Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[derde belanghebbende] B.V.gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Rechtbank Overijssel
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het verzoek van eiseres om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester om de tijdelijke exploitatievergunning en gedoogverklaring voor haar coffeeshop te beëindigen per 31 augustus 2026.
Eiseres had na het overlijden van haar vader de exploitatie van de coffeeshop voortgezet op basis van een tijdelijke toestemming. Na een lotingsprocedure werd een derde partij ingeloot en kreeg deze een vergunning. Eiseres was het niet eens met de beëindigingstermijn en vroeg om verlenging en voorlopige voorzieningen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester de einddatum terecht heeft vastgesteld, mede omdat deze in overleg met eiseres tot stand kwam en een ruime termijn van ruim een jaar werd gegeven. Het verzoek tot verlenging en voorlopige voorziening wordt afgewezen, mede omdat het belang van de derde partij en de burgemeester ook meewegen en er geen duidelijke kans is dat het primaire besluit onrechtmatig is.
De uitspraak betekent dat de coffeeshop van eiseres per 1 september 2026 gesloten moet zijn en dat de burgemeester daarna handhavend zal optreden. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt afgewezen en de tijdelijke exploitatievergunning eindigt op 31 augustus 2026.