ECLI:NL:RBOVE:2026:4321

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
18 juli 2026
Zaaknummer
12145174 EJ VERZ 26-84
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 onderdeel e BWArt. 7:670 BWArt. 7:671b lid 1 onderdeel a BWArt. 7:671b lid 9 sub a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen werknemer na werkweigering

Fugro Survey B.V. verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar werknemer, die sinds 31 augustus 2025 zonder bericht niet meer op het werk is verschenen en niet reageerde op diverse contactpogingen van de werkgever.

De kantonrechter stelde vast dat de werknemer na een arbeidsduur van ruim twaalf jaar plotseling afwezig bleef zonder opgave van reden. Pogingen tot contact via telefoon, e-mail, WhatsApp, een huisbezoek en een aangetekende brief bleven onbeantwoord. Ook een melding bij het Meldpunt maatschappelijke zorg leidde tot de mededeling dat de werknemer geen contact meer wenste met de werkgever.

Gelet op deze feiten oordeelde de kantonrechter dat de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en dat van de werkgever niet kan worden verlangd de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Herplaatsing binnen de organisatie was niet in de rede. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 7 juli 2026 en de werknemer werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer met ingang van 7 juli 2026.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : 12145174 EJ VERZ 26-84
Beschikking van de kantonrechter van 7 juli 2026
in de zaak van
Fugro Survey B.V.,
gevestigd te Nootdorp,
verzoekende partij, hierna te noemen Fugro,
gemachtigde: mr. L. van der Wiel,
tegen
[verweerder],wonende te [woonplaats],
verwerende partij, hierna te noemen [verweerder],
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Op 18 maart 2026 heeft Fugro een verzoekschrift (met producties 1 tot en met 15) ingediend strekkende tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. Voorafgaand aan de zitting heeft Fugro de rechtbank een aanvullende productie (16) toegezonden.
1.2.
De kantonrechter heeft de mondelinge behandeling van het verzoek bepaald op
9 juni 2026. De griffie van de rechtbank heeft partijen per aangetekende brief van 26 maart 2026 opgeroepen te verschijnen op de mondelinge behandeling. De brief gericht aan [verweerder] is verstuurd naar zijn laatst bekende woonadres, te weten [adres]. Uit de door Fugro ingediende productie 16 blijkt dat Fugro bij deurwaardersexploot van 4 mei 2026 [verweerder] heeft opgeroepen om op de mondelinge behandeling van 9 juni 2026 te verschijnen en dat bovendien aan [verweerder] een afschrift van het verzoekschrift is betekend.
1.3.
[verweerder] is zonder berichtgeving niet ter zitting verschenen. Hij heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek van Fugro.
1.4.
Hierna is een datum voor beschikking bepaald.

2.Het verzoek

2.1.
Fugro verzoekt (primair) de arbeidsovereenkomst met [verweerder] onmiddellijk, dan wel op de kortst mogelijke termijn te ontbinden, op grond van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten als bedoeld in artikel 7:669 lid Pro 3, onderdeel e, van het Burgerlijk Wetboek (BW), dan wel (subsidiair) de arbeidsovereenkomst te ontbinden vanwege verwijtbaar handelen van [verweerder], ofwel op grond van artikel 7:699 lid 3 onder Pro h BW, dan wel op grond van artikel 7:699 lid 3 onder Pro g BW, waarbij de einddatum conform artikel 7:671b lid 9 sub a BW wordt bepaald.
2.2.
Fugro legt aan haar verzoek het volgende ten grondslag. Tussen partijen bestaat met ingang van 1 oktober 2012 een arbeidsovereenkomst. Vanaf 31 augustus 2025 is [verweerder] niet meer op het werk verschenen. Fugro heeft zonder succes op verschillende momenten en manieren contact met [verweerder] proberen te krijgen. Toen iedere reactie uitbleef, heeft zij een loonstop aangekondigd en toegepast. Gelet op het voorgaande kan van Fugro in redelijkheid niet worden verwacht de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, aldus Fugro.

