Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 2 juli 2026, voor zover inhoudende, de bekennende verklaring van verdachte;
- het proces-verbaal van bevindingen (Pannerden) van 3 februari 2025;
- het proces-verbaal van bevindingen (Sinderen) van 4 januari 2024;
- het proces-verbaal van bevindingen (Loerbeek) van 5 januari 2024;
- het proces-verbaal van bevindingen (vaststelling gevaarlijke stoffen) van 15 juli 2024.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;
gevangenisstrafvoor de duur van
196 (honderdzesen-negentig) dagen;
180 (honderdtachtig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
190 (honderdnegentig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
95 (vijfennegentig) dagen;
[benadeelde partij 1]: van een bedrag van
24.599,09, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 januari 2024 met dien verstande dat als en voor zover al door een ander (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;