ECLI:NL:RBOVE:2026:4322

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
18 juli 2026
Zaaknummer
11954957 \ CV EXPL 25-1989
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:213 BWArt. 6:74 BWArt. 12 lid 6 AVArt. 7:219 BWArt. 7:218 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid huurder voor schade aan vakantiewoning en zwembad

De zaak betreft een geschil tussen De Smockelaer B.V. als verhuurder en [partij A] als huurder van een vakantiewoning met zwembad. Tijdens het verblijf van 7 tot 10 juni 2024 ontstond schade aan het zwembad en inventaris, waaronder glas in het zwembad, beschadigde stoelen en een afgebroken lamp. De Smockelaer vordert vergoeding van de schade en rente, terwijl [partij A] aansprakelijkheid en schadeomvang betwist en tevens de terugbetaling van de borg verlangt.

De kantonrechter stelt vast dat [partij A] als consument-huurder zich als goed huurder moest gedragen en de huisregels, waaronder het verbod op glas in de zwembadruimte, moest naleven. De schade is aannemelijk gemaakt door foto’s, verklaringen van een facilitair medewerkster en het feit dat glas van een biermerk werd aangetroffen, wat door [partij A] deels werd bevestigd. Verklaringen van vrienden van [partij A] worden niet gevolgd vanwege gebrek aan geloofwaardigheid.

De kantonrechter oordeelt dat [partij A] aansprakelijk is voor de schade, ook die veroorzaakt door zijn vrienden met zijn toestemming. De hoogte van de schade wordt deels vastgesteld en deels aangehouden voor nadere bewijslevering, onder meer over misgelopen huurinkomsten, schoonmaakkosten en herstelkosten. Sommige schadeposten worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Ook wordt de eisvermindering wegens btw toegelicht. De vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt aangehouden in afwachting van nadere onderbouwing over de rechtsbijstandverzekering.

De procedure wordt voortgezet met bewijslevering en nadere akten, waarna een eindvonnis zal volgen.

Uitkomst: Huurder is aansprakelijk voor schade aan vakantiewoning; hoogte schade en borg worden nader vastgesteld na bewijslevering.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11954957 \ CV EXPL 25-1989
Vonnis van 7 juli 2026
in de zaak van
DE SMOCKELAER B.V.,
gevestigd in Heijenrath,
eisende partij in conventie
gedaagde partij in reconventie,
gemachtigde: mr. L. Wely-Wonnink,
[partij A],
wonende in [woonplaats],
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
gemachtigden: mr. M.H. van der Linden en F.A.J. van der Linden.

1.De procedure

1.1
De kantonrechter heeft de volgende stukken gelezen:
  • de dagvaarding (met producties 1 t/m 16);
  • de conclusie van antwoord in conventie, ook eis in reconventie (met productie 1);
  • een aanvullende productie van De Smockelaer (productie 17).
1.2
Op 6 mei 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij
waren aanwezig de heer [naam 1], eigenaar van De Smockelaer, bijgestaan door mr. M.H. Steehouwer, en [partij A], bijgestaan door mr. M.H. van der Linden. De kantonrechter heeft de mondelinge behandeling gesloten en bepaald dat hij vonnis zal wijzen.
De zaak in het kort
[partij A] heeft van De Smockelaer een vakantiewoning met zwembad gehuurd en daar in de periode van 7 juni t/m 10 juni 2024 met een aantal van zijn vrienden verbleven. Nadat zij op 10 juni 2024 de vakantiewoning hebben verlaten, heeft diezelfde ochtend een facilitair medewerkster van De Smockelaer, mevrouw [naam 2], de vakantiewoning bezocht en daar onder meer glas in het zwembad, beschadigde stoelen en een afgebroken lamp aangetroffen. De Smockelaer vindt dat [partij A] de schade moet vergoeden die zij hierdoor heeft geleden. Zij eist daarom – na vermindering van eis – een veroordeling tot betaling van € 7.198,05, vermeerderd met rente en kosten. [partij A] ontkent dat hij de schade heeft veroorzaakt en hij is het ook niet eens met de hoogte van de door De Smockelaer gevorderde schade. [partij A] heeft ook een eis in reconventie (tegeneis) ingesteld omdat hij € 1.000,00 aan borg heeft betaald aan De Smockelaer. Hij wil die borg terug. De Smockelaer is het daar niet mee eens.
