Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord in kort geding met 8 producties;
- de mondelinge behandeling van 1 juli 2026, ter gelegenheid waarvan partijen pleitaantekeningen hebben overgelegd en door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
waartegen een rechtsmiddel is of kan worden ingesteld(rechtsoverweging 5.6.2) als uit omstandigheden volgt dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, ook gegeven het uitgangspunt dat een uitgesproken veroordeling uitvoerbaar moet zijn, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen (‘de ruimere maatstaf’).
waartegen geen rechtsmiddel (meer) openstaatde maatstaf uit het arrest Ritzen/Hoekstra onverkort geldt en dus schorsing slechts aan de orde is indien tenuitvoerlegging misbruik van bevoegdheid (artikel 3:13 BW Pro) oplevert (‘de strengere maatstaf’).
- i) uitgangspunt is dat uitvoerbaar verklaarde vonnissen hangende de procedure die door het rechtsmiddel is ingeleid, kunnen worden uitgevoerd;
- ii) het om een relatief beperkt bedrag gaat; en
- iii) niet aannemelijk is geworden dat bij gegrondbevinding van het verzet de curator niet tot terugbetaling zal kunnen overgaan.