ECLI:NL:RBOVE:2026:4247

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
C/08/333569 / HA ZA 25-169
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schadevergoeding wegens tekortschieten in hypotheekbemiddeling door Finteam

Eiser heeft met bemiddeling van Finteam een hypothecaire geldlening afgesloten. In 2022 verzocht eiser Finteam om drie leningdelen om te zetten naar een marktconforme rente. Finteam aanvaardde de opdracht maar voerde deze niet uit, waardoor eiser schade leed.

Eiser vorderde een verklaring voor recht en een voorschot op schadevergoeding, terwijl Finteam erkende tekort te zijn geschoten maar betwistte de omvang van de schade. De rechtbank stelde vast dat partijen verschillen over rentepercentage, looptijd en rekenrente voor de schadeberekening.

De rechtbank volgde eiser in de keuze voor een looptijd van 20 jaar, ondanks Finteam's verwijzing naar een Kifid-uitspraak die een kortere periode adviseert vanwege onzekerheden zoals verhuizing of overlijden. De rechtbank begrootte de schade op €25.000, met wettelijke rente vanaf 19 juni 2023.

De verklaring voor recht en het voorschot werden afgewezen wegens gebrek aan belang. Finteam werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding, wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Finteam wordt veroordeeld tot betaling van €25.000 schadevergoeding met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/333569 / HA ZA 25-169
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. H.J. Koop,
tegen
FINTEAM HYPOTHEKEN & VERZEKERINGEN B.V.,
te Rijssen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Finteam,
advocaat: mr. J.A. Kopp.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 21 producties,
- de conclusie van antwoord met 1 productie,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 14 januari 2026, waar partijen (vertegenwoordigd) zijn verschenen bijgestaan door hun advocaten. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, waarbij zij ook gebruik hebben gemaakt van spreekaantekeningen. Door de griffier zijn tijdens de mondelinge behandeling aantekeningen gemaakt.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1
In deze zaak kan van het volgende worden uitgegaan. [eiser] heeft met bemiddeling van Finteam een hypothecaire geldlening afgesloten bij Aegon, met als ingangsdatum 21 april 2005.
2.2
In een e-mail van 18 januari 2022 verzocht [eiser] Finteam om een voorstel te doen om drie van de vier leningdelen om te zetten naar een marktconforme rente.
2.3
In februari en maart 2022 vond enig e-mailverkeer plaats tussen [eiser] en Finteam. [eiser] gaf Finteam opdracht de hypotheekrente om te zetten, welke opdracht door Finteam werd aanvaard, maar niet uitgevoerd.
2.4
[eiser] heeft gedurende een lange tijd op voortgang aangedrongen, doch bij uitblijven daarvan heeft [eiser] Finteam aansprakelijk gesteld voor de als gevolg daarvan geleden schade. In april 2025 heeft [eiser] de onderhavige procedure ingeleid.
2.5
Bij conclusie van antwoord heeft Finteam erkend dat zij toerekenbaar tekort is geschoten in haar verplichting tijdig gehoor te geven aan de wensen van [eiser] en dat [eiser] daarom zoveel mogelijk in de toestand moet worden gebracht waarin hij zou hebben verkeerd indien tijdig gehoor was gegeven aan zijn wensen. Aldus gaat het om schadevergoeding. De berekening en de omvang van die schade houdt partijen verdeeld.

