Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Het afdoeningsvoorstel
- de verdediging de ingediende onderzoekswensen uiterlijk ter zitting intrekt;
- de verdediging geen bewijsverweren zal voeren;
- de verdachte geen (nadere) verklaring hoeft af te leggen;
- de verdachte zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken;
- het Openbaar Ministerie afziet van het instellen van een vordering tot ontneming van het wederechtelijk verkregen voordeel over de feiten die zijn opgenomen in de huidige tenlastelegging;
- het Openbaar Ministerie geen verbeurdverklaring zal vorderen van de klassiek in beslaggenomen zaken die onder de verdachte in beslag zijn genomen;
- het Openbaar Ministerie zal de bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten vorderen en in totaal de oplegging van de navolgende straf:
4.De bewezenverklaring
hij in
of omstreeksde periode 20 januari 2022 tot en met 23 april 2024
te Sneek en/of Joure en/of Den Haag en/of Amsterdam, althansin Nederland en/of
tePortugal en/of Spanje en/of Gran Canaria en/of Suriname, tezamen en in vereniging,
althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen
en/of buitenhet grondgebied van Nederland brengen (als bedoeld in artikel 1 lid 4 en Pro/of 5 Opiumwet),
- het opzettelijk
telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen,afleveren
, verstrekkenen/of vervoeren van cocaïne,
in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en
/ofinlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en
/ofandere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, immers is/heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging
, althans alleen:
- een of meermalen afgereisd naar Portugal en/of Spanje en
/of- voor de bevoorrading gezorgd van de zeilboot de [boot 1] en
/of- als bemanning aanwezig geweest op de zeilboot [boot 1] en
/of- met de zeilboot de [boot 1] naar en/of in de richting van Suriname, althans Zuid-Amerika, althans in zuidwestelijke richting, gevaren en
/of- vele fysieke en/of telefonische contacten onderhouden met medeverdachten en derden ter afstemming en voorbereidingen van de cocaïnetransporten;
hij in
of omstreeksde periode 20 januari 2022 tot en met 23 april 2024
te Sneek en/of Joure en/of Deventer en/of Den Haag en/of Amsterdam, althansin Nederland en/of
tePortugal en/of Spanje
en/of Gran Canaria en/of Curaçao en/of Saint Lucia en/of Brazilië en/of Dominicaanse Republieken/of Suriname heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5]
en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 10], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid Opiumwet.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde/vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, door zich/een ander gelegenheid/middelen/inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en vervoermiddelen/gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, en artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde/vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, door zich/een ander gelegenheid/middelen/inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en vervoermiddelen/gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, en artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet;
gevangenisstrafvoor de duur van
540 (vijfhonderdveertig) dagen;
188 (honderdachtentachtig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte zich voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarenschuldig maakt aan een strafbaar feit;