De kantonrechter is van oordeel dat [partij A] aansprakelijk is voor de schade van De Smockelaer. Een deel van de gevorderde schade wordt vastgesteld dan wel afgewezen bij een nog te wijzen eindvonnis. Ook is nog deels onduidelijk wat en hoe hoog de schade precies is. Partijen krijgen nog een keer de kans om zich hierover uit te laten.

2.De beoordeling

[partij A] en De Smockelaer hebben een huurovereenkomst met bijbehorende algemene bepalingen gesloten
2.1
De Smockelaer en [partij A] hebben een huurovereenkomst gesloten voor de huur van een vakantiewoning in de periode van 7 juni 2024 t/m 10 juni 2024 voor een huursom van € 4.250,00, vermeerderd met € 1.000,00 aan borg. Op die overeenkomst zijn de algemene voorwaarden en het huisreglement van De Smockelaer van toepassing.
Ambtshalve toetsen
2.2
Omdat [partij A] als huurder een consument is en De Smockelaer als verhuurder wordt aangemerkt als handelaar, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de huurovereenkomst en de bijbehorende algemene voorwaarden oneerlijke bepalingen staan zoals bedoeld in Richtlijn 93/13 EG. De kantonrechter is van oordeel dat voor zover bepalingen betrekking hebben op deze zaak, die bepalingen niet oneerlijk zijn.
[partij A] moest zich als goed huurder gedragen en aan de huisregels houden
2.3
[partij A] moest zich als ‘goed huurder’ gedragen. [1] Dat betekent onder andere dat hij zich op zo’n manier moest gedragen dat schade aan de vakantiewoning, inventaris en zwembad inbegrepen, werd voorkomen. Verder waren er huisregels over hoe om te gaan met de vakantiewoning. Daarin staat onder andere dat het verboden is om glas en etenswaren mee de zwembadruimte in te nemen. [partij A] heeft gezegd dat hij die huisregels heeft ontvangen. Hij moest zich daar dan ook aan houden. Als de Smockelaer schade heeft geleden omdat [partij A] zich niet als goed huurder heeft gedragen en/of de huisregels heeft overtreden, dan is [partij A] in beginsel aansprakelijk voor die schade. [2] Verder geldt dat [partij A] ook de schade moeten vergoeden als die is veroorzaakt door zijn vrienden en die vrienden met zijn goedvinden gebruik hebben gemaakt van de vakantiewoning. [3]
[partij A] is aansprakelijk voor de schade van De Smockelaer
2.4
De kantonrechter volgt grotendeels het verhaal van De Smockelaer dat zij schade heeft geleden door toedoen van [partij A] en/of zijn vrienden. [partij A] zal die schade dan ook moeten vergoeden.
2.5
Het uitgangspunt is dat wordt vermoed dat de vakantiewoning bij het begin van de huur door [partij A] in onbeschadigde staat was en dus dat eventuele schade is ontstaan tijdens de huur door [partij A]. [4] Hier geldt alleen een uitzondering op die regel omdat niet is gebleken dat door De Smockelaer een beschrijving is opgemaakt van de vakantiewoning (bijvoorbeeld een proces-verbaal van oplevering). Daarom wordt vermoed dat [partij A] op 6 juni 2024 de vakantiewoning heeft ontvangen in de staat waarin de vakantiewoning was bij aan einde van de huurovereenkomst op 10 juni 2024. De Smockelaer heeft alleen dit vermoeden onderbouwd weerlegd. Daarom staat alsnog vast dat een groot deel van de door De Smockelaer gestelde schade is ontstaan aan de vakantiewoning tijdens de huur door [partij A]. [5] Hierover het volgende.
2.6
In het zwembad van de vakantiewoning zijn, vlak nadat [partij A] en zijn vrienden waren vertrokken onder andere groene glasscherven (met daarop het etiket van het biermerk Grolsch), flesdoppen, en pinda’s aangetroffen. Verder was een tegel in de jacuzzi kapot, was een lamp op de overloop afgebroken van de muur, waren de poten van diverse terrasstoelen verbogen en waren de stoelen met bijbehorende kussens die in de zwembadruimte stonden, nat en zat aarde aan een stoelpoot.
Dit blijkt uit door De Smockelaer overgelegde foto’s waarop dit alles is te zien. Een deel van die foto’s is op 10 juni 2024 in het begin van de middag gedeeld door [naam 2] in de groepsapp van de Smockelaer. Ook is te lezen in een schriftelijke verklaring van [naam 2] hoe zij de vakantiewoning op 10 juni 2024 rond 11:00 uur in de ochtend aantrof, namelijk – kort gezegd – met schade, een biergeur en vervuiling en dat dit een andere situatie was dan hoe zij de vakantiewoning na schoonmaken heeft achtergelaten voor aanvang van de huur op 7 juni 2024.
Nu [naam 2] op 10 juni 2024 rond 11:00 uur in de ochtend de staat van de vakantiewoning heeft waargenomen en eerder diezelfde ochtend [partij A] en zijn vrienden de woning hebben verlaten, is sprake van een korte tijdsduur tussen het aantreffen en het verlaten van de vakantiewoning. Daarbij is niet gebleken dat binnen die korte tijdsduur, andere personen in de vakantiewoning zijn geweest.
Het verhaal van De Smockelaer wordt gesteund door [partij A] zelf. [partij A] heeft namelijk gezegd dat hij en zijn vrienden in het zwembad bier hebben gedronken van het merk Grolsch. Dat is het merk waarvan het glas in het zwembad afkomstig is. Tegelijkertijd heeft [partij A] wel gezegd dat hierbij geen bierflesscherven in het zwembad terecht zijn gekomen, maar dat verhaal heeft hij onvoldoende onderbouwd en wordt niet gevolgd omdat een waarschijnlijke alternatieve oorzaak voor het glas in het zwembad ontbreekt. De betwisting van [partij A] dat niet door toedoen van hem en/of zijn vrienden stoelpoten krom zijn gaan staan en andere stoelen en stoelkussens nat zijn geworden, wordt, vanwege de verklaring van [naam 2] en de foto’s, net zo goed niet gevolgd omdat die onvoldoende is onderbouwd. [partij A] heeft nog verklaringen ingebracht van een aantal van zijn vrienden waarin in vrij algemene woorden staat dat de vakantiewoning bezemschoon en/of netjes is achtergelaten. Aan de inhoud van die verklaringen wordt alleen geen waarde gehecht. Zij zijn woordelijk (bijna) hetzelfde, zijn op hetzelfde soort lijntjespapier geschreven en opgesteld op dezelfde datum. Het kan dan ook niet anders dan dat de verklaringen op elkaar zijn afgestemd. Daarnaast wordt ermee rekening gehouden dat de verklarende vrienden mogelijk ook (indirect) belang hebben bij afwending van aansprakelijkheid door [partij A] nu niet op voorhand valt uit te sluiten dat, gezien hun verblijf in de vakantiewoning, zij mede betrokken zijn geweest bij het veroorzaken van de schade.
2.7
Nu tijdens de huurperiode van [partij A] onder andere glasscherven in het zwembad terecht zijn gekomen, stoelpoten zijn beschadigd en stoelen en stoelkussens nat zijn geraakt, heeft [partij A] zich niet als goed huurder gedragen. Ook heeft hij de huisregels overtreden door bierflessen en/of pinda’s mee de zwembadruimte in te nemen en toe te staan dat zijn vrienden dit ook deden. Als huurder is de schade die hierdoor is ontstaan aan [partij A] toe te rekenen en hij moet die vergoeden. Het maakt daarbij niet uit of [partij A] zelf dan wel zijn vrienden de schade hebben veroorzaakt, nu het niet ter discussie staat dat de vrienden in de vakantiewoning verbleven met goedkeuring van [partij A].
De volgende vraag is wat en hoe hoog de te door [partij A] te vergoeden schade is.
Bespreking schadeposten
2.8
Door De Smockelaer zijn meerdere schadeposten opgevoerd. Dat zijn de volgende:
a. Misgelopen huurinkomsten (€ 4.250,00)
2.8.1
De Smockelaer vordert vergoeding van misgelopen omzet van € 4.250,00 omdat de vakantiewoning was geboekt voor de week na het verblijf van [partij A] en die boeking niet door kon gaan.
De kantonrechter is het met De Smockelaer eens dat het zwembad niet kon worden gebruikt vanwege het gevaar voor letsel nu glasscherven in het zwembad lagen. Eerst moest het zwembad zorgvuldig worden schoongemaakt. Dat dit alleen zorgvuldig kon worden gedaan door het zwembad eerst leeg te laten lopen en dat het proces van leeglopen, schoonmaken en vullen in totaal drie dagen heeft geduurd, is voldoende toegelicht. In die tijd kon het zwembad niet worden gebruikt.
De dag na het vertrek van [partij A] zou de vakantiewoning worden verhuurd aan nieuwe huurders. Zo blijkt uit een reserveringsbevestiging waarin staat dat vanaf 11 t/m 14 juni 2024 de vakantiewoning was gereserveerd. De Smockelaer heeft mondeling toegelicht dat contact is opgenomen met deze nieuwe huurders om te bespreken of de boeking ook door kon gaan zonder gebruik van het zwembad. De huurders hebben gezegd dat ze specifiek deze vakantiewoning hadden geboekt omdat daarbij een zwembad zat.
Ter onderbouwing van haar vordering heeft De Smockelaer een afschrift van de reserveringsadministratie overgelegd. Daarin staan, zoals door [partij A] opgemerkt, alleen (mogelijk) tegenstrijdige mededelingen. Namelijk dat de reservering is geannuleerd als wel dat de aankomstdatum een dag is opgeschoven. Ook zou de reserveringsbevestiging niet kloppen omdat die van een eerdere datum was dan de reservering van [partij A], maar wel een hoger reserveringsnummer hebben dan het reserveringsnummer van [partij A]. Vanwege die mogelijke tegenstrijdigheid en onduidelijkheid kan op dit moment niet worden vastgesteld of inderdaad De Smockelaer de reservering heeft moeten annuleren.
De Smockelaer zal worden toegelaten om te bewijzen dat sprake was van een reservering in de periode van 11 t/m 14 juni 2024 en dat die is geannuleerd.
2.8.2
De kantonrechter merkt over de vordering op dat door De Smockelaer vergoeding van misgelopen omzet is gevorderd. De Smockelaer gaat daarmee eraan voorbij dat in het hypothetische geval dat de vakantiewoning wel was verhuurd, zij ook kosten had gemaakt. Alleen dat deel van de omzet dat overblijft na aftrek van die kosten, de gederfde winst, komt voor vergoeding in aanmerking. Mocht De Smockelaer willen overgaan tot bewijslevering, dan zal zij eveneens worden toegelaten om bij akte te stellen en zo nodig middels producties te onderbouwen wat die gederfde winst is.
b. Vervangingskosten zwembad- en jacuzziwater (€ 2.780,58)
2.8.3
De Smockelaer vordert schadevergoeding van € 2.780,58 vanwege, na het schoonmaken, het weer met water moeten vullen van het zwembad en de jacuzzi.
2.8.4
Het vervangen van het water was noodzakelijk en dit heeft De Smockelaer zelf gedaan. [6] Toch heeft De Smockelaer verwezen naar een tarief in de markt voor het leveren van zwembadwater en, zo stelt zij, vergoeding volgens dat tarief gevorderd. Naar het oordeel van de kantonrechter is deze wijze van abstracte schadebegroting niet passend, nu is gebleken dat de schade concreet is te begroten. Dat wil zeggen dat het te berekenen is wat de kosten zijn van het zelf vervangen en verwarmen van het water. Nu het vaststaat dat De Smockelaer schade heeft geleden en alleen nog de vraag voorligt wat, op concrete wijze begroot, haar schade is, zal De Smockelaer de gelegenheid krijgen om dit alsnog bij akte toe te lichten, zo nodig onderbouwd met producties. Bij het begroten van de hoogte van de schade zal geen rekening worden gehouden met de ouderdom van het zwembadwater. De Smockelaer heeft, daarnaar bevraagd, voldoende en onweersproken uitgelegd dat het zwembadwater normaliter niet hoeft te worden vervangen.
c. Herstelkosten tegel jacuzzi (€ 151,25)
2.8.5
De Smockelaer heeft schadevergoeding gevorderd vanwege personeelskosten die verband houden met een kapotte tegel in de jacuzzi. Deze tegel moest onder meer worden verwijderd, waarna een nieuwe tegel is gevoegd. Door [partij A] is aangevoerd dat de tegel al langere tijd uit de jacuzzi ontbreekt. Dit zou blijken nu op de plek waar de tegel zat oxidatie zichtbaar zou zijn. Hoewel de tegel niet ontbreekt, nu die is te zien op een overgelegde foto, heeft De Smockelaer niet gesteld wat de oorzaak is van de kapotte tegel en heeft zij niet weersproken dat al sprake was van oxidatie. Daarom kan niet worden vastgesteld dat [partij A] en/of zijn vrienden verantwoordelijk zijn voor het kapotgaan van de tegel. De schadepost wordt dan ook afgewezen.
d. Schoonmaakkosten zwembad en jacuzzi (€ 290,40)
2.8.6
De Smockelaer heeft schadevergoeding gevorderd vanwege personeelskosten die zij heeft gemaakt in verband met het schoonmaken van de bodem en de filters van het zwembad en de jacuzzi. De totale personeelskosten bedroegen volgens De Smockelaer € 290,40 waarbij is uitgegaan van 6 uur aan werkzaamheden door haar eigen personeel vermenigvuldigd met € 48,40 per uur aan personeelskosten.
2.8.7
[partij A] zal de schoonmaakkosten van het zwembad en de jacuzzi die gelijk zijn aan de personeelskosten moeten vergoeden omdat het schoonmaken daarvan noodzakelijk was. [7] De Smockelaer heeft het zwembad en de jacuzzi laten schoonmaken door haar eigen personeel. Haar personeel heeft hierdoor tijdens reguliere werktijd niet reguliere werkzaamheden kunnen uitvoeren. De gevorderde vergoeding van personeelskosten kan worden begroot door de uren die de werknemers van De Smockelaer aan het schoonmaken hebben besteed, te vermenigvuldigen met de loonkosten inclusief werkgeverslasten per uur van de desbetreffende werknemers. Van de hoogte van de door De Smockelaer gestelde loonkosten per uur kan alleen vooralsnog niet worden uitgegaan omdat zij die niet heeft onderbouwd. Nu het vaststaat dat De Smockelaer schade heeft geleden en alleen nog de vraag voorligt wat de hoogte behoort te zijn van de schadevergoeding, zal De Smockelaer de gelegenheid krijgen om alsnog bij akte, zo nodig middels producties, de hoogte van de personeelskosten te onderbouwen. Bij de begroting van de personeelskosten zal in ieder geval wel worden uitgegaan van de door de Smockelaer gestelde tijdsbesteding van 6 uur. Die tijdsbesteding is door [partij A] niet weersproken.
e. Herstelkosten kussens terrasstoelen zwembad (€ 181,50)
2.8.8
De Smockelaer heeft schadevergoeding gevorderd vanwege drijfnatte en beschadigde kussens die horen bij de terrasstoelen in de zwembadruimte. De herstelkosten in de vorm van personeelskosten bedroegen volgens De Smockelaer € 181,50.
2.8.9
Deze schadepost wordt afgewezen. Hoewel door De Smockelaer is gesteld dat de kussen beschadigd waren, is door haar niet gesteld waar die beschadigingen dan uit bestonden, zodat niet kan worden vastgesteld dat sprake was van materiële schade. Wel is aannemelijk dat de kussens (drijf)nat zijn geworden. Dit is namelijk door [partij A] niet betwist. De Smockelaer heeft alleen haar schade als gevolg van het drijfnat zijn van de kussens niet onderbouwd nu niet duidelijk is hoeveel kussens nat waren en waarom een facilitair medewerkster daarom 3:45 uur met de kussens bezig is geweest. Die tijdsbesteding is niet begrijpelijk. Verder heeft De Smockelaer verteld dat de kussens met een “grote schoonmaak” normaliter ook worden gewassen. Het is dan ook niet zonder meer aannemelijk dat in het geval de kussens niet in het zwembad waren beland, zij dan niet ook moesten worden gewassen.
f. Herstelkosten loshangende lamp overloop (€ 30,25)
2.8.10
De Smockelaer heeft schadevergoeding gevorderd vanwege een loshangende/losgetrokken lamp op de overloop bij de slaapkamers. De herstelkosten in de vorm van personeelskosten bedroegen volgens De Smockelaer € 30,25.
2.8.11
Door [partij A] is betwist dat hij (of zijn vrienden) de lamp heeft losgetrokken en daartoe aangevoerd dat de lamp al loshing. Tijdens de mondelinge behandeling heeft hij verder verklaard dat een filmpje is gemaakt van de loshangende lamp en dat dit filmpje aantoont dat zijn verhaal klopt. [partij A] heeft dit filmpje alleen niet ingediend. Hij zal daarvoor alsnog bij akte de kans krijgen.
g. Waterschade aan gevlochten stoelen (€ 907,50)
2.8.12
De Smockelaer heeft schadevergoeding gevorderd vanwege twee gevlochten stoelen die nat zijn geworden doordat zij in het zwembad zouden hebben gestaan. Per stoel is uitgegaan van een bedrag van € 375,00 vermenigvuldigd met de btw. De concrete schade aan de stoelen zou eruit bestaan dat sprake is van roestvorming bij deze stoelen.
2.8.13
De gevorderde schadepost wordt afgewezen nu niet is gebleken dat sprake is van schade omdat (nog) geen sprake is beschadiging van de stoelen door roestvorming. Tijdens de mondelinge behandeling daarnaar bevraagd, heeft De Smockelaer namelijk toegelicht dat op dit moment geen sprake is van roestvorming aan de binnenkant van de stoelen, maar dat dit volgens haar alsnog zou kunnen gebeuren.
h. Vernielde terrasstoelen (€ 635,25)
2.8.14
Tot slot heeft De Smockelaer schadevergoeding gevorderd in verband met drie terrasstoelen van het merk
4 Seasonsvan drie à vier jaar oud waarvan de poten zijn gebogen/gebroken. Zij is per stoel uitgegaan van een bedrag van € 211,75 inclusief btw. Een bon van de aanschaf van de stoelen zegt De Smockelaer niet meer te hebben.
2.8.15
De kantonrechter is van oordeel dat [partij A] aansprakelijk is voor het ontstaan van de schade. Door [partij A] is weliswaar aangevoerd dat ‘gewoon’, de kantonrechter begrijpt daaruit ‘op een manier van een goed huurder’, gebruik is gemaakt van de stoelen. Die algemene ontkenning van [partij A] wordt alleen niet gevolgd. Zonder toelichting ontgaat het de kantonrechter hoe gewoon gebruik van de terrasstoelen ervoor kan zorgen dat terrasstoelen zodanig krom zijn gaan staan als op door De Smockelaer overgelegde foto’s is te zien. Het had op de weg van [partij A] gelegen om die toelichting te geven, maar dat heeft hij niet gedaan. [partij A] zal de schade dan ook moeten vergoeden.
2.8.16
De hoogte van de door De Smockelaer gevorderde schadevergoeding komt de kantonrechter wel bovenmatig voor. Dit allereerst vanwege de leeftijd van de stoelen. Vanwege die leeftijd moet rekening worden gehouden met afschrijving. Niet is duidelijk of en zo ja op welke manier De Smockelaer dit heeft meegenomen in haar vordering. Verder lijken de tuinstoelen die De Smockelaer heeft opgevoerd ter indicatie van nieuwprijzen niet op de vernielde terrasstoelen. De indicatieve nieuwprijzen lopen ook erg uiteen. De hoogte van de schade is dus onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter zal wel de schade schatten op een bedrag van € 150,00, zijnde € 50,00 per stoel.
