ECLI:NL:RBOVE:2026:4327

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
18 juli 2026
Zaaknummer
12158604
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling verzekeringspremies bedrijfsautoverzekering toegewezen ondanks verweer gedaagde

Gedaagde sloot in april 2025 een bedrijfsautoverzekering af bij Univé, maar betaalde de premies van juli tot en met oktober 2025 niet. Univé startte een procedure om betaling van €451,15 aan premies, €48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten te vorderen.

Gedaagde voerde aan dat hij de auto na drie weken verkocht had vanwege pech en de verzekering had willen opzeggen, maar Univé zou dit geweigerd hebben vanwege een vermeende minimale premieperiode van drie maanden. Univé ontkende dit en stelde dat de verzekering dagelijks opzegbaar is en dat geen opzegging was ontvangen, waardoor de premies verschuldigd blijven.

De kantonrechter oordeelde dat gedaagde onvoldoende bewijs leverde van zijn opzegging en dat Univé's stelling daarom als juist moet worden aangenomen. De vordering tot betaling van premies en incassokosten werd toegewezen. Ook de proceskosten van €470,50 werden aan Univé toegekend. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €499,55 aan Univé en de proceskosten van €470,50.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12158604 \ CV EXPL 26-958
Vonnis van 7 juli 2026
in de zaak van
de naamloze vennootschap
N.V. UNIVÉ SCHADE,
uit Assen,
eisende partij,
hierna te noemen: Univé,
gemachtigde: LikiFin,
tegen
[gedaagde],
Handelend onder de naam [bedrijf],
uit [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend zonder gemachtigde.

1.Waar gaat deze zaak over?

1.1
[gedaagde] heeft een bedrijfsautoverzekering afgesloten bij Univé. [gedaagde] heeft de verzekeringspremies voor de maanden juli tot en met oktober 2025 niet betaald. Daarom is Univé is deze procedure gestart. Zij vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 451,15 aan premies, € 48,40 aan vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. [gedaagde] is het daar niet mee eens. De kantonrechter oordeelt dat het verweer van [gedaagde] niet slaagt en wijst de vordering van Univé toe. De beslissing wordt hieronder uitgelegd.

2.De procedure

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties van 16 maart 2026;
  • de conclusie van antwoord;
  • de conclusie van repliek met twee producties.
2.2
Bij brief van 13 mei 2026 is [gedaagde] door de rechtbank in de gelegenheid gesteld om vóór 9 juni 2026 op de conclusie van repliek te reageren. [gedaagde] heeft geen reactie (conclusie van dupliek) ingediend en heeft ook niet om uitstel verzocht.
2.3
Bij brief van 10 juni 2026 heeft de rechtbank Univé en [gedaagde] meegedeeld dat de kantonrechter vandaag uitspraak zal doen.

3.De beoordeling

3.1
Univé en [gedaagde] zijn het erover eens dat [gedaagde] in april 2025 bedrijfsautoverzekering bij Univé heeft afgesloten. Dat betekent dat [gedaagde] in beginsel de verzekeringspremies moet betalen.
3.2
[gedaagde] wil niet betalen, omdat hij na drie weken al autopech had en daarom de auto weer heeft verkocht. Hij stelt dat hij Univé vervolgens heeft gevraagd de verzekering stop te zetten, maar dat Univé dat weigerde omdat hij minimaal drie maanden premie moest betalen. Univé spreekt dat tegen. Univé heeft uitgelegd dat er geen minimumtermijn is van drie maanden. Univé heeft uitgelegd dat een verzekering elke dag kan worden opgezegd en dat dat ook volgt uit het polisblad. Daarop staat: ‘
U kunt uw verzekering elke dag opzeggen’. Maar volgens Univé heeft zij nooit een opzegging van [gedaagde] ontvangen en als er geen opzegging is, blijft de premie verschuldigd. Daarom neemt Univé het standpunt in dat [gedaagde] moet betalen, ook al is hij niet meer in bezit van de auto.
3.3
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de premies moet betalen. Gelet op de reactie van Univé op het verweer van [gedaagde], had [gedaagde] zijn standpunt meer moeten toelichten en moeten onderbouwen. Bijvoorbeeld met het bericht waarmee hij zegt dat hij de bedrijfsautoverzekering heeft willen opzeggen. Dat heeft hij niet gedaan. Daarom moet de kantonrechter ervan uitgaan dat de stelling van Univé klopt. Dat leidt ertoe dat [gedaagde] zal worden veroordeeld om € 451,15 aan Univé te betalen.
3.4
Univé vordert ook een vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten. Dat zijn de kosten die Univé heeft gemaakt om, in een poging een gang naar de kantonrechter te voorkomen, betaling van [gedaagde] te ontvangen.
3.5
De vordering van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 van Pro het Burgerlijk Wetboek en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat Univé voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Zij heeft dan ook recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. De kantonrechter wijst de gevorderde € 48,40 toe.
3.6
De conclusie is dat [gedaagde] in totaal € 499,55 aan Univé moet betalen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.7
[gedaagde] krijgt ongelijk. Daarom moet hij de proceskosten van Univé betalen. Daaronder vallen ook de nakosten. Zijn verweer hiertegen slaagt niet. Uit de stukken volgt namelijk dat Univé en later haar gemachtigde [gedaagde] verschillende betalingsherinneringen heeft gestuurd: op 30 juni 2025, 25 augustus 2025, 20 oktober 2025 en 5 december 2025. [gedaagde] heeft niet weersproken dat hij die betalingsherinneringen heeft ontvangen. Hij heeft meermaals de mogelijkheid gehad om Univé te betalen en daarmee deze procedure kon voorkomen. [gedaagde] heeft ervoor gekozen niet te betalen. Univé is dan ook terecht deze procedure gestart. Dat betekent dat zij recht heeft op betaling van haar proceskosten. Haar proceskosten worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
157,50
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
130,50
(1,5 punten × € 87,00)
- nakosten
43,50
(+ de kosten van betekening)
Totaal
470,50
3.8
Zoals hierboven is opgemerkt, vallen onder de proceskosten ook de nakosten. Dat betekent dat als [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de veroordelingen in dit vonnis voldoet en het vonnis daarna is betekend, hij ook de kosten van betekening aan Univé moet betalen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
3.9
De toegewezen vorderingen zullen, zoals Univé heeft gevorderd en waartegen [gedaagde] geen verweer heeft gevoerd, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Dat betekent dat dit vonnis meteen kan worden uitgevoerd als [gedaagde] niet aan de veroordelingen voldoet, ook als door een van de partijen hoger beroep tegen dit vonnis zou instellen (artikel 233 Rv Pro).

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan Univé tegen bewijs van kwijting een bedrag van € 499,55 te betalen;
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 470,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet binnen de genoemde termijn betaalt en in het vonnis vervolgens is betekend;
4.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.