ECLI:NL:RBOVE:2026:4225

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
824707525
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 317 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing onderzoek wegens persoonlijkheidsstoornis en observatie in Pieter Baan Centrum

De rechtbank Overijssel behandelde op 16 juli 2026 een tussenvonnis in een strafzaak tegen verdachte, die wordt verdacht van bedreiging en wapenbezit in Almelo in september 2025, alsmede van heling en diefstal van een fatbike in april 2025.

Tijdens de zitting bleek dat het onderzoek naar de geestesvermogens van verdachte niet volledig was. Verdachte vertoont aanwijzingen van een cluster B persoonlijkheidsstoornis, met antisociale kenmerken en middelengebruik. Verdachte weigert mee te werken aan diagnostiek en behandeling, ondanks eerdere observaties in het Pieter Baan Centrum (PBC) in 2014 en 2021 en een ISD-maatregel in 2023.

De rechtbank acht nader onderzoek noodzakelijk en beveelt observatie in het PBC om de geestesvermogens van verdachte te onderzoeken. Het onderzoek wordt geschorst tot 24 september 2026, met een realistische voortzetting begin januari 2027 vanwege wachttijd en rapportage.

De officier van justitie krijgt opdracht relevante PBC-rapporten en eerdere vonnissen aan het dossier toe te voegen. Verdachte wordt opgeroepen voor een nadere zitting na afronding van het onderzoek. Dit tussenvonnis is gewezen door drie rechters en uitgesproken in het openbaar.

Uitkomst: Het onderzoek wordt geschorst voor observatie van verdachte in het Pieter Baan Centrum wegens aanwijzingen van een cluster B persoonlijkheidsstoornis.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08.247075.25 en 08.119803.25 (gev.ttz) en 21-002430-23 (TUL)
Datum tussenvonnis: 16 juli 2026
Tussenvonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats],
nu verblijvende in de P.I. [locatie].

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 02 juli 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. G.W.L.A.M. Koppen, advocaat te Eindhoven, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:
08.247075.25
1
hij op een of meerdere momenten in of omstreeks de periode van 18 september 2025 tot en met 19 september 2025 te Almelo, althans in Nederland [slachtoffer 1] schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "als ik jou deze week zie schiet ik jou door je kk kop" en/of "ik schiet je door al je kankerbotten", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
2
hij op of omstreeks 19 september 2025 te Almelo, althans in Nederland een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (getransformeerd) gaspistool/vuurwapen, van het merk Retay, type R26, kaliber 9 mm zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad.
08.119803.25
hij op of omstreeks 17 april 2025 te Almelo, een fatbike (Ouxi), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 17 april 2025 te Zutphen een fatbike (Ouxi), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan (de dochter van) [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

2.Heropening onderzoek

Na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting is tijdens de beraadslaging gebleken dat het onderzoek naar de persoon van verdachte niet volledig is geweest, zodat het onderzoek moet worden heropend. De rechtbank overweegt daarover als volgt.
De rechtbank stelt op basis van de behandeling ter terechtzitting en de stukken uit het dossier vast dat er aanwijzingen zijn dat bij verdachte sprake is van een persoonlijkheidsstoornis. Er lijkt sprake te zijn van persoonlijkheidsproblematiek van het cluster B-type. Het psychosociaal functioneren van verdachte, zijn houding en middelengebruik spelen een rol in de totstandkoming van (gewelddadig) delictgedrag.
Verdachte heeft vanaf 1996 een uitgebreide justitiële documentatie opgebouwd met onder meer gewelds- en vermogensdelicten. Ondanks meerdere veroordelingen, reclasseringstoezicht en proeftijden blijft verdachte recidiveren. Aan verdachte is in 2023 daarom de ISD-maatregel opgelegd. De resocialisatie van verdachte tijdens het ISD-traject is vervolgens mislukt doordat verdachte niet wilde meewerken, drugs bleef gebruiken en opnieuw in aanraking kwam met justitie (de onderhavige feiten).
In de afgelopen jaren heeft verdachte niet tot nauwelijks meegewerkt aan psychologische onderzoeken en reclasseringsrapporten. Behandeling en hulpverlening met als doel vermindering van de kans op recidive en bescherming van de maatschappij komen daardoor niet van de grond. Uit de beschikbare rapporten, alsook tijdens het onderzoek bij de politie, bij de rechter-commissaris (zie ook: proces-verbaal van de rechter-commissaris van 25 september 2025) en ter terechtzitting, komt naar voren dat verdachte weinig zelfreflectie en probleembesef laat zien, de verantwoordelijkheid voor zijn veroordelingen buiten zichzelf legt en zich benadeeld voelt door overheidsinstanties. In 2014 en 2021 werd verdachte geobserveerd in het Pieter Baan Centrum (PBC). In het reclasseringsadvies van 13 maart 2026 is vermeld dat het PBC stelde in 2021 dat sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met in ieder geval antisociale kenmerken, die wordt gecompliceerd door stoornissen in het gebruik van diverse middelen (cannabis, alcohol, cocaïne). Volgens het PBC lukte het verdachte toentertijd onvoldoende om op een stabiele en constructieve wijze vorm aan zijn leven te geven. In december 2025 werd verdachte gezien door de psycholoog van het NIFP voor een consult, maar verdachte heeft ook daaraan niet meegewerkt. De psycholoog acht goed voorstelbaar dat sprake is van persoonlijkheidsproblematiek van het cluster B-type.
De rechtbank constateert dat verdachte niet wil meewerken aan diagnostiek of een behandeling in een juridisch kader, terwijl er wel aanwijzingen zijn voor een persoonlijkheidsstoornis. Ter terechtzitting heeft verdachte volhard in die weigering.
Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het voor een zorgvuldige afdoening van deze zaak noodzakelijk is dat nader onderzoek naar de geestesvermogens van verdachte wordt ingesteld. De rechtbank acht zich op dit moment onvoldoende voorgelicht. Dit onderzoek kan gelet op de ernst van de verwijten, de achtergrond waartegen deze feiten zouden zijn begaan, de houding van verdachte ten opzichte van de hulpverlening en zijn weigering om mee te werken aan het tot stand komen van een Pro Justitia rapportage, naar het oordeel van de rechtbank niet op een andere wijze plaatsvinden dan door observatie in het PBC. De enkele omstandigheid dat verdachte mogelijk niet wil meewerken aan de observatie, betekent niet dat deze observatie bij voorbaat zinloos is.
De rechtbank zal daarom het onderzoek ter terechtzitting heropenen en vervolgens schorsen zodat een onderzoek kan worden ingesteld naar verdachte door middel van observatie in het PBC zoals bedoeld in artikel 317 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De rechtbank acht tot slot van belang dat aan het procesdossier worden toegevoegd de rapporten van het PBC uit 2014 en 2021, alsmede het vonnis van de rechtbank Overijssel van 31 mei 2021 (08-760000-20 gevoegd met 08-952587-19) Het is van belang dat deze stukken worden betrokken bij het nadere onderzoek door het PBC. De rechtbank geeft daarom opdracht aan de officier van justitie om tijdig deze stukken aan het procesdossier toe te voegen.
Tot slot overweegt de rechtbank dat de officier van justitie ter terechtzitting van 2 juli 2026 heeft verklaard dat verdachte nog op de wachtlijst staat voor opname in het PBC. Heden (16 juli 2026) is de wachttijd nog 7 weken. Gelet op die wachttijd, de duur van de observatie en het rapporteren, zal de zaak over ongeveer 21 weken inhoudelijk kunnen worden voortgezet, waarbij begin januari 2027 een realistische planning lijkt. De rechtbank schorst het onderzoek tot de pro forma zitting van 24 september 2026 om 12.30 uur.

4.De beslissing

De rechtbank:
hervatting onderzoek ter terechtzitting
- beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat;
nader onderzoek
-beveelt dat verdachte ter observatie zal worden overgebracht naar het PBC te Utrecht,
opdat een onderzoek naar de geestesvermogens van verdachte zal worden verricht;
schorsing onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd
- schorst het onderzoek tot 24 september 2026 om 12.30 uur. Deze termijn van schorsing is langer dan één maand, maar niet langer dan drie maanden om de klemmende reden dat hervatting van het onderzoek binnen één maand niet mogelijk is als gevolg van de omstandigheid dat de observatie van verdachte in het PBC en het rapport van het PBC voor die tijd niet zullen zijn afgerond;
- geeft opdracht aan de officier van justitie om de PBC rapporten uit 2014 en 2021 en het vonnis van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo van 31 mei 2026 (08-760000-20 gevoegd met 08-952587-19) aan het dossier toe te voegen;
- beveelt de oproeping van verdachte voor de nadere zitting en verzoekt de kennisgeving van die zittingsdatum aan de raadsman.
Dit tussenvonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en
mr. P.J. Beker, rechters, in tegenwoordigheid van H.J.A. Teerlink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026.