Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Het afdoeningsvoorstel
- de verdediging de ingediende onderzoekswensen uiterlijk ter zitting intrekt;
- de verdediging geen strafmaat, ontvankelijkheids- en/of bewijsverweren zal voeren;
- de verdachte geen (nadere) verklaring hoeft af te leggen;
- de verdachte zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken;
- de verdachte en het Openbaar Ministerie geen hoger beroep instellen indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen de verdachte/verdediging en het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken in die zin dat niet meer of minder dan 3 maanden van de eis zal worden afgeweken;
- het Openbaar Ministerie afziet van het instellen van een vordering tot ontneming van het wederechtelijk verkregen voordeel over de feiten die zijn opgenomen in de huidige tenlastelegging;
- het Openbaar Ministerie zal de bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten vorderen en in totaal de oplegging van de navolgende straf:
- het Openbaar Ministerie zal de rechtbank vragen het (geschorste) bevel voorlopige hechtenis op te heffen en acht te slaan op het positieve besluit van het CJIB ten aanzien van de verdere tenuitvoerlegging van de straf.
4.De bewezenverklaring
hij in
of omstreeksde periode 20 januari 2022 tot en met 30 oktober 2024
te Sneek en/of Joure en/of Den Haag en/of Amsterdam, althansin Nederland en/of
tePortugal en/of Spanje en/of Gran Canaria en/of Suriname, tezamen en in vereniging,
althans alleen,om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en
/ofte bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen
en/of buitenhet grondgebied van Nederland brengen (als bedoeld in artikel 1 lid 4 en Pro/of 5 Opiumwet),
- het opzettelijk
telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen,afleveren
, verstrekkenen/of vervoeren van cocaïne
, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en
/ofinlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en
/ofandere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, immers is/heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging,
althans alleen:
- afgereisd naar Portugal en
/of- voor de bevoorrading gezorgd van de zeilboot de [boot 1] en
/of- als bemanning aanwezig geweest op de NN-zeilboot en/of de zeilboot [boot 1] en
/of- met de NN-zeilboot
(ZD1)naar en/of in de richting van Suriname
, althans Zuid-Amerika,gevaren en
/of- met de zeilboot de [boot 1] naar en/of in de richting van Suriname
, althans Zuid-Amerika, althans in zuidwestelijke richting,gevaren en
/of- vele fysieke en
/oftelefonische contacten onderhouden met medeverdachten ter afstemming en voorbereidingen van de cocaïnetransporten;
hij in
of omstreeksde periode 20 januari 2022 tot en met 30 oktober 2024
te Sneek en/of Joure en/of Deventer en/of Den Haag en/of Amsterdam, althansin Nederland en/of
tePortugal en/of Spanje
en/of Gran Canaria en/of Curaçao en/of Saint Lucia en/of Brazilië en/of Dominicaanse Republieken/of Suriname, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of
[medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of[medeverdachte 10], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid Opiumwet.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde/vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, door zich/een ander gelegenheid/middelen/inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en vervoermiddelen/gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, en artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde/vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, door zich/een ander gelegenheid/middelen/inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en vervoermiddelen/gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, en artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet;
gevangenisstrafvoor de duur van
20 (twintig) maanden;