ECLI:NL:RBOVE:2026:4086

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
C/08/348045 / HA ZA 26-171
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 706 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling geldsom, buitengerechtelijke kosten en medewerking teruglevering onroerende zaak

Eisende partijen vorderden betaling van een geldsom, vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, beslagkosten en medewerking aan de teruglevering van een onroerende zaak. De gedaagde verscheen niet in de procedure, waarna verstek werd verleend.

De rechtbank oordeelde dat de buitengerechtelijke incassokosten op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar zijn. Ook de beslagkosten werden vastgesteld en toegewezen conform artikel 706 Rv Pro. Daarnaast werden de proceskosten begroot en aan eisende partijen toegekend.

De rechtbank veroordeelde de gedaagde tot betaling van de gevorderde bedragen, vermeerderd met wettelijke rente, en tot medewerking aan de teruglevering van de onroerende zaak bij een door eisende partijen aan te wijzen notaris. Voor het niet nakomen van deze verplichting werd een dwangsom opgelegd. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van de gevorderde bedragen, vergoeding van kosten en medewerking aan teruglevering van de onroerende zaak onder dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/348045 / HA ZA 26-171
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van

1.[eiseres 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,
2.
[eiser],
wonende te [woonplaats 2] ,
3.
[eiseres 2],
wonende te [woonplaats 3] ,
hierna samen te noemen: Eisende partijen,
advocaat: mr. M.J. Drijftholt,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1
Eisende partijen hebben gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2
Eisende partijen vorderen vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Eisende partijen hebben voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Eisende partijen hebben daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 3.457,51 worden toegewezen.
2.3
Eisende partijen vorderen [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 617,23 voor kosten deurwaardersexploten en € 2.885,00 voor salaris advocaat (1,0 punt(en) × € 2.885,00), totaal € 3.502,23. Het verschuldigde bedrag aan griffierecht verbonden aan het verzoek om verlof voor beslaglegging (€ 341,00) is reeds in mindering gebracht op het verschuldigde bedrag aan griffierecht in de bodemprocedure.
2.4
De vordering komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
De proceskosten
2.5
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisende partijen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
151,94
- griffierecht
2.462,00
- salaris advocaat
2.885,00
(1 punt × € 2.885,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
5.687,94
2.6
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1
veroordeelt [gedaagde] om aan eisende partijen te betalen:
een bedrag van € 336.501,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 16 april 2026 tot de dag van volledige betaling,
een bedrag van € 37.389,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 19 april 2026 tot de dag van volledige betaling,
een bedrag van € 3.457,51 aan buitengerechtelijke kosten,
3.2
veroordeelt [gedaagde] om alle noodzakelijke medewerking te verlenen aan de teruglevering van de kavel, de onroerende zaak, met kadastrale aanduiding [kadastrale aanduidingen], ([adres]) bij een door eisende partijen aan te wijzen notaris gevestigd zo dicht mogelijk bij de onroerende zaak, waarbij [gedaagde] gehouden is alle daartoe door de notaris aangewezen handelingen te verrichten. Een en ander op straffe van een dwangsom van € 1000,00 per dag dat [gedaagde] geen uitvoering geeft aan de opdrachten van de notaris op de daartoe uiterlijk door hem/haar gestelde termijn, met een maximum van € 100.000,00,
3.3
veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 3.502,23,
3.4
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 5.687,94 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.5
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.6
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.7
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.