3.De beoordeling

3.1.
Van opzegverboden in de zin van artikel 7:670 BW Pro is bij dit verzoek niet gebleken.
3.2.
Uit artikel 7:669 lid 1 BW Pro volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden opgezegd indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Dit artikel bepaalt verder dat herplaatsing in ieder geval niet in de rede ligt indien sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel Pro e BW.
3.3.
[verweerder] heeft, hoewel hij daartoe behoorlijk in de gelegenheid is gesteld, geen verweer gevoerd. Dit betekent dat de door Fugro aangevoerde feiten en omstandigheden die hieronder worden genoemd als onweersproken zijn komen vast te staan.
3.4.
Vast staat dat sinds 1 oktober 2012 een arbeidsovereenkomst tussen Fugro een [verweerder] bestaat, op grond waarvan [verweerder] de functie Offshore Surveyor vervulde. Van 26 juni 2025 tot en met 5 augustus 2025 is [verweerder] offshore werkzaam geweest bij een opdrachtgever van Fugro. Aansluitend genoot [verweerder] tot 30 augustus 2025 compensatieverlof. Na afloop van dit compensatieverlof is [verweerder] zonder bericht niet meer op het werk verschenen. Fugro heeft in september en oktober op meerdere momenten en op verschillende manieren (telefoon, e-mails en Whatsapp-berichten) tevergeefs geprobeerd contact met hem te krijgen. Fugro heeft in diezelfde periode ook zonder succes geprobeerd de noodgevallen contactpersoon van [verweerder] te bereiken. De leidinggevende van [verweerder] heeft vervolgens een persoonlijk bezoek aan het huisadres van [verweerder] gebracht, maar de deur werd niet opengedaan. Op 7 november 2025 heeft Fugro een aangetekende brief aan [verweerder] gestuurd met daarin een schriftelijke waarschuwing. In die brief werd [verweerder] verzocht om uiterlijk 12 november 2025 weer op het werk te verschijnen, dan wel voor die datum contact op te nemen met zijn leidinggevende. Voor het geval een reactie zou uitblijven, is een loonstop aangekondigd. Op 13 november 2025 heeft Fugro wederom tevergeefs geprobeerd contact te krijgen met [verweerder] en zijn noodgevallen contactpersoon. Toen wederom elke reactie uitbleef, heeft Fugro een melding gedaan bij het Meldpunt maatschappelijke zorg van de GGD. Medewerkers van de GGD hebben vervolgens een huisbezoek gebracht aan het adres van [verweerder]. Als terugkoppeling kreeg Fugro te horen dat [verweerder] toen heeft gezegd dat hij geen contact meer wil met Fugro en dat hij de GGD heeft verzocht zijn gegevens te verwijderen. Met ingang van december 2025 heeft Fugro een loonstop toegepast. Op 21 januari 2026 heeft Fugro [verweerder] een vaststellingsovereenkomst aangeboden per aangetekende brief, maar ook hier is geen reactie op gekomen.
3.5.
De kantonrechter is in het licht van deze feiten en omstandigheden van oordeel dat [verweerder] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door zonder opgave van reden, en ook zonder dat van een gegronde reden is gebleken, na een arbeidsduur van ruim twaalf jaar plotseling niet meer op het werk te verschijnen. [verweerder] heeft niet gereageerd op de vele contactpogingen van Fugro en heeft tegen de medewerker(s) van de GGD gezegd geen contact meer te willen met Fugro. [verweerder] heeft Fugro daarmee bewust in het ongewisse gelaten en haar met veel vragen en zorgen achtergelaten. Van Fugro kan daarom niet worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Herplaatsing van [verweerder] binnen de organisatie van Fugro ligt in dit geval niet in de rede.
3.6.
De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a BW in verbinding met artikel 7:669 lid Pro 3, onderdeel e BW. De door Fugro verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst per eerst mogelijke datum zal gelet op het voorgaande worden toegewezen (artikel 7:671b lid 9 onder b BW). De arbeidsovereenkomst zal dus worden ontbonden met ingang van de datum van deze beschikking.
3.7.
[verweerder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Fugro worden begroot op:
- exploot/betekeningskosten € 121,87
- griffierecht € 139,00
- salaris gemachtigde € 576,00 (2 punten × € 288,00)
- nakosten € 144,00 +
Totaal € 980,87

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 7 juli 2026;
4.2.
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 980,87 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [verweerder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [verweerder] ook de kosten van betekening betalen;
4.3.
verklaart het onder 4.2 bepaalde uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.O. Frentrop, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.