ECLI:NL:RBOVE:2026:4281
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verlof voor het voorhanden hebben van munitie wegens overtreding Wet wapens en munitie
Eiser, een verzamelaar van munitie en oude wapens, kreeg zijn verlof voor het voorhanden hebben van munitie ingetrokken nadat bij een controle wapens en onderdelen werden aangetroffen die niet bekend waren bij de korpschef. De minister verklaarde het administratief beroep van eiser ongegrond en handhaafde de intrekking.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was ondanks een lichte overschrijding van de beroepstermijn, gelet op de omstandigheden. Uit de stukken bleek dat eiser wapens in categorieën II en III in bezit had die niet op de juiste wijze onklaar waren gemaakt, wat in strijd is met de Wet wapens en munitie. Ook was een exercitiegeweer aangetroffen dat verboden is.
De rechtbank vond dat eiser het belang van strikte naleving van de wet onvoldoende inzag en dat het verlof terecht was ingetrokken op grond van artikel 7, tweede lid, onder b, van de Wwm. De intrekking was evenredig en noodzakelijk om te voorkomen dat iemand die niet aan de voorwaarden voldoet wapens en munitie bezit. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van het verlof voor het voorhanden hebben van munitie is ongegrond verklaard en het verlof blijft ingetrokken.