ECLI:NL:RBOVE:2026:4331

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
18 juli 2026
Zaaknummer
12124922 \ CV EXPL 26-484
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:237 sub m BWRichtlijn 93/13/EGArt. 238 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Oneerlijk opzegbeding in sportschoollidmaatschap ongeldig verklaard

Eiser had een lidmaatschap bij de sportschool van gedaagde en zegde dit per e-mail op. Gedaagde weigerde de opzegging te accepteren omdat volgens de algemene voorwaarden opzegging alleen aan de balie mogelijk was. Eiser vordert terugbetaling van onterecht geïncasseerde bedragen en aanpassing van de algemene voorwaarden.

De kantonrechter stelt vast dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn omdat eiser deze heeft aanvaard en ontvangen. Vervolgens wordt het opzegbeding getoetst aan consumentenbeschermende regels en de Richtlijn 93/13/EG. Het beding dat opzegging alleen aan de balie mogelijk is, stelt een strengere vormvereiste dan toegestaan en wordt daarom vermoed onredelijk bezwarend.

Gedaagde slaagt er niet in dit vermoeden te weerleggen. De opzegging per e-mail is daarom geldig en gedaagde moet de onterecht geïncasseerde bedragen van €570,10 terugbetalen met wettelijke rente vanaf de incassodatums. De vordering tot aanpassing van de algemene voorwaarden wordt afgewezen omdat de rechter dit niet kan opleggen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Gedaagde moet onterecht geïncasseerde bedragen terugbetalen en het opzegbeding wordt buiten toepassing gelaten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12124922 \ CV EXPL 26-484
Vonnis van 7 juli 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde],
handelend onder de naam [bedrijf],
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 maart 2026;
- de (mondelinge) conclusie van antwoord van 10 maart 2026;
- de brief van [eiser] van 14 maart 2026, die is aangemerkt als conclusie van repliek;
- de brief van [gedaagde] (ontvangen 6 mei 2026), die is aangemerkt als conclusie van dupliek.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

Wat wil [eiser]?
2.1
[eiser] vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van
€ 612,32 te vermeerderen met de wettelijke rente en betaling van de proceskosten. Daarnaast vordert [eiser] dat [gedaagde] wordt veroordeeld de opzegvoorwaarden in de algemene voorwaarden aan te passen.
2.2
[eiser] heeft een lidmaatschap gehad bij [gedaagde], handelend onder de naam ‘[bedrijf]’. Op 18 oktober 2024 heeft [eiser] per e-mail verzocht om zijn lidmaatschap bij [bedrijf] te beëindigen. Ondanks deze opzegging zijn de automatisch incasso’s door [gedaagde] blijven plaatsvinden. [eiser] heeft [gedaagde] gesommeerd om de te veel geïncasseerde bedragen terug te storten, maar [gedaagde] heeft dit niet gedaan, aldus [eiser]. [eiser] vordert dan ook terugbetaling van deze bedragen.
Verder heeft [eiser] naar voren gebracht dat de algemene voorwaarden die [gedaagde] hanteert erg oud zijn. Eveneens blijkt volgens [eiser] uit jurisprudentie dat opzeggen van een lidmaatschap niet onnodig moeilijk gemaakt mag worden en volstaat volgens hem een e-mail in bijna alle gevallen. Ook verwijzen de algemene voorwaarden naar een ander Kamer van Koophandel nummer dat is uitgeschreven. Volgens [eiser] zijn de algemene voorwaarden daarom niet van toepassing.
Wat vindt [gedaagde]?
2.3
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] heeft, kort samengevat, naar voren gebracht dat in de algemene voorwaarden het opzegbeleid is opgenomen. Een opzegging van het lidmaatschap kan alleen aan de balie, waar een formulier daarvoor wordt ondertekend, aldus [gedaagde]. Omdat [eiser] alleen per e-mail heeft opgezegd, heeft hij niet voldaan aan deze voorwaarde en is het lidmaatschap blijven bestaan. Aan [eiser] is ook gezegd dat hij niet per e-mail kan opzeggen, aldus [gedaagde]. Met betrekking tot de algemene voorwaarden heeft [gedaagde] naar voren gebracht dat [eiser] deze voorwaarden lijfelijk heeft meegekregen bij inschrijving en daarvoor heeft getekend. Dat deze voorwaarden in het verleden zijn opgemaakt, maakt niet dat ze niet meer van toepassing zijn volgens [gedaagde]. Het Kamer van Koophandel nummer moet nog worden gewijzigd in verband met een scheiding aldus [gedaagde].

3.De beoordeling

3.1
Tussen partijen is niet in geschil dat zij een overeenkomst hebben gesloten voor een sportschoollidmaatschap. Partijen twisten echter over de vraag of [eiser] met zijn e-mail van 18 oktober 2024 het sportschoollidmaatschap geldig heeft opgezegd. [gedaagde] verwijst hiervoor naar de algemene voorwaarden, waaruit volgens hem blijkt dat opzegging uitsluitend kan worden gedaan aan de balie van [bedrijf].
3.2
Allereerst moet worden beoordeeld of de algemene voorwaarden van toepassing zijn. De kantonrechter is van oordeel dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn, omdat voldoende is gebleken dat [eiser] de gelding van de algemene voorwaarden heeft aanvaard. [eiser] heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd, weersproken dat de algemene voorwaarden op de achterzijde van het inschrijfformulier waren gedrukt, hij voor de ontvangst van de algemene voorwaarden heeft getekend en [eiser] nadat de inschrijving was afgerond (een kopie van) het inschrijfformulier met de algemene voorwaarden fysiek heeft meegekregen.
3.3
Omdat de vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een professionele partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf en een consument zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd.
3.4
In artikel 2 onder Pro punt 5 van de algemene voorwaarden staat opgenomen:
“Opzegging kan uitsluitend rechtsgeldig geschieden bij de receptie van [bedrijf]. Iedere andere wijze van opzegging zal geen gevolg sorteren.”.
3.5
[eiser] kan aan een individueel beding niet gebonden zijn indien sprake zou zijn van een oneerlijk beding in de zin van Richtlijn 93/13/EG. Aangezien sprake is van een consumentenovereenkomst, moet het opzegbeding worden getoetst aan deze richtlijn. Artikel 6:237 sub m BW Pro bepaalt dat aan de geldigheid van de opzegging geen strengere vorm mag worden gesteld dan een onderhandse akte (ondertekend maar vormloos geschrift). Door het lidmaatschap alleen te kunnen opzeggen bij de receptie, zoals [gedaagde] heeft gesteld, wordt een strengere vorm gesteld dan het vereiste van een onderhandse akte. Het opzegbeding wordt dan vermoed onredelijk bezwarend te zijn. Dit vermoeden moet [gedaagde] vervolgens weerleggen. [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij geen e-mails aanneemt, dat een e-mail niet betrouwbaar kan zijn en dat dit altijd de werkwijze van hem is geweest. De kantonrechter is van oordeel dat dit onvoldoende is voor het weerleggen van het bewijsvermoeden. Dit betekent dat het opzegbeding onredelijk bezwarend is en buiten toepassing moet worden gelaten. [gedaagde] kan zich er daarom niet op beroepen dat de opzegging van 18 oktober 2024 niet op de voorgeschreven wijze is gedaan. Voorts staat, gezien de reactie van [gedaagde] op de opzegging, vast dat deze opzegging [gedaagde] heeft bereikt en dat het hem duidelijk was althans had mogen zijn dat [eiser] zijn abonnement wilde opzeