoende. Hetzelfde geldt voor het bericht dat [naam 1] op 15 augustus 2022 aan [naam 2] heeft gestuurd (productie 12 bij conclusie van antwoord). Daarin schetst [naam 1] een beeld van de wrakke geestelijke toestand van [naam 2] , waarbij hij onder meer wijst op de psychose waaraan [naam 2] leed en diens gedwongen opname. Die laatste twee elementen zijn in zoverre hier niet relevant, omdat de overeenkomst geruime tijd nadien gesloten is. Voor het overige is met de visie van [naam 1] op de toestand van [naam 2] het bestaan van het gestelde wilsgebrek nog niet aangetoond.
4.2.5
Mistral doet ook nog een beroep op vernietiging wegens bedrog of misbruik van omstandigheden (artikel 3:44, eerste lid, BW). Ter onderbouwing verwijst Mistral naar enerzijds de mentale gezondheidsklachten van [naam 2] en anderzijds naar de afspraken die [naam 1] met [naam 2] maakte in een tijd dat deze klachten speelden. De rechtbank overweegt als volgt. Voor zover hetgeen Mistral ter onderbouwing van de mentale gezondheidsklachten aandraagt kan volstaan om deze klachten aan te tonen, heeft Mistral onvoldoende onderbouwd dat het maken van afspraken door [naam 1] met [naam 2] ten tijde van het bestaan van deze klachten bedrog of misbruik van omstandigheden aan de zijde van eerstgenoemde oplevert. Mistral zou hebben moeten aantonen dat [naam 1] met het oog op het maken van die afspraken onjuiste mededelingen gedaan heeft, iets verzwegen heeft of een ander kunstgreep toegepast heeft (in geval van bedrog) dan wel op het maken van die afspraken aangestuurd heeft terwijl hij wist dat [naam 2] door diens geestestoestand gebracht werd tot het maken van die afspraken en wetenschap van [naam 1] over de geestestoestand van [naam 2] hem daarvan zou moeten hebben weerhouden (in geval van misbruik van omstandigheden). Mistral heeft het één noch het ander gedaan. Ook hier leidt de e-mail van [naam 1] aan [naam 2] van 15 augustus 2022 niet tot een andere conclusie.
Dat [naam 1] op de hoogte was van de geestelijke gezondheidstoestand van [naam 2] betekent immers nog niet dat [naam 1] daar misbruik van gemaakt heeft bij het sluiten van de overeenkomst.
4.2.6
De conclusie van de rechtbank is dus dat Overeenkomst II tussen [naam 1] en Mistral rechtsgeldig tot stand is gekomen.
De contractovername van Overeenkomst II
4.2.7 2
D stelt dat zij de rechten en verplichtingen uit Overeenkomst II van [naam 1] heeft overgenomen. Ter onderbouwing legt 2D de cessieovereenkomst van 31 december 2021 tussen [naam 1] en 2D over. Volgens 2D is dit weliswaar een cessieovereenkomst genoemd, maar hebben partijen beoogd de gehele rechtsverhouding tussen [naam 1] en Mistral over te dragen op 2D. Volgens 2D heeft Mistral ook medewerking aan deze contractovername verleend, omdat Mistral in artikel 3 onder Pro g van Overeenkomst II reeds heeft ingestemd met een eventuele toekomstige contractovername.
4.2.8
Mistral weerspreekt niet dat de cessieovereenkomst moet worden gelezen als een overeenkomst waarbij alle rechten en plichten van [naam 1] op Mistral worden overgedragen aan 2D. Mistral weerspreekt ook niet dat zij vanaf januari 2022 de op grond van Overeenkomst II verschuldigde fee aan 2D in plaats van [naam 1] heeft betaald. Mistral betwist wel dat de contractovername rechtsgeldig heeft plaatsgevonden. [naam 1] heeft Mistral namelijk niet tijdig over de contractovername geïnformeerd, terwijl dit wel door artikel 3 sub g van Pro Overeenkomst II wordt vereist, aldus Mistral.
4.2.9
De rechtbank overweegt dat voor contractovername op grond van artikel 6:159 BW Pro twee vereisten gelden, namelijk dat de contractovername plaatsvindt bij akte en dat de wederpartij medewerking verleent. Vast staat dat aan het vereiste van de akte is voldaan, aangezien [naam 1] bij schriftelijke overeenkomst van 31 december 2021 haar rechten en verplichtingen uit hoofde van Overeenkomst II met Mistral aan 2D heeft overgedragen. Aan het vereiste van medewerking van de wederpartij is naar het oordeel van de rechtbank ook voldaan. Deze medewerking is immers vormvrij en kan schriftelijk, mondeling en stilzwijgend en zowel vooraf als achteraf worden verleend. In dit geval heeft Mistral in artikel 3 sub g van Pro Overeenkomst II reeds bij voorbaat schriftelijk haar medewerking aan [naam 1] verleend om de overeenkomst, indien [naam 1] dat wenst, in een andere rechtsvorm voort te zetten. En voor zover niet aan de aanvullend in artikel 3 sub g gestelde Pro eis van “tijdig informeren” door 2D is voldaan, staat vast dat Mistral haar medewerking ook feitelijk heeft verleend, door na de contractovername de door 2D voor de fee gestuurde facturen te betalen. Aan het vereiste van medewerking is dus voldaan.
4.2.10
De conclusie van de rechtbank is dat 2D de rechten en verplichtingen uit Overeenkomst II rechtsgeldig van [naam 1] heeft overgenomen. Dat betekent dat de samenwerking - en dus ook de beëindiging daarvan - tussen partijen wordt beheerst door de inhoud van Overeenkomst II. De rechtbank zal voor recht verklaren dat Overeenkomst II tussen [naam 1] en Mistral rechtsgeldig tot stand is gekomen en dat 2D in de rechtspositie van [naam 1] is getreden.
4.3
Wat houdt Overeenkomst II in?
4.3.1
Tussen partijen staat niet ter discussie dat de beloning van 2D gedurende de overeenkomst op grond van artikel 3 sub a van Pro Overeenkomst II bestaat uit twee componenten:
  • Het vaste honorarium van € 180.000,00 per jaar.
  • De winstdelingscomponent van 10% van de jaarlijkse geconsolideerde winst van Mistral.
4.3.2
Tussen partijen staat ook niet ter discussie dat beide partijen op grond van artikel 5 sub b de Pro overeenkomst kunnen opzeggen met een opzegtermijn van zes maanden. De gevolgen van een dergelijke opzegging door Mistral zijn vervolgens geregeld in artikel 5 sub Pro d. Partijen twisten wel over de vraag hoe artikel 5 sub d moet Pro worden uitgelegd.
4.3.3 2
D stelt dat artikel 5 sub d zo Pro moet worden uitgelegd dat 2D bij tussentijdse opzegging door Mistral van Overeenkomst II recht heeft op:
  • betaling van een beëindigingsvergoeding van 85% van het honorarium over de resterende periode van de aangegane duur van de overeenkomst (tot 1 oktober 2029),
  • betaling van de winstdelingscomponent van 10% van de geconsolideerde jaarrekening van Mistral voor de resterende periode van de aangegane duur van de overeenkomt (tot 1 oktober 2029).
4.3.4
Mistral betwist dit en meent dat 2D artikel 5 sub d onjuist Pro uitlegt. Volgens Mistral heeft 2D ten eerste op grond van de letterlijke tekst van artikel 5 sub Pro d (in het bijzonder de woorden
“voor zover dat voortvloeit uit art. 7:411 BW Pro) alleen recht op de beëindigingsvergoeding als artikel 7:411 BW Pro daarvoor een grondslag biedt. Mistral voegt daaraan toe dat artikel 7:411 BW Pro niet op de tussen partijen bestaande overeenkomst van toepassing is, zodat 2D geen recht heeft op een beëindigingsvergoeding op grond van artikel 5 sub d van Pro Overeenkomst II. Mistral voert ten tweede aan dat uit de bewoording van artikel 5 sub Pro d (in het bijzonder de woorden
“exclusief de winstdeling”) volgt dat na het verstrijken van de opzegtermijn geen winstdelingscomponent bij wijze van beëindigingsvergoeding behoeft te worden doorbetaald.
4.3.5
De rechtbank is van oordeel dat 2D onvoldoende heeft onderbouwd dat artikel 5 sub d aldus Pro moet worden uitgelegd dat de winstdelingscomponent bij wijze van overeengekomen beëindigingsvergoeding moet worden doorbetaald tot 1 oktober 2029. De tekst van artikel 5 sub d duidt Pro immers op het tegendeel.
4.3.6
Met betrekking tot de verwijzing in artikel 5 sub d naar Pro artikel 7:411 BW Pro overweegt de rechtbank als volgt. Artikel 7:411 BW Pro ziet op de overeenkomst van opdracht die eindigt voordat de opdracht is volbracht of voordat de tijd waarvoor zij is verleend is verstreken, terwijl de verschuldigdheid van het loon afhankelijk is van de volbrenging van de opdracht of de verstrijking van die tijd. Deze situatie is hier niet aan de orde. Op grond van Overeenkomst II diende 2D immers tegen een jaarlijkse beloning (voortdurende) werkzaamheden voor Mistral te verrichten, terwijl de overeenkomst aangegaan was voor een periode van tien jaar en stilzwijgend verlengd werd. De rechtbank volgt Mistral hier niet. In haar lezing zou 2D, gezien het niet van toepassing zijn van artikel 7:411 BW Pro op Overeenkomst II, nimmer recht hebben op een vergoeding als bedoeld in artikel 5 sub d van Pro die overeenkomst. Dat partijen dat hebben bedoeld heeft Mistral niet onderbouwd. Naar het oordeel van de rechtbank moet artikel 5 sub d worden Pro gelezen als de tussen partijen overeengekomen beëindigingsvergoeding c.q. schadevergoeding indien de overeenkomst wordt opgezegd, zonder dat (aanvullend) is vereist dat artikel 7:411 BW Pro een grondslag voor schadevergoeding biedt.
4.4
Hoe moet Overeenkomst II worden nagekomen?
4.4.1
De volgende vraag die de rechtbank moet beantwoorden is hoe Overeenkomst II moet worden afgewikkeld nu de samenwerking is geëindigd. De rechtbank stelt voorop dat Overeenkomst II op 31 oktober 2022 tegen 1 januari 2023 is opgezegd door Mistral. Partijen gaan er immers beide van uit dat de brief van 31 oktober 2022 waarin Mistral Overeenkomst II heeft vernietigd, moet worden beschouwd als een opzegging indien de vernietiging geen stand houdt. Partijen hebben zich na 31 oktober 2022 ook gedragen als ware Overeenkomst II beëindigd. De rechtbank gaat hierna in op de financiële gevolgen van de opzegging van Overeenkomst II door Mistral.
De vorderingen van 2D
Het honorarium over de opzegtermijn
4.4.2
Tussen partijen is niet in geschil dat het honorarium bestond uit een maandelijkse fee van € 15.000,00 en dat het honorarium vanaf de aanvang van de overeenkomst op 1 oktober 2019 tot en met 31 december 2022 is betaald. Gelet op het feit dat Overeenkomst II op 31 oktober 2022 is opgezegd en de contractuele opzegtermijn zes maanden bedraagt, is de rechtbank van oordeel dat het honorarium over de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 april 2023 nog moet worden betaald. De rechtbank zal daarom in conventie een bedrag van € 60.000,00 wegens verschuldigd honorarium over de resterende opzegtermijn toewijzen.
De winstdelingscomponent en de incidentele vordering
4.4.3
Tussen partijen is niet in geschil dat de overeengekomen winstdelingscomponent over 2019 al is betaald. Gelet op het feit dat Overeenkomst II op 31 oktober 2022 is opgezegd en de contractuele opzegtermijn zes maanden bedraagt, is de rechtbank van oordeel dat de winstdelingscomponent over de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 april 2023 nog moet worden betaald.
4.4.4
Om de hoogte van de verschuldigde winstdelingscomponent te kunnen berekenen heeft 2D bij incidentele vordering inzage in gegevens en bescheiden gevorderd. Mistral verzet zich hiertegen en voert aan dat 2D onvoldoende belang bij afschrift en inzage van de bescheiden heeft. 2D is immers uit hoofde van zijn voormalige functie op de hoogte van de winst- en verliescijfers en beschikt bovendien over het rapport van [bedrijf 1] van 31 mei 2024, waarin de winst- en verliescijfers over de jaren 2019 tot en met 2022 staan. De hoogte van de winstdelingscomponent kan dus al worden bepaald en bedraagt nihil, aldus Mistral. Ter onderbouwing legt Mistral het rapport van [bedrijf 1] over. Mistral voert ten slotte aan dat er sprake is van gewichtige redenen die zich tegen afschrift en inzage verzetten, omdat de gegevens concurrentiegevoelige informatie bevatten terwijl 2D en Mistral in dezelfde branche actief zijn.
4.4.5
De rechtbank is van oordeel dat een geslaagd beroep op het inzagerecht van artikel 194 Rv Pro vereist dat (i) sprake is van een verzoek van een partij bij een rechtsbetrekking, (ii) de verlangde informatie voldoende is bepaald en (iii) de verzoekende partij voldoende belang heeft bij haar verzoek. Niet in geschil is dat aan de vereisten i en ii is voldaan.
De rechtbank is van oordeel dat ook aan vereiste iii is voldaan. Op grond van artikel 3 sub c van Pro Overeenkomst II heeft 2D recht op 10% van de jaarlijks geconsolideerde winst, waarbij bepaalde componenten gerelateerd aan specifieke vennootschappen buiten beschouwing blijven. De rechtbank is van oordeel dat 2D voldoende belang heeft bij inzage in de jaarrekeningen en de daaraan ten grondslag liggende grootboekkaarten en audit-files, zodat zij haar winstdelingscomponent kan berekenen. Daarbij heeft te gelden dat genoemde grootboekkaarten en audit-files dienen om de juistheid van de jaarrekeningen na te gaan. Het door Mistral verstrekte rapport van [bedrijf 1] biedt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende inzicht in de onderliggende berekening van de winstdeling en de juistheid daarvan. Dit wordt bevestigd door de discrepantie die bestaat tussen de conclusie van het rapport met betrekking tot 2019 en het door Mistral genomen aandeelhoudersbesluit. [bedrijf 1] komt in het rapport tot de conclusie dat het winstaandeel van 2D negatief is, terwijl de winst over 2019 bij aandeelhoudersbesluit van 17 augustus 2021 juist is vastgesteld op € 1.102.804,00 en de uitbetaling van het winstaandeel aan 2D destijds ook is goedgekeurd voor een bedrag van € 110.280,40. De rechtbank is dus van oordeel dat 2D voldoende belang heeft bij het verzoek tot inzage.
4.4.6
Dat er sprake is van gewichtige redenen die zich tegen inzage verzetten is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gebleken. Temeer nu de winstdelingscomponent (en daarmee de winst- en verliescijfers) enkel zien op de jaren 2020 tot en met 2022 en een deel van het jaar 2023. Dat zijn de jaren waarin 2D in opdracht voor Mistral heeft gewerkt en dus al op de hoogte is van de vermeende concurrentiegevoelige informatie.
4.4.7
De rechtbank zal het verzoek in het incident onder I kortom toewijzen, met dien verstande dat Mistral alleen inzage in de jaarrekeningen en de daaraan ten grondslag liggende grootboekkaarten en audit-files behoeft te geven voor zover deze betrekking hebben op de jaren 2020 tot en met 2023. Hoewel dat niet met zoveel woorden in de vordering onder I staat begrijpt de rechtbank, mede gezien de samenhang met het onder II gevorderde, deze vordering zo, dat 2D bedoeld heeft te vorderen dat de rechtbank Mistral gebiedt niet alleen de genoemde jaarrekeningen, maar ook de genoemde grootboekkaarten en audit-files in het geding te brengen. De rechtbank ziet daarnaast aanleiding om de gevorderde dwangsom op te leggen als prikkel voor Mistral om aan de beslissing te voldoen. De rechtbank wijst de dwangsom toe zoals gevorderd. Met het oog op de voortgang van de procedure zal de rechtbank bepalen dat 2D genoemde stukken uiterlijk 12 augustus 2026 in het geding moet brengen.
4.4.8
Het verzoek in het incident onder II wordt afgewezen, gelet op het oordeel in 4.4.3 dat Mistral alleen de winstdelingscomponent over de jaren tot en met april 2023 verschuldigd is.
4.4.9
Omdat de vorderingen in incident in overwegende mate worden toegewezen, ziet de rechtbank reden om Mistral in de kosten te veroordelen. Vanwege samenhang met de hoofdzaak worden de kosten aan de zijde van 2D begroot op nihil.
De beëindigingsvergoeding
4.4.10 2
D vordert ook een beëindigingsvergoeding op grond van Overeenkomst II. Omdat de beoordeling door de rechtbank daarvan samenhangt met haar beoordeling van de vorderingen in reconventie, zal deze vordering aan de orde komen na de beoordeling van de reconventionele vorderingen.
De reconventionele vorderingen van Mistral
4.4.11
Aangezien de rechtbank tot het oordeel komt dat Overeenkomst II tussen Mistral en [naam 1] rechtsgeldig tot stand is gekomen en 2D deze overeenkomst heeft overgenomen, is aan de voorwaarde voor het beoordelen van de vordering in reconventie voldaan.
De vordering op grond van onverschuldigde betaling
4.4.12
Mistral stelt een bedrag van € 224.847,00 onverschuldigd aan 2D te hebben betaald. Volgens Mistral heeft zij over de jaren 2019 tot en met 2022 in totaal € 535.695,00 betaald aan 2D, terwijl uit het rapport van [bedrijf 1] volgt dat het verschuldigde honorarium over de jaren 2019 tot en met 2022 en de verschuldigde winstdelingscomponent over 2019 tezamen maar € 310.848,00 bedraagt.
4.4.13
De rechtbank overweegt dat het antwoord op de vraag of Mistral over de jaren 2019 tot en met 2022 onverschuldigde betalingen aan 2D heeft gedaan samenhangt met de vraag wat het verschuldigde winstaandeel van 2D over de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 april 2023 is. Zoals hiervoor overwogen wijst de rechtbank de vordering van 2D tot inzage in de bescheiden toe, zodat de hoogte van het winstaandeel kan worden berekend. De rechtbank zal daarom de beslissing op de reconventionele vordering op grond van onverschuldigde betaling aanhouden.
De vordering op grond van wanprestatie
4.4.14
Mistral vordert in reconventie tevens betaling van € 129.308,82 wegens schadevergoeding als gevolg van wanprestatie. Mistral stelt dat 2D op een vijftal punten tekort is geschoten in haar verplichting om zich als goed opdrachtnemer en behartiger van de belangen van Mistral te gedragen. Mistral heeft daardoor schade geleden.
4.4.15
Tussen partijen is niet in geschil dat in geval van wanprestatie door [naam 1] , 2D hiervoor aansprakelijk is als gevolg van de contractovername van 31 december 2021. Mistral heeft de volgende vijf gedragingen (a tot en met e) van [naam 1] ten grondslag gelegd aan haar vordering:
a) Baden Powellweg
4.4.16
Mistral stelt dat zij en BST Vastgoed ieder 50% aandeelhouder was van BAST Vastgoed B.V, een vennootschap die zich bezighield met de ontwikkeling van het vastgoedproject Baden Powellweg 263. Op 26 september 2019 heeft [naam 1] in privé in dit project geparticipeerd door een appartement te kopen voor een koopprijs van € 155.000,00. Op 21 december 2020 hebben twee aandeelhouders van BST Vastgoed (de heren [naam 3] en [naam 4] ) ieder geparticipeerd door een appartement te kopen voor een koopprijs van
€ 199.000,00. Omdat was overeengekomen dat iedereen voor hetzelfde bedrag zou participeren voelden de twee aandeelhouders van BST Vastgoed zich benadeeld. Zij betaalden immers meer voor de participatie dan [naam 1] . Ter compensatie bood [naam 1] aan om de managementvergoeding van Mistral met € 84.000,00 te verlagen. Hierdoor heeft Mistral een nadeel van € 42.000,00 geleden. Mistral legt ter onderbouwing de facturen van de managementvergoedingen van Mistral, de verklaring van de heer [naam 3] en een berekening van het nadeel van € 42.000,00 over. [naam 1] betwist de gestelde feitelijke gang van zaken niet, maar betwist wel dat sprake is van wanprestatie. Hij voert aan dat hij met de beste intenties en indachtig de oorspronkelijke relatie en de aard van de relatie met de heren [naam 3] heeft gehandeld.
4.4.17
Vast staat dat [naam 1] het verschil in aankoopprijs c.q. participatie in het project heeft gecompenseerd door de managementvergoeding van Mistral in het project te verlagen. Mistral berekent het door haar geleden nadeel als volgt. De verkoopopbrengst van de appartementen was € 553.000,00 (1 x € 155.000,00 + 2 x € 199.000,00). Na aftrek
van € 252.000,00 aan fee resteert een bedrag van € 301.000,00, waarvan de helft
(€ 150.500,00) aan Mistral toekomt. Samen met haar management fee ter hoogte
van € 126.000,00 is dat een bedrag van € 276.500,00 dat Mistral toekomt. Indien de fee met € 84.000,00 vermindert is de winst € 553.000,00 -/- € 168.000,00 = € 385.000,00. De helft daarvan (€ 192.500,00) komt Mistral toe. Dat bedrag vermeerderd met het bedrag aan fee dat voor Mistral resteert (€ 42.000,00) levert een bedrag van € 234.500,00 op. Dat is € 42.000 minder dat het hiervoor genoemd bedrag van € 276.500,00. Volgens 2D zou in de oorspronkelijke situatie - met handhaving van een fee ter hoogte van € 126.000,00 voor Mistral - het aandeel in de winst van Mistral en haar opbrengst lager uitgevallen zijn dan in de situatie, waarin de fee met € 84.000,00 verminderd is. De rechtbank kan dit echter niet uit de berekening die 2D in haar conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie onder randnummer 60 e.v. heeft opgenomen afleiden. De rechtbank stelt vast dat Mistral daarentegen een correcte vergelijking gemaakt heeft tussen de situatie die zich daadwerkelijk voorgedaan heeft en de situatie waarin het verweten feit – de korting op de fee – zich niet voorgaan zou hebben. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Mistral op die wijze voldoende onderbouwd dat [naam 1] daarmee tekort is geschoten in zijn verplichting om als goed opdrachtnemer de belangen van Mistral te behartigen. De rechtbank zal de vordering van Mistral op dit punt dan ook toewijzen tot een bedrag van € 42.000,00.
b) Verzekeringen bedrijfsgebouw Zaagstraat
4.4.18
Mistral stelt dat [naam 1] een bedrag van € 14.109,82 aan verzekeringspremies voor een bedrijfsgebouw van één van zijn eigen ondernemingen door Mistral heeft laten betalen. [naam 1] erkent dit, maar stelt dat het destijds volgens de Rabobank makkelijker was om de verzekering via Mistral te laten lopen en dat hij altijd voornemens is geweest om dit terug te betalen.
4.4.19
De rechtbank overweegt dat aldus vast staat dat [naam 1] lange tijd de verzekeringspremies ten behoeve van een van zijn ondernemingen door Mistral heeft laten betalen. Wat ook zij van het “gemak” van deze constructie of het advies van de Rabobank: door Mistral destijds niet (maandelijks) te compenseren voor deze premies of de premies later terug te betalen, is de rechtbank van oordeel dat [naam 1] is tekortgeschoten in zijn verplichting om zich als goed opdrachtnemer te gedragen. Mistral heeft daardoor schade geleden. De rechtbank wijst de vordering van € 14.109,82 daarom toe.
c) Kosten Privatescan
4.4.20
Mistral stelt dat [naam 1] in privé een bodyscan door Privatescan heeft laten uitvoeren en door Mistral heeft laten betalen. Ter onderbouwing legt Mistral de factuur van deze bodyscan over. Volgens Mistral heeft [naam 1] daarmee wanprestatie gepleegd. 2D betwist dat er sprake is van wanprestatie. [naam 1] heeft opdracht gegeven tot het uitvoeren van een bodyscan, maar toen [naam 2] dit vernam wilde [naam 2] de factuur via Mistral betalen. [naam 2] had [naam 1] namelijk ook geadviseerd om, net als hij, gebruik te maken van Privatescan. 2D legt ter onderbouwing facturen van Privatescan over, waaruit volgt dat de factuur eerst op naam van [naam 1] stond en vervolgens is gewijzigd naar Mistral, waarna [naam 1] een creditfactuur ontving.
4.4.21
De rechtbank is van oordeel dat Mistral haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd. Gelet op de gemotiveerde en onderbouwde betwisting door [naam 1] , had Mistral naar het oordeel van de rechtbank nader moeten onderbouwen dat [naam 1] deze privékosten zonder toestemming vanuit Mistral voldeed en daarmee in zijn verplichtingen tekort schoot. De rechtbank wijst de vordering op dit punt dus af.
d) Kickbackfees [naam 5]
4.4.22
Mistral stelt dat [naam 1] wanprestatie heeft gepleegd, omdat [naam 1] voor twee projecten van Mistral op Ibiza architect [naam 5] heeft ingeschakeld, waarna de onderneming van de partner van [naam 1] tweemaal een kickbackfee (aandraagbonus) van [naam 5] ontving. Volgens Mistral leidt deze gang van zaken tot de conclusie dat de werkzaamheden van [naam 5] voor Mistral voor het bedrag van deze aandraagbonussen (in totaal € 10.300,00) minder hadden kunnen worden uitgevoerd. Volgens Mistral is zij dus benadeeld door [naam 1] en heeft [naam 1] de onderneming van zijn vrouw bevoordeeld. Ter onderbouwing legt Mistral de facturen van de aandraagbonussen aan de onderneming van de partner van [naam 1] van 27 december 2018 en 11 september 2020 en een verklaring van [naam 5] over.
4.4.23 2
D betwist de vordering en voert aan dat deze projecten niet van Mistral waren, maar dat Mistral alleen een lening heeft verstrekt. Volgens 2D is Mistral als financier niet benadeeld door de feitelijke gang van zaken. Bovendien dateren de projecten uit 2018 en daarmee vallen ze buiten het bereik van Overeenkomst II, want die is op 1 oktober 2019 aangevangen.
4.4.24
De rechtbank overweegt dat Mistral haar vordering baseert op wanprestatie in de uitvoering van Overeenkomst II, meer specifiek het tekortschieten in het betrachten van de zorg als goed opdrachtnemer. De rechtbank wijst het deel van de vordering dat op de aandraagbonus van 27 december 2018 ziet af, omdat dit buiten het temporele bereik van Overeenkomst II valt. De rechtbank wijst het deel van de vordering dat op de aandraagbonus van 11 september 2020 ziet eveneens af. Mistral weerspreekt niet dat zij als financier bij het project op Ibiza betrokken was. Weliswaar is komen vast te staan dat [naam 1] Mistral c.q. [naam 2] niet heeft verteld over de betaling van de aandraagbonus door [naam 5] aan de onderneming van zijn vrouw, maar gelet op het feit dat Mistral slechts als financier bij dit project betrokken was, acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd dat Mistral hierdoor is benadeeld althans schade heeft geleden.
e) Commissieafspraken Basanthi
4.4.25
Mistral stelt dat [naam 1] [naam 2] een bedrag van € 18.200,00 aan [bedrijf 2] B.V. heeft laten betalen wegens bemiddelingskosten voor een financiering van Mistral bij de Volksbank in Gronau. [naam 1] heeft [naam 2] echter niet geïnformeerd over het feit dat deze bemiddelingskosten vervolgens verder zijn verdeeld, waarbij een bedrag van € 15.200,00 is doorbetaald aan de onderneming van de partner van [naam 1] . Volgens Mistral heeft [naam 6] daarmee wanprestatie gepleegd, als gevolg waarvan Mistral € 18.200,00 schade heeft geleden.
4.4.26 2
D betwist dit en voert aan dat dit zich heeft afgespeeld in 2018, dus voor de inwerkingtreding van Overeenkomst II. Mistral weerspreekt dit niet.
4.4.27
De rechtbank overweegt dat Mistral haar vordering baseert op wanprestatie door 2D in de uitvoering van Overeenkomst II. Nu vast staat dat de door Mistral aan de vordering ten grondslag gelegde feiten zich hebben afgespeeld voordat Overeenkomst II tussen partijen gold, oordeelt de rechtbank dat voor toewijzing van dit deel van de vordering geen grondslag te vinden is in tekortschieten in de nakoming van verplichtingen uit de tussen partijen gesloten overeenkomst.
4.4.28
De rechtbank is van oordeel dat er geen aanleiding bestaat om de vorderingen van Mistral in verband met de “kosten Privatescan” (c), “kickbackfees [naam 5] ” (d) en “commissieafspraken Basanthi”(e) toe te wijzen op grond van onrechtmatig handelen ex artikel 6:162 BW Pro. Mistral heeft het gestelde onrechtmatig handelen immers niet onderbouwd, ook niet na vragen daarover tijdens de mondelinge behandeling.
4.4.29
De rechtbank overweegt verder het volgende. Mistral heeft in randnummer 6.27 tot en met 6.30 van haar conclusie van antwoord tevens eis in (voorwaardelijke) reconventie ook nog “diverse nalatigheden” gesteld. De rechtbank oordeelt dat nog afgezien van de vraag op welk rechtsgevolg Mistral precies een beroep doet, de door Mistral gestelde “diverse nalatigheden” onvoldoende zijn onderbouwd.
4.4.30
De rechtbank komt dus tot de slotsom dat 2D slechts ten aanzien van punten a en b gehouden is de door Mistral geleden schade te vergoeden. De rechtbank zal bij eindvonnis dus in totaal een bedrag van € 56.109,82 toewijzen.
Het beroep van 2D op de exoneratieclausule
4.4.31 2
D beroept zich bij wijze van verweer tegen de vordering tot schadevergoeding van Mistral op de exoneratieclausules uit artikel 6 sub Pro c, f en k van Overeenkomst II en meent dat de schadevordering op grond van die exoneratie(s) (gedeeltelijk) moet worden afgewezen. De rechtbank moet onderzoeken in hoeverre dit verweer slaagt met betrekking tot de twee gevallen, waarin 2D gehouden kan zijn schade te vergoeden.
Naar het oordeel van de rechtbank faalt het verweer in beide gevallen . Voor zover 2D heeft willen betogen dat zij niet aansprakelijk is omdat zich geen geval voordoet waarin schade is geleden door een handelen of nalaten die bij een deskundig handelen zou zijn vermeden, is de rechtbank van oordeel dat Mistral voldoende heeft onderbouwd dat wel aan dit vereiste is voldaan. De rechtbank acht vanzelfsprekend dat degene die op deskundige wijze de voor Mistral te verrichten werkzaamheden die vermeld zijn in de onder 2.13 genoemde overeenkomst uitvoert niet ten onrechte het deel van de management fee waar Mistral recht op heeft weggeeft (zie hiervoor onder ‘Baden Powellweg’) en evenmin ten onrechte verzekeringspremie ten laste van Mistral laat komen (zie hiervoor onder ‘Verzekeringen bedrijfsgebouw Zaagstraat’). Voor het overige is de rechtbank van oordeel dat 2D niet aan haar stelplicht heeft voldaan, nu niet is toegelicht of en in hoeverre de in artikel 6 sub Pro c, f en k genoemde beperkingen of vrijwaringen van toepassing zijn en wat de gevolgen zijn. Niet is geconcretiseerd bijvoorbeeld of sprake is van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering (sub c), welke schade als indirecte schade moet worden aangemerkt en waarom (sub f), of dat het gaat om schade aan gelieerde vennootschapen van Mistral (sub k). Het toegewezen schadebedrag is bovendien lager dan het over de laatste zes maanden verschuldigde en betaalde honorarium van € 90.000,00.
4.4.32
Het beroep op de exoneratieclausule slaagt dus niet en de rechtbank zal de vordering in reconventie op grond van wanprestatie voor een bedrag van € 56.109,82 toewijzen.
De wettelijke handelsrente
4.4.33
Mistral vordert de wettelijke handelsrente over de geleden schade wegens wanprestatie vanaf 1 april 2025. 2D heeft de verschuldigdheid van de rente niet betwist. De rechtbank zal de vordering toewijzen, met dien verstande dat de wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 1 april 2025 en niet de handelsrente. De handelsrente is namelijk alleen verschuldigd over de kernprestatie uit een overeenkomst en niet over andere uit een handelsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, zoals schadevergoeding wegens een tekortkoming in de nakoming.
De buitengerechtelijke incassokosten
4.4.34
Mistral heeft ten slotte betaling van buitengerechtelijke incassokosten van
€ 3.545,78 gevorderd. Zij stelt dat zij een advocaat heeft moeten inschakelen voor onder meer het sturen van de brief van 28 maart 2025 en het voeren van de onderhavige procedure. De rechtbank overweegt dat aangezien het gaat om een schadevergoeding, de aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 6:96 lid 2 BW Pro. Het moet in dat geval gaan om kosten die redelijk zijn, in redelijkheid zijn gemaakt en het moet gaan om handelingen die niet vallen onder de gebruikelijke handelingen ter voorbereiding op een procedure. 2D betwist dat de gevorderde kosten betrekking hebben op andere verrichtingen dan die waar de proceskostenvergoeding voor is bedoeld en voert aan dat het (enkel) sturen van een aanmaning, schikkingsvoorstel of het voeren van proceshandelingen onvoldoende is. In het licht van deze betwisting had het op de weg van Mistral gelegen om haar vordering nader te onderbouwen. Nu Mistral dat niet heeft gedaan, wijst de rechtbank de vordering af.
De door 2D gevorderde beëindigingsvergoeding
4.4.35 2
D vordert betaling van een beëindigingsvergoeding van € 1.006.187,50, zijnde 85% van het honorarium over de resterende periode van de aangegane duur van de overeenkomst (tot 1 oktober 2029). 2D baseert haar vordering op artikel 5 sub d van Pro Overeenkomst II.
Is er opzettelijk frauduleus gehandeld?
4.4.36
Mistral beroept zich bij wijze van verweer tegen de gevorderde beëindigingsvergoeding op artikel 5 sub e van Pro Overeenkomst II. Daarin staat dat Mistral niet schadeplichtig is als er sprake is van opzettelijk frauduleus handelen van 2D als opdrachtnemer. Mistral stelt dat de handelingen van 2D zoals hiervoor beschreven onder a) tot en met e) kwalificeren als opzettelijk frauduleus handelen. 2D betwist dit gemotiveerd.
4.4.37
De rechtbank is van oordeel dat de gedragingen genoemd onder e geen opzettelijk frauduleus handelen in de zin van Overeenkomst II kunnen opleveren, omdat deze gedragingen hebben plaatsgevonden voordat Overeenkomst II tussen partijen gold. Hetzelfde geldt voor een deel van de gedragingen zoals beschreven onder d. Ten aanzien van de gedragingen onder c en d heeft de rechtbank verder geoordeeld dat ze geen wanprestatie opleveren en evenmin anderszins leiden tot gehoudenheid van 2D tot het vergoeden van door Mistral geleden schade. De rechtbank is als gevolg daarvan van oordeel dat zij evenmin als opzettelijk frauduleus handelen kunnen worden aangemerkt.
4.4.38
Ten aanzien van de handelingen zoals beschreven onder a en b (Baden Powellweg en verzekeringen bedrijfsgebouw Zaagstraat), die door de rechtbank wel als wanprestatie zijn gekwalificeerd, overweegt de rechtbank als volgt. In artikel 5 sub e van Pro Overeenkomst II is niet gedefinieerd wat onder “opzettelijk frauduleus handelen” moet worden verstaan. Een tekstuele uitleg van de term “opzettelijk frauduleus handelen” brengt naar het oordeel van de rechtbank evenwel mee dat dit handelen een component moet bevatten van bewuste misleiding bijvoorbeeld door een onjuiste voorstelling van zaken te geven om daar onrechtmatig zelf voordeel mee te behalen of een derde te bevoordelen. De rechtbank oordeelt dat 2D weliswaar uit het oog verloren heeft dat goed onderscheid gemaakt moest worden tussen de belangen van 2D (of [naam 1] ) enerzijds en die van Mistral (of [naam 2] ) anderzijds, maar dat bewuste misleiding ten voordele van 2D niet is komen vast te staan. Daarmee is opzettelijk frauduleus handelen door 2D evenmin vast komen te staan.
Het beroep op 6:248 lid 2 BW door Mistral
4.4.39 2
D vordert betaling van € 1.006.187,50 bij wijze van beëindigingsvergoeding. 2D baseert haar vordering op artikel 5 sub d van Pro Overeenkomst II. 2D licht toe dat zij destijds haar zakelijke activiteiten heeft afgestemd op de samenwerking met Mistral uit hoofde van Overeenkomst II. Zo heeft zij haar onderneming in Polen gestaakt en van veel klanten afscheid genomen. Met het beding in artikel 5 sub d is Pro vooraf beoogd om compensatie voor de schade na opzegging te waarborgen, aldus 2D.
4.4.40
Mistral voert bij wijze van verweer aan dat toewijzing van de gevorderde beëindigingsvergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, omdat deze gekoppeld is aan de lange resterende duur van de initieel overeengekomen looptijd zonder dat er een reële verhouding bestaat tot de daadwerkelijk geleden schade.
4.4.41
De rechtbank stelt voorop dat partijen contractueel een regeling over een beëindigingsvergoeding bij tussentijdse opzegging zijn overeengekomen. Deze regeling houdt in dat een beëindigingsvergoeding is verschuldigd van 85% van het jaarlijkse honorarium voor de gehele resterende periode van de initiële duur van de overeenkomst. Overeenkomst II heeft als aanvangsdatum 1 oktober 2019 en het einde van de initiële looptijd is 1 oktober 2029. Overeenkomst II is op 31 oktober 2022 door Mistral tussentijds opgezegd. De rechtbank moet beoordelen of betaling van de beëindigingsvergoeding ter hoogte van 85% van het overeengekomen honorarium tot 1 oktober 2029 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
4.4.42
De rechtbank overweegt dat het antwoord op de vraag of de redelijkheid en billijkheid aan een beroep op een contractueel beding in de weg staat, af hangt van diverse omstandigheden, zoals de aard en de verdere inhoud van de overeenkomst waarin het beding voorkomt, de maatschappelijke positie en onderlinge verhouding van partijen, de wijze waarop het beding tot stand is gekomen en de mate waarin de wederpartij zich de strekking van het beding bewust is geweest.
4.4.43
De rechtbank acht van belang dat de beëindigingsvergoeding is gekoppeld aan de initiële looptijd van tien jaar, terwijl Overeenkomst II al na een relatief korte periode van drie jaar is opgezegd. Daarnaast is de vergoeding vastgesteld op een hoog percentage, te weten 85%, van het afgesproken honorarium. Relevant is bovendien dat de reden van die opzegging was gelegen in onvrede bij Mistral over het functioneren van 2D in samenhang met een schending van het vertrouwen door [naam 1] c.q. 2D. De rechtbank heeft ook vastgesteld dat 2D tekort is geschoten in de nakoming van Overeenkomst II, als gevolg waarvan 2D schadeplichtig is tegenover Mistral. Weliswaar is niet komen vast te staan dat opzettelijk frauduleus is gehandeld, maar uit het handelen van 2D blijkt wel dat zij de noodzaak om haar eigen belangen (c.q. die van [naam 1] ) en de belangen van Mistral (c.q. die van [naam 2] ) gescheiden te houden uit het oog verloren heeft en daarbij laatstgenoemde belangen heeft geschaad. Ten slotte betrekt de rechtbank in haar overwegingen dat Mistral stelt dat de beëindigingsvergoeding niet in verhouding staat tot de door [naam 1] daadwerkelijk geleden schade als gevolg van de opzegging. Mistral onderbouwt dit door een lijst in het geding te brengen met entiteiten waar [naam 1] (zakelijk) bij betrokken is geweest in de periode van 12 november 2019 tot 10 augustus 2022, derhalve tijdens de looptijd van Overeenkomst II (productie 13 bij conclusie van antwoord in conventie tevens voorwaardelijke conclusie van eis in reconventie). 2D heeft dit slechts weersproken door te stellen dat [naam 1] om werkzaamheden voor Mistral te kunnen verrichten ‘een substantieel deel van zijn overige werkzaamheden binnen andere vennootschappen heeft neergelegd’, maar onderbouwt dit verder niet. De rechtbank kan dan ook niet vaststellen dat [naam 1] een groot deel van zijn zakelijke activiteiten heeft beëindigd bij het aangaan van Overeenkomst II en aldus langdurig zeer forse schade lijdt als gevolg van de opzegging van Overeenkomst II.
4.4.44
Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden is het naar het oordeel van de rechtbank naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat Mistral na de opzegging op 31 oktober 2022 nog tot 1 oktober 2029 85% van het overeengekomen honorarium moet betalen. Dit betekent niet dat het beding helemaal zonder rechtsgevolg blijft. De redelijkheid en billijkheid vereisen in dit geval dat een schadevergoeding verschuldigd is in verband met de gevolgen van de vroegtijdige opzegging van Overeenkomst II. De rechtbank zal de beëindigingsvergoeding op grond van artikel 5 sub d beperken Pro tot betaling van € 180.000,00. Dit komt overeen met 50 % van het honorarium over een periode van twee jaar. De rechtbank zal bij eindvonnis in de hoofdzaak een bedrag van € 180.000,00 toewijzen.
Het beroep op opschorting
4.4.45
Mistral voert ten slotte het verweer dat zij gerechtigd is om eventuele betalingsverplichtingen uit hoofde van Overeenkomst II op te schorten, omdat 2D niet heeft voldaan aan haar verplichting om rekening en verantwoording af te leggen. Ter onderbouwing legt Mistral twee brieven van 24 mei 2024 en 28 maart 2025 over, waarin zij 2D verzoekt om rekening en verantwoording af te leggen. 2D betwist dat zij geen rekening en verantwoording heeft afgelegd. Zij heeft Mistral van de gevraagde stukken voorzien en het is haar niet duidelijk welke concrete vragen er nog leven bij Mistral.
4.4.46
De rechtbank is van oordeel dat het beroep op opschorting niet slaagt. Voor zover er sprake is van gedeeltelijke of niet behoorlijke nakoming van de verplichting om rekening en verantwoording af te leggen, heeft Mistral namelijk onvoldoende onderbouwd dat deze tekortkoming een opschorting van deze omvang rechtvaardigt.
De wettelijke handelsrente
4.4.47
Geconcludeerd is dat Mistral aan 2D nog een bedrag verschuldigd is aan honorarium en dat zij nog winstdeling verschuldigd is over de periode 1 januari 2020 tot en met 30 april 2023. Tevens is geconcludeerd dat Mistral nog een beëindigingsvergoeding moet betalen aan 2D. 2D vordert de wettelijke handelsrente over deze bedragen vanaf 15 februari 2024. Mistral heeft de verschuldigdheid daarvan niet betwist. De rechtbank overweegt dat de wettelijke handelsrente verschuldigd is vanaf het moment dat sprake is van verzuim. Mistral is bij brief van 26 april 2024 in gebreke gesteld voor de betaling van het honorarium, de winstdelingscomponent en de beëindigingsvergoeding. Het verzuim is vervolgens per 2 mei 2024 ingetreden, zodat de rechtbank de wettelijke handelsrente over het toegewezen bedrag vanaf 2 mei 2024 zal toewijzen.
De verklaring voor recht
4.4.48 2
D vordert in haar petitum in de hoofdzaak onder II een verklaring voor recht dat Mistral is tekort geschoten in de uitvoering van Overeenkomst II en gehouden is tot betaling van het honorarium, de winstdeelcomponent en de beëindigingsvergoeding. De rechtbank komt weliswaar tot de conclusie dat Mistral nog een bedrag aan honorarium is verschuldigd, een beëindigingsvergoeding moet betalen en de winstdeling over de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 april 2023 is verschuldigd, maar de beslissingen omtrent de hoogte van de winstdelingscomponent en de beoordeling van de reconventionele vordering van Mistral uit hoofde van onverschuldigde betaling worden aangehouden in verband met de toewijzing van de vordering in het incident. In verband met de samenhang tussen al deze vorderingen, wordt de beslissing op de door 2D gevorderde verklaring voor recht eveneens aangehouden.
4.5
Conclusie
In conventie
In het incident
4.5.1
De rechtbank wijst het verzoek van 2D tot inzage in de gevraagde gegevens ten aanzien van de entiteiten genoemd onder randnummer 62 van de dagvaarding toe, met dien verstande dat alleen inzage over de jaren 2020 tot en met 2023 hoeft te worden gegeven. De rechtbank overweegt dat 2D in het petitum van de dagvaarding weliswaar verwijst naar randnummer 63 van de dagvaarding, maar de rechtbank begrijpt dat 2D heeft bedoeld te verwijzen naar randnummer 62 van de dagvaarding. De rechtbank wijst eveneens de dwangsom toe zoals gevorderd, onder veroordeling van Mistral in de kosten van het incident, aan de zijde van 2D begroot op nihil.
Vervolg van de procedure in conventie
4.5.2
Mistral zal in het incident worden veroordeeld om de in het dictum te noemen stukken in het geding te brengen. De rechtbank zal daarnaast de zaak naar de rol verwijzen voor een door 2D te nemen akte waarin zij de winstdelingscomponent waar zij recht op meent te hebben nader becijfert. Vervolgens zal Mistral bij antwoordakte mogen reageren.
4.5.3
De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden.
In reconventie
4.5.4
De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden.
In conventie en reconventie
4.5.5
De rechtbank ziet op de voet van artikel 332 lid 2 Rv Pro aanleiding om ambtshalve tussentijds hoger beroep tegen dit vonnis toe te staan. Met het uitvoeren van het vonnis in het incident zijn veel werkzaamheden en kosten gemoeid die mogelijk nodeloos zijn als de beslissing op dit punt in een eventueel hoger beroep niet in stand blijft.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1
in conventie
in het incident:
5.1.1
veroordeelt Mistral om uiterlijk 12 augustus 2026 aan 2D inzage te geven in de vennootschappelijke en geconsolideerde jaarrekeningen van de onder randnummer 62 onder A tot en met Y van de dagvaarding genoemde entiteiten, over de jaren 2020 tot en met 2023, alsook de daaraan ten grondslag liggende grootboekkaarten en audit-files, door deze jaarrekeningen, grootboekkaarten en audit-files uiterlijk op de rol van 12 augustus 2026 in het geding te brengen, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag (of dagdeel) dat Mistral daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 250.000,00,
5.1.2
veroordeelt Mistral in de proceskosten van 2D, begroot op nihil,
5.1.3
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad,
5.1.4
wijst het meer of anders gevorderde af,
5.2
in conventie en in reconventie:
in de hoofdzaak:
5.2.1
verwijst de zaak naar de rol van 23 september 2026, voor het nemen van de hiervoor onder 4.5.2. genoemde akte door 2D naar aanleiding van de door Mistral conform 5.1.1. in het geding gebrachte stukken, gevolgd door de rol van 4 november 2026 voor het nemen van de hiervoor onder 4.5.2. genoemde antwoordakte door Mistral,
5.2.2
staat tussentijds hoger beroep toe,
5.2.3
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes, mr. C.A. de Beaufort en mr. N. Wilmink en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.