Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
onverwijldin kennis stelt nadat bij hem het vermoeden van het bestaan van die grond is gerezen of redelijkerwijs had behoren te rijzen.
ernstigverwijtbaar gehandeld. Uit de feiten blijkt afdoende dat Groentesnijbedrijf HDV haar verplichtingen uit de Wet Verbetering Poortwachter correct wilde nakomen en de regie in het verzuimproces wilde houden. Hoewel zij daarin wat minder star had moeten zijn en meer maatwerk had kunnen toepassen, is dat onvoldoende om te kunnen concluderen dat zij ook
ernstigverwijtbaar heeft gehandeld. Daarbij moet namelijk worden meegewogen dat, zoals hiervoor al is overwogen, ook [verzoekster] eraan heeft bijgedragen dat de re-integratie niet succesvol werd, met name ten aanzien van haar afwachtende houding voor wat betreft het verrichten van aangepast werk (ongeacht wat een second opinion op dit punt had opgeleverd) en ten aanzien van de aanvraag om een second opinion. Groentesnijbedrijf HDV heeft immers ongeveer twee weken na het bericht van 29 augustus 2025 aan [verzoekster] medegedeeld dat [verzoekster] zelf alsnog een second opinion kon aanvragen. Weliswaar had [verzoekster] toen al het UWV om een deskundigenbericht verzocht maar het was haar naar eigen zeggen toen al duidelijk dat het UWV hierin – vanwege een gebrek aan verzekeringsartsen – uitsluitend zou oordelen over de re-integratie-inspanningen van Groentesnijbedrijf HDV. Dat zou dus geen second opinion opleveren.
ernstigverwijtbaar heeft gehandeld jegens [verzoekster] . Daarom is niet voldaan aan de voorwaarde van artikel 7:673 lid 9 onder Pro a BW voor een billijke vergoeding, inhoudende dat het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg moet zijn van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Om die reden wordt het verzoek om een billijke vergoeding afgewezen.
€ 144,00