Nadere toelichting van de eisvermindering is noodzakelijk
2.9
Tijdens de mondelinge behandeling is met De Smockelaer besproken dat de gevorderde schadevergoeding, voordat zij haar eis had gewijzigd, onder meer bestond uit de btw over de a t/m h gevorderde schadeposten. Alleen blijkt dat over de schade geen btw moet worden gerekend nu de schade niet een belastbare levering of dienst betreft (in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968) dan wel dat, voor zover (mogelijk) wel afdracht van btw zou zijn verschuldigd, die afdracht een verrekenpost betreft voor De Smockelaer als ondernemer. Dit betekent dat voor haar de btw geen schade is. Van vergoeding hiervan door [partij A] kan dan ook geen sprake zijn.
2.1
De Smockelaer heeft vervolgens haar eis verminderd met een bedrag van € 1.028,59. Uit de opbouw van de oorspronkelijke vordering van De Smockelaer blijkt dat meerdere btw-tarieven zijn gehanteerd, wisselend tussen een percentage van 9% dan wel 21%. Zij heeft alleen niet per schadepost gespecificeerd welk btw-tarief door haar was gehanteerd. Daarom is het niet inzichtelijk welk gevolg de eisvermindering op de individuele schadeposten heeft. De Smockelaer zal in gelegenheid worden gesteld om bij akte per schadepost duidelijk te maken wat de hoogte is van elke schadepost na aftrek van de initieel gevorderde btw.
Buitengerechtelijke kosten
2.11
Door de gemachtigde van De Smockelaer zijn buitengerechtelijke werkzaamheden verricht. Dit blijkt uit de brieven die zij op 20 november 2024 en 12 maart 2025 naar (de gemachtigde van) [partij A] heeft verzonden. De Smockelaer heeft vergoeding gevorderd van de daarmee gepaard gaande buitengerechtelijke kosten. Voordat de hoogte van deze kosten kan worden begroot, moet eerst worden beoordeeld of De Smockelaer wel recht heeft op vergoeding van deze kosten.
2.12
Het staat vast dat De Smockelaer buitengerechtelijk is bijgestaan door haar rechtsbijstandsverzekeraar Achmea. Het uitgangspunt is dat als De Smockelaer is verzekerd voor de buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand, deze niet voor vergoeding door [partij A] in aanmerking komen omdat deze niet voor haar eigen rekening zijn gekomen. Tijdens de mondelinge behandeling is onduidelijk gebleven of De Smockelaer geen, of niet onvoorwaardelijk, aanspraak kan maken op deze verzekering ter vergoeding van buitengerechtelijke kosten.
2.13
De Smockelaer zal de gelegenheid krijgen om bij akte onderbouwd toe te lichten of zij geen, of niet onvoorwaardelijk, aanspraak kan maken op haar rechtsbijstandsverzekering voor de vergoeding van de door haar gevorderde buitengerechtelijke kosten.
2.14
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
Bewijs
3.1
draagt De Smockelaer op te bewijzen over hetgeen in r.o. 2.8.1. van het vonnis is overwogen,
3.2
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
dinsdag 4 augustus 2026voor uitlating door De Smockelaer of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
3.3
bepaalt dat, als De Smockelaer geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,
3.4
bepaalt dat, als De Smockelaer getuigen wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden
augustus 2026tot en met
oktober 2026dan direct moeten opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
3.5
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden in het gerechtsgebouw te Almelo, Egbert Gorterstraat 5,
3.6
bepaalt dat De Smockelaer uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de kantonrechter en [partij A] moeten toesturen,
Te nemen akte
3.7
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
dinsdag 4 augustus 2026voor het nemen van een akte door De Smockelaer over wat is vermeld onder r.o. 2.8.2., 2.8.4., 2.8.7., 210. en 2.13. en door [partij A] over wat is vermeld onder r.o. 2.8.11,
3.8
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.N. Neumann en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:213 BW Pro;
2.Artikel 6:74 BW Pro, zie ook artikel 12 lid 6 AV Pro;
3.Artikel 7:219 BW Pro;
4.Artikel 7:218 lid 3 BW Pro.
5.Wat betreft de loshangende lamp is nog onduidelijk of dit tijdens de huurperiode van [partij A] is veroorzaakt (zie r.o. 2.8.11). Niet is komen vast te staan dat [partij A] aansprakelijk is voor de tegel in de jacuzzi (zie r.o. 2.8.5.).
6.Zie r.o. 2.8.1.
7.Zie r.o. 2.8.1.