ECLI:NL:RBOVE:2026:4041

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
12 juli 2026
Zaaknummer
C/08/338353 / HA ZA 25-303
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Wilmink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:97 BWArt. 6:96 lid 2 BWArt. 6:119 BWArt. 150 RvArt. 241 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding schade door illegale stroomafname voor hennepkwekerij toegewezen

Enexis Netbeheer B.V. vordert van de huurder van een pand betaling van schade veroorzaakt door illegale elektriciteitsafname ten behoeve van een hennepkwekerij. De huurder betwist aansprakelijkheid en stelt dat hij geen weet had van de kwekerij en slechts één oogst heeft plaatsgevonden.

De rechtbank stelt vast dat illegale stroomafname heeft plaatsgevonden en dat de huurder als contractant van Enexis een zorgplicht had om toezicht te houden op de elektriciteitsmeter. Door het pand aan derden ter beschikking te stellen en geen toezicht te houden, heeft de huurder deze zorgplicht geschonden.

De rechtbank accepteert de door Enexis onderbouwde schatting van zes volledige oogsten en één onvolledige, gebaseerd op meetgegevens, aangetroffen planten en apparatuur. De vordering tot schadevergoeding van € 79.866,97 wordt toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf 30 mei 2022. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

De huurder wordt tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente over deze kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de huurder tot betaling van € 79.866,97 schadevergoeding wegens illegale stroomafname en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/338353 / HA ZA 25-303
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van
ENEXIS NETBEHEER B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
eisende partij,
hierna te noemen: Enexis,
advocaat: mr. D.P.M. Buysrogge,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. K. Tunç.

1.Samenvatting van de zaak

Enexis vordert van de huurder van een pand betaling van illegaal afgenomen elektriciteit ten behoeve van een hennepkwekerij op grond van wanprestatie of onrechtmatige daad en vergoeding van daardoor geleden schade, onder meer bestaande uit herstel van de meterkast en afhandelingskosten. Enexis heeft haar berekening van de hoeveelheid afgenomen elektriciteit gebaseerd op zes voorgaande oogsten. [gedaagde] betwist de vordering en voert onder meer aan dat er geen sprake is van toerekenbaarheid omdat hij geen weet had van de hennepkwekerij en verder dat er hooguit één keer is geoogst. De rechtbank wijst de vordering toe.

2.De procedure

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de mondelinge behandeling van 7 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1
Enexis verzorgt als netwerkbeheerder het transport van energie en zij beheert de aansluitingen en het netwerk voor elektriciteit en gas in grote delen van Noord-, Oost- en Zuid Nederland.
3.2
Op 30 mei 2022 hebben een politieambtenaar en een fraude-inspecteur van Enexis een inval in een bedrijfspand aan de [adres] (hierna: het pand) gedaan. Daarbij is in twee ruimten een hennepkwekerij aangetroffen. Ook is geconstateerd dat de verzegelde meetinrichting van Enexis is gemanipuleerd. Er is een illegale aansluiting voor de hoofdbeveiliging gemaakt op de aansluitleiding in de hoofdaansluitkast. Ook was er een illegale elektriciteitskabel aangelegd waarmee buiten de elektriciteitsmeter om elektriciteit werd afgenomen.
3.3
[gedaagde] is sinds 10 oktober 2020 huurder van het pand.

4.Het geschil

4.1
Enexis vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 79.866,97, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten. Dit bedrag bestaat uit de volgende posten:
(1) afhandelingskosten € 128,65
(2) opmaken factuur € 85,78
(3) dossierverwerking en aangifte € 128,65
(4) vooronderzoek en dossieraanleg € 64,32
(5) elektriciteitsmeter slim € 57,54
(6) kosten netmetingen € 370,84
(7) uurtarief inspecteur (dag) € 234,00
(8) uurtarief monteur (dag) € 140,00
(9) uurtarief monteur (dag) € 140,00
(10) netwerkkosten elektriciteit: € 2.295,11
(11) verbruik elektriciteit € 76.222,08
4.2
Daarnaast vordert Enexis veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.573,67, vermeerderd met de wettelijke rente.
4.3
Enexis legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] is tekortgeschoten in zijn contractuele dan wel maatschappelijke zorgplicht om als huurder van het pand toezicht op de elektriciteitsmeter te houden. Volgens Enexis is daarmee sprake van wanprestatie dan wel een onrechtmatige daad van [gedaagde].
4.4
[gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Enexis, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Enexis in de kosten van deze procedure.
4.5
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1
Niet in geschil is dat er in het pand dat [gedaagde] huurde illegaal elektriciteit is afgenomen ten behoeve van een hennepkwekerij en dat Enexis hierdoor schade heeft geleden. Partijen verschillen echter van mening of [gedaagde] verantwoordelijk is voor de hieruit voortvloeiende schade.
Schending zorgplicht
5.2
Enexis stelt dat op [gedaagde] een contractuele zorgplicht rustte om toezicht te houden op de elektriciteitsmeter. Dit om te voorkomen dat er ongeregistreerd elektriciteit zou worden verbruikt door manipulatie van de verzegelde elektriciteitsmeter. Nu gebleken is dat er illegaal elektriciteit is afgenomen, staat vast dat [gedaagde] deze zorgplicht heeft geschonden. [gedaagde] is als contractant van Enexis verantwoordelijk voor de schade die hierdoor is ontstaan.
5.3
[gedaagde] betwist de vordering van Enexis en voert primair aan dat op hem geen contractuele zorgplicht jegens Enexis rustte. [gedaagde] erkent dat hij een contract met een energieleverancier had en de maandelijkse voorschotnota’s betaalde, maar een contractuele relatie met Enexis is volgens [gedaagde] niet aangetoond. Subsidiair betwist [gedaagde] dat hij de zorgplicht heeft geschonden. Hij voert daarvoor aan dat hij het pand niet zelf gebruikte. Hij heeft het pand ter beschikking gesteld aan derden, zodat zij daar tuinmeubelen konden verkopen. In ruil daarvoor werden de gokschulden van [gedaagde] kwijtgescholden. De sleutels van het pand zijn door [gedaagde] aan deze derden afgegeven. [gedaagde] stelt dat hij geen weet had van de hennepkwekerij en de illegale afname van elektriciteit en ook geen reden had om dat te vermoeden. [gedaagde] erkent dat hij na de sleutelafgifte niet meer in het pand is geweest en dat hij ook niet op andere wijze heeft getracht toezicht te houden op wat er in en rondom het pand gebeurde.
5.4
Enexis heeft ter zitting van 7 mei 2026 toegelicht dat [gedaagde] door het aangaan van een overeenkomst met een energieleverancier ook een overeenkomst met Enexis als netbeheerder is aangegaan. Dit volgt uit de systematiek van de Elektriciteitswet 1998 en de van toepassing zijnde algemene voorwaarden op de overeenkomst met de energieleverancier. [gedaagde] heeft dit niet weersproken. De rechtbank neemt de argumentatie van Enexis over en gaat - gelet op de systematiek van de Elektriciteitswet 1998 - uit van het bestaan van een overeenkomst tussen Enexis en [gedaagde] voor de aansluiting en het transport van elektriciteit met betrekking tot het pand. De rechtbank overweegt bovendien dat het ter beschikking stellen van het pand aan derden niet tot gevolg heeft dat [gedaagde] niet langer contractant van Enexis is, zodat het er op aan komt in hoeverre [gedaagde] zijn zorgplicht jegens Enexis heeft geschonden.
5.5
De rechtbank is van oordeel dat op [gedaagde] als contractant van Enexis de plicht rustte om er voor te zorgen dat de meetinrichting van Enexis in het door [gedaagde] gehuurde pand in goede en correct functionerende staat zou blijven en om toe te zien op een correct gebruik van de aansluiting en meetinrichting. Daaronder wordt tevens verstaan de verplichting om toezicht te houden op de meter en te voorkomen dat
derdenschade aan de meetinrichting toebrengen. Vast staat dat [gedaagde] geen toezicht heeft gehouden op de elektriciteitsmeter. Hij heeft het pand ter beschikking gesteld aan derden, de sleutel afgegeven en op geen enkele wijze toezicht gehouden op wat er vervolgens in het pand en met de meetinrichting gebeurde. Ook (andere) voorzorgsmaatregelen om schade door derden te voorkomen zijn niet getroffen. Daardoor werd de manipulatie van de aansluiting en meetinrichting mogelijk. [gedaagde] heeft daarmee niet aan zijn zorgplicht voldaan en hij is daarmee tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst met Enexis. De rechtbank oordeelt daarom dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade die Enexis heeft geleden als gevolg van de manipulatie van de meetinrichting en het energieverbruik buiten de elektriciteitsmeter.
De hoogte van de schade
5.6
Enexis vordert onder meer vergoeding van schade wegens (1) afhandelingskosten,
(2) opmaken factuur, (3) dossierverwerking en aangifte, (4) vooronderzoek en dossieraanleg, (5) elektriciteitsmeter slim, (6) kosten netmetingen, (7) uurtarief inspecteur (dag), (8) uurtarief monteur (dag), (9) uurtarief monteur (dag) en (10) netwerkkosten elektriciteit. Alle hiervoor genoemde kosten moeten volgens Enexis worden aangemerkt als verrichte werkzaamheden ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. Ter zitting is door Enexis toegelicht dat er twee maal een monteur in het pand is geweest, als gevolg waarvan tweemaal het tarief van de monteur onder (8) en (9) wordt gevorderd.
5.7
De rechtbank is van oordeel dat Enexis de onder 1 tot en met 10 gevorderde schadeposten voldoende heeft onderbouwd. [gedaagde] heeft de schadeposten niet betwist. De rechtbank zal dit deel van de vordering, te weten een bedrag van € 3.644,89, dan ook toewijzen.
5.8
Onder schadepost (11) vordert Enexis de verbruikte elektriciteit. Op grond van de hoofdregel van artikel 150 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is het aan Enexis om haar geleden schade te stellen en bij betwisting daarvan te bewijzen. In zaken als deze geldt daarbij op grond van vaste jurisprudentie [1] echter het volgende. Enexis transporteerde de elektriciteit naar het door [gedaagde] gehuurde pand onder de voorwaarde van verrekening achteraf op basis van een meter waarmee de omvang van de afgenomen elektriciteit wordt bepaald. Deze meter schept daarmee een bewijsvermoeden ten gunste van het netwerkbedrijf en de elektriciteitsleverancier. Aan het bewijs van de omvang van de elektriciteitsafname mogen in een zaak als deze geen al te zware eisen worden gesteld, omdat het controlemiddel van Enexis (de meetinrichting) onder de (mede)verantwoordelijkheid van [gedaagde] buiten werking is gesteld. Enexis kan daarom volstaan met het leveren van bewijs van feiten en omstandigheden die de afgenomen hoeveelheid elektriciteit voldoende aannemelijk maken om daar op grond van artikel 6:97 BW Pro een schatting van de schade op te baseren.
5.9
Als de aannemelijk gemaakte elektriciteitsafname wordt betwist, moeten daar concrete feiten en gegevens tegenover worden gesteld waaruit blijkt dat van een andere berekening moet worden uitgegaan. Als de meter is gemanipuleerd mag namelijk redelijkerwijs worden verlangd dat er nadere feiten en omstandigheden worden aandragen waaruit de werkelijke omvang van het elektriciteitsgebruik kan worden afgeleid. Stelt een afnemer of contractant onvoldoende concrete feiten en gegevens, dan blijft in situaties waarin de meter is gemanipuleerd de omstandigheid dat niet precies kan worden vastgesteld over welke periode hennep is geteeld, voor rekening en risico van de afnemer c.q. contractant en wordt aan het leveren van tegenbewijs niet toegekomen.
5.1
Enexis vordert een bedrag van € 76.222,08 wegens illegaal verbruikte elektriciteit. Enexis stelt dat er, naast de aangetroffen teelt, in beide ruimten zes voorgaande oogsten zijn geweest. Enexis baseert haar stellingen op het volgende.
5.11
Enexis stelt dat er tijdens de inval in twee kweekruimten in totaal 1394 oogstrijpe hennepplanten zijn aangetroffen. Verder zijn de volgende voorwerpen in twee ruimtes aangetroffen: verlichtingen, OptiClimates, ventilatoren en een waterpomp. Enexis legt ter onderbouwing het hennepbericht van de politie van 1 juni 2022 over.
5.12
Enexis stelt dat over de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 september 2022 een netmeting op het netdeel is uitgevoerd waarop het pand is aangesloten. In die meetgegevens zijn 12 uurs verbruikspatronen waarneembaar van ruimtes die om en om geschakeld zijn. Op 30 mei 2022 is de hennepkwekerij in het pand opgerold en daarna zijn de 12 uurs verbruikspatronen niet meer waarneembaar. Op basis van een analyse van de 12 uurspatronen zijn er volgens Enexis zes volledige kweekperiodes en één onvolledige kweekperiode geweest. Enexis legt ter onderbouwing het rapport indicatie voorgaande kweken over, waarin de meetgegevens worden weergegeven en toegelicht.
5.13
Dat er veelvuldig is geoogst baseert Enexis verder op de in de woning aangetroffen plantenresten, de vervuiling van de gebruikte apparatuur en andere materialen, de hoeveelheden stof in de kweekruimte, de kalkaanslag op materialen, de aangetroffen lege jerrycans voor groeimiddelen en nieuwe zakken potgrond. Enexis legt ter onderbouwing het fotoboek indicatie voorgaande kweken over, waarin foto’s van de aangetroffen apparaten en materialen zijn opgenomen inclusief een toelichting.
5.14
Enexis legt ten slotte een schadeberekening over, waarin rekening is gehouden met de omstandigheid dat een volledige hennepteelt 10 weken bedraagt en waarin rekening is gehouden met de aangetroffen teelt, zes voorgaande oogsten en standaardwaarden voor het stroomverbruik van de aangetroffen en benodigde apparatuur voor een hennepkwekerij. In die schadeberekening is berekend dat de totale schade wegens illegaal afgenomen elektriciteit (546.983 kWh maal € 0,13935) € 76.222,08 bedraagt.
5.15
De rechtbank is van oordeel dat Enexis bewijs heeft geleverd van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat de afgenomen hoeveelheid elektriciteit moet worden geschat aan de hand van zes volledige kweekperiodes en één onvolledige kweekperiode. Er zijn immers 1394 oogstrijpe planten aangetroffen, de mate van vervuiling van apparatuur en materialen vormen een indicatie voor voorgaande oogsten en de meetgegevens van de netmeting duiden op zes voorgaande oogsten.
5.16
Wat [gedaagde] hiertegen in heeft gebracht is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. [gedaagde] stelt dat er maar één keer is geoogst, maar onderbouwt dit niet. [gedaagde] stelt enkel dat de eigenaar van het pand bij de politie heeft verklaard dat hij op 11 september 2021 in de meterkast heeft gekeken en niets bijzonders heeft opgemerkt, maar hij onderbouwt dit niet. Met enkel het noemen van deze verklaring van de eigenaar worden onvoldoende concrete feiten en omstandigheden in stelling gebracht waaruit volgt dat van een andere berekening moet worden uitgegaan. De rechtbank gaat kortom uit van een aangetroffen teelt en zes voorgaande oogsten.
5.17
[gedaagde] heeft de overige uitgangspunten van de schadeberekening van Enexis niet weersproken, zoals het stroomverbruik van de apparatuur en het gehanteerde stroomtarief. De rechtbank zal daarom van die uitgangspunten uitgaan.
Conclusie
5.18
De rechtbank zal de vordering als volgt toewijzen. Het schadebedrag wegens verbruikte elektriciteit bedraagt € 76.222,08. Vermeerderd met de schadeposten 1 tot en met 10 bedraagt het totale schadebedrag € 79.866,97. De rechtbank wijst dit bedrag toe.
Wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten
5.19
Enexis maakt aanspraak op de wettelijke rente over de schade vanaf 30 mei 2022. Hiertegen is geen verweer gevoerd. De rechtbank overweegt dat het in deze zaak gaat om een verplichting tot schadevergoeding wegens wanprestatie en dat verzuim in dat geval van rechtswege is ingetreden. De datum waarop de wettelijke rente gaat lopen wordt bepaald door het moment waarop de schade opeisbaar wordt. Dat is in deze zaak de datum van de ontdekking van de hennepkwekerij en de gemanipuleerde meetinrichting. De wettelijke rente is dus verschuldigd vanaf 30 mei 2022 en de rechtbank zal de vordering daarom toewijzen.
5.2
Enexis vordert vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.573,67. De rechtbank overweegt dat de hoofdvordering is gebaseerd op schadevergoeding wegens wanprestatie. Dat betekent dat de aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 6:96 lid 2 BW Pro. Het moet in dat geval gaan om kosten die redelijk zijn, in redelijkheid zijn gemaakt en het moet gaan om handelingen die niet vallen onder de gebruikelijke handelingen ter voorbereiding op een procedure. Deze laatste kosten vallen op grond van artikel 241 Rv Pro namelijk onder de proceskosten. Enexis heeft gesteld dat zij een advocaat heeft moeten inschakelen, die een sommatie heeft gestuurd. Ook heeft Enexis interne (administratieve) kosten gemaakt. De rechtbank constateert dat schadeposten 1 tot en met 10 van de hoofdvordering zijn toegewezen, zodat de administratiekosten niet nogmaals onder de noemer van buitengerechtelijke incassokosten kunnen worden vergoed. De rechtbank is van oordeel dat Enexis onvoldoende heeft onderbouwd dat de (overig) gemaakte kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan die waarvoor de in artikel 241 Rv Pro bedoelde kostenvergoeding is bedoeld. De rechtbank wijst de vordering op dit punt dus af.
5.21
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Enexis worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,21
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
2.580,00
(2 punten × € 1.290,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
5.884,21
5.22
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1
veroordeelt [gedaagde] om aan Enexis te betalen een bedrag van € 79.866,97, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 30 mei 2022, tot de dag van volledige betaling,
6.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 5.884,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Wilmink en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.