ECLI:NL:RBOVE:2026:406

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
C/08/336185 / JE RK 25-1273
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • H.T. Pos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging taak bijzondere curator en aanhouding zaak voor monitoring bankrekening minderjarige

De rechtbank Overijssel heeft op 21 januari 2026 een beschikking uitgesproken waarin de taak van de bijzondere curator over een minderjarige wordt beëindigd. De bijzondere curator was benoemd om te bewerkstelligen dat er een bankrekening voor de minderjarige geopend zou worden, maar dit is niet gelukt. Tijdens de zitting hebben de ouders toegezegd mee te werken aan het openen van de bankrekening en in gesprek te treden met de jeugdbeschermer.

De kinderrechter acht het belangrijk om de voortgang van deze gesprekken te blijven volgen en heeft daarom besloten de zaak aan te houden voor drie maanden. De gecertificeerde instelling (GI) wordt verzocht een schriftelijke update te geven over de stand van zaken en aan te geven of een nadere mondelinge behandeling noodzakelijk is.

De beschikking is gegeven in aanwezigheid van de griffier en is openbaar uitgesproken. Tegen deze eindbeslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen drie maanden na dagtekening van de uitspraak of betekening.

Uitkomst: De taak van de bijzondere curator wordt beëindigd en de zaak wordt aangehouden om de voortgang van het openen van een bankrekening voor de minderjarige te monitoren.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zwolle
Zaaknummer: C/08/336185 / JE RK 25-1273
Datum uitspraak: 21 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming Overijssel,
de gecertificeerde instelling,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Zwolle,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
hierna gezamenlijk te noemen: ouders,
beide wonende in [woonplaats],
mr. [curator],
kantoorhoudende te [kantoorplaats],
hierna te noemen: de bijzondere curator,
en
[minderjarige].

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Bij tussenbeschikking van 6 augustus 2025 is mr. [curator] benoemd tot bijzondere curator.
1.2.
De kinderrechter heeft nadien kennisgenomen van de volgende stukken:
  • het verslag met bevindingen van de bijzondere curator van 29 oktober 2025;
  • een bericht van de GI, ontvangen op 14 november 2025;
  • een klachtbrief van de vader van 19 november 2025;
  • een brief van [minderjarige], ontvangen op 31 december 2025.
1.3.
Op 7 januari 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader,
- de moeder,
  • [naam 1] namens de GI via Teams,
  • [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft in haar brief van 19 december 2025 laten weten dat zij graag een bankrekening wil openen zodat zij middels een bijbaantje kan gaan sparen en kan leren omgaan met financiële vrijheid.

2.De feiten

2.1.
Voor de feiten wordt verwezen naar voormelde tussenbeschikking.

3.De beoordeling

3.1.
Bij voormelde tussenbeschikking van 6 augustus 2025 is mr. [curator] benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige] en haar is verzocht om schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen. De bijzondere curator heeft niet kunnen bewerkstelligen dat voor [minderjarige] een bankrekening geopend wordt.
3.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vader toegezegd de samenwerking met de GI aan te gaan en in gesprek te zullen treden met de jeugdbeschermer. Dat heeft hij beloofd. De jeugdbeschermer mevrouw [naam 1] zal de ouders uitnodigen voor een gesprek waarin vastgelegd kan worden dat een bankrekening voor [minderjarige] wordt geopend. Daarbij is het van belang dat (inzage van) gegevens niet leidt tot ongewenst bezoek aan de verblijfplaats of plaats van tewerkstelling van [minderjarige]. De vader heeft zich mondeling bereid verklaard daaraan mee te werken.
3.3.
De kinderrechter is gelet op het voorgaande en gelet op het verslag van de bijzondere curator van oordeel dat de taak van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd kan worden beschouwd. Mocht één van partijen echter een rechtsmiddel instellen, dan herleeft de taak van de bijzondere curator.
3.4.
De kinderrechter hecht er wel waarde aan een vinger aan de pols te houden. De kinderrechter acht het namelijk raadzaam om te blijven monitoren of de gesprekken tussen de ouders en de jeugdbeschermer daadwerkelijk zullen opleveren dat er voor [minderjarige] een bankrekening geopend wordt. De kinderrechter zal de zaak daarom aanhouden voor de duur van drie maanden. De GI wordt verzocht om tegen die tijd een update te sturen waarin hij de stand van zaken weergeeft en daarbij aan te geven of hij een nadere mondelinge behandeling noodzakelijk acht.
3.5.
De rechtbank zal daarom beslissen als hierna vermeld.

4.De beslissing

De kinderrechter:
4.1.
beschouwt de taak van de bijzondere curator als beëindigd, tenzij hoger beroep wordt ingesteld;
4.2.
houdt de beslissing aan;
4.3.
verzoekt de GI om uiterlijk
15 april 2026een schriftelijke update aan de rechtbank toe te zenden en daarbij aan te geven of hij een nadere mondelinge behandeling noodzakelijk acht.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026 door mr. H.T. Pos, kinderrechter, in aanwezigheid van P. Groothedde als griffier.
Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de raad voor de kinderbescherming en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door de raad opgenomen in zijn registratie.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.