3.Het geschil

Standpunt [eiser]
3.1
vordert - naast een verklaring voor recht dat Finteam tekort is geschoten in de nakoming van de bemiddelingsovereenkomst - dat Finteam wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding ad € 50.000, te vermeerderen met rente en de kosten van het geding. [eiser] legt aan deze vordering het navolgende ten grondslag:
- het renteverschil tussen de oude en de gevraagde rente moet worden berekend en vastgesteld op 1.69%;
- er moet rekening worden gehouden met een fiscaal voordeel over de rentevaste periode van 20 jaar en
- het contant maken zal tegen een rendementspercentage van 3% moeten geschieden.
De schade over een twintig jaar rentevaste periode bedraagt € 57.705,12. In geval van een vergoeding van bijvoorbeeld 1/2e deel na rekening houdend met goede en kwade kansen en na het contant maken van het bedrag tegen een percentage van 3% volgt een schadebedrag van € 24.963,99, exclusief rente van 19 juni 2023 af. Aldus door [eiser] becijferd in de door hem overgelegde spreekaantekeningen.
Standpunt Finteam
3.2
Finteam voert verweer en stelt zich op het standpunt dat de schade in redelijkheid kan worden vastgesteld op € 7.272. Daartoe voert zij het navolgende aan:
- de schadevergoeding moet worden berekend over een periode van 10 jaar. Een periode van 20 jaar is te lang, gelet op onzekere gebeurtenissen zoals verhuizing of het overlijden van [eiser]. Ook kan een toekomstige rentedaling [eiser] doen besluiten om de lening over te sluiten of om te zetten;
- de voor [eiser] beschikbare aftrekmogelijkheden moeten worden verdisconteerd, evenals de boeterente;
- als de fout van Finteam wordt weggedacht had [eiser] advieskosten moeten betalen;
- notariskosten en taxatiekosten blijven buiten beschouwing;
- bij de berekening van de contante waarde moet een rentepercentage van 4,5% worden aangehouden en
- het is de vraag of het redelijk is uit te gaan en rente van 1,79%. Een verzoek tot omzetting moet worden beoordeeld en de bank zou vanwege het grote aantal omzettingsvragen of oversluitingsverzoeken mogelijk pas na 10 weken hebben beslist. Het verzoek is gedaan op 18 januari 2022 en in de week van 7 tot en met 13 maart bedroeg de rente voor aflossingsvrije leningdelen gemiddeld tussen 1,85% en 2,50%.
3.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1
De rechtbank stelt vast dat partijen van mening verschillen over de volgende componenten van een schadeberekening:
- de nieuwe rente
[eiser]: 1,69% / Finteam: 1,79%
- de looptijd
[eiser]: 20 jaar / Finteam: 10 jaar
- de rekenrente
[eiser]: 3% / Finteam 4,5%
4.2
Overeenstemming bestaat over de leningbedragen, de oude rente en de netto-boeterente: € 9.393,-.
4.3
De rechtbank volgt [eiser] in zijn stelling dat van een looptijd van 20 jaar moet worden uitgegaan. [eiser] heeft van meet af aan een looptijd van 20 jaar tot uitgangspunt genomen en verklaarde bij gelegenheid van de mondelinge behandeling dat Finteam (de heer [naam]) het daarmee eens was.
4.4
Finteam legt aan de door haar genoemde looptijd van 10 jaar de uitspraak van Geschillencommissie Kifid (hierna: de commissie) ten grondslag (nr. 2024-0480 B). Finteam brengt naar voren dat in die uitspraak is overwogen dat ‘gelet op onzekere toekomstige gebeurtenissen, zoals een verhuizing of overlijden van de consument, een periode van twintig jaar te lang is om vanuit te gaan.’ De commissie noemt tevens de mogelijkheid van het oversluiten van de lening bij een toekomstige rentedaling, welke omstandigheid ook door Finteam wordt aangevoerd.
4.5
[eiser] stelt geen verhuisplannen te hebben. [eiser] heeft - onder verwijzing naar de door de commissie vermelde CBS-site - gewezen op het feit dat in de leeftijds-
categorie van [eiser] het gemiddeld aantal verhuizingen een stuk lager is dan hetgeen Finteam stelt.
4.6
Met betrekking tot de kans op overlijden heeft [eiser] - onder verwijzing naar de door de commissie genoemde site van VZinfo (een website van het RIVM) - vermeld dat hij een resterende levensverwachting heeft van 29,77 jaar.
4.7
De rechtbank overweegt dat het een feit van algemene bekendheid is dat de laagste hypotheekrentes werden gehanteerd tussen 2020 en begin 2021. Tijdens deze periode zakten de tarieven voor sommige rentevaste periodes tot onder de 1%. Het valt niet uit te sluiten dat het in de toekomst op enig moment voor [eiser] aantrekkelijk kan zijn de lening over te sluiten.
4.8
[eiser] betwist niet dat er omstandigheden kunnen zijn die ertoe leiden dat bij de vaststelling van de schade een kortere periode in acht wordt genomen dat een periode van 20 jaar. [eiser] is zich bewust van de uitspraken van het Kifid in dat kader. Met inachtneming van goede en kwade kansen heeft [eiser] een schadebedrag becijferd van € 24.963,99.
4.9
De rechtbank overweegt dat naast voornoemde onzekerheid tussen partijen andere uitgangspunten worden gehanteerd met betrekking tot de nieuwe rente en de rekenrente.
De rechtbank laat in het midden welke verdere uitgangspunten zouden moeten worden gehanteerd. De schade zal niet worden berekend, maar zal worden begroot.
4.1
De rechtbank begroot -gelet op hetgeen hierboven is overwogen- de schade op
€ 25.000, te vermeerderen met de wettelijke rente van 19 juni 2023 af.
4.11
De gevorderde verklaring voor recht zal worden afgewezen, nu [eiser] daar geen belang bij heeft. Gevolg van de begroting en toewijzing van de schade is, dat ook het gevorderde voorschot en de schadestaat niet worden toegewezen.
4.12
Finteam is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
1.374,00
- salaris advocaat
2.580,00
(2 punten × € 1.290,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.291,04
4.13
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1
veroordeelt Finteam tot betaling aan [eiser] van een schadevergoeding van € 25.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) over het toegewezen bedrag, met ingang van 19 juni 2023 tot de dag van volledige betaling,
5.2
veroordeelt Finteam in de proceskosten van € 4.291,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Finteam niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3
veroordeelt Finteam tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Zweers en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.