Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, van 3 december 2025 met producties,
- de brief van 3 december 2025 waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de conclusie van antwoord in reconventie van 14 januari 2026,
2.Waar de zaak over gaat
3.De feiten
‘(…)
1.
Gezien de aangeboden werkzaamheden in de offerte en de correcte dikte van de panlatten zijn wij het niet eens met de stelling dat de uitgevoerde werkzaamhedenmatigzijn. De punten waar nog aan gewerkt dient te worden zullen aangepast moeten worden maar dit zijn op hoofdlijnen geen grote ingrepen. De beoordeling betreft ook een stil gelegd werk en geen opgeleverd werk. De door verzekerde uitgevoerde werkzaamheden beoordelen wij alsgemiddeld met nog uit te voeren opleverpunten.(…)
3.
Dit betreft een raming en hierin zijn de kosten van de uitgevoerde asbestsanering van het dak niet meegenomen. Wij hebben van verzekerde alle facturen ontvangen van de geleverde materialen op het project. Deze zijn opgeteld circa € 9.300,00 conform onderstaand bericht. De kosten voor de asbestsanering bedragen € 6.443,25.(…)
De waarde van de tot op heden uitgevoerde werken zou hiermee hoger uitvallen dan de raming van EBN(…)
en valt hiermee circa € 13.000,00 inclusief btw hoger uit dan de berekening van EBN.(…)’.
– samengevat – laten weten dat door de uitgevoerde werkzaamheden grote problemen zijn ontstaan in het werk. Ook de dakconstructie is onvoldoende en de constructieve veiligheid wordt niet gewaarborgd. [eisers] schrijft dat het werk opnieuw moet worden uitgevoerd en dat de constructie goed moet zijn. [eisers] heeft geen vertrouwen in [gedaagde], maar er moet wel op korte termijn een oplossing komen. Voor het begin van de winter moet de woning water-, wind- en glasdicht zijn, zodat [eisers] de woning kan gebruiken. De herstelwerkzaamheden moeten voor 16 december 2024 gereed zijn. [eisers] schort de verplichting op tot het moment dat [gedaagde] heeft voldaan aan de verplichtingen. De brief moet verder worden aangemerkt als een ingebrekestelling.
4.Het geschil
I. voor recht verklaart dat de overeenkomst tussen hem en [gedaagde] omtrent de verbouwing van het dak van de woning aan de [adres], voor zover de overeenkomst nog bestaat, wordt ontbonden wegens een aan [gedaagde] toe te rekenen tekortkoming;
II. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 83.994,45 inclusief btw + p.m., te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf het moment van de ingebrekestelling op 24 september 2024 tot de dag van volledige betaling;
III. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de contractuele- dan wel buitengerechtelijke incassokosten van € 1.450,50;
IV. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten, waaronder de beslagkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
II. een bedrag van € 2.825,00 exclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
3 december 2025 tot en met de dag van volledige betaling;
III. een bedrag van € 2.017,25 exclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 december 2025 tot en met de dag van volledige betaling;
3 december 2025 tot en met de dag van volledige betaling;
V. de proceskosten.
5.De beoordeling in conventie en in reconventie
) “sporen ophogen met 120x60 mm balken/regels, spinvliesdoek, nieuwe pannen (het afhalen en weer opleggen is niet gerekend), gevelpannen, overstekken, steiger, alle bevestigingsmiddelen voor dak en pannen”voor een bedrag van € 26.700,00, te vermeerderen met btw.
“inventarisatierapport en sloopmelding LAVS (€ 675,00), asbestsanering (€ 5.000,00), pannen eraf halen (€ 350,00), kipper dakpannen (€ 125,00), container schoorsteen en schoorsteen slopen (€ 250,00), extra uren voor isoleren onder de zijkanten waar je later niet meer bij kunt (2x 4 uur) (€ 380,00) , m2 isolatie dak rd 7.4 (€ 522,00), m2 isolatie rd 4.1 (dubbel verwerkt) (€ 241,50)”.
“Conform opgave van verzekerde zijn circa 200 uren besteed door verzekerde en zijn leerling-timmerman.”In haar tabel vermeldt zij als verdeling
“2/3 [gedaagde] en 1/3 leerling”. Dit zou inhouden dat [gedaagde] zo’n 133 uren aan de werkzaamheden heeft besteed. In het feit dat de werkzaamheden volgens het rapport van EBN zouden zijn gestart op 30 augustus 2023 – waarbij is begonnen met de (geen onderdeel van deze overeenkomst uitmakende) asbestsanering – en [gedaagde] ter zitting te kennen gaf na 8 september 2023 geen werkzaamheden te hebben verricht ziet de rechtbank echter aanleiding EMN op dit punt niet te volgen. EMN zal evenmin worden gevolgd met betrekking tot het voor de geleverde materialen opgenomen bedrag, nu niet duidelijk is geworden dat al deze materialen al daadwerkelijk waren gebruikt/verwerkt.
€ 17.625,00 verschuldigd is, waarvan hij € 10.000,00 heeft betaald.
6.De beslissing
6.3 veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 148,24 aan buitengerechtelijke incassokosten,
€ 7.625,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 3 december 2025 tot de dag van volledige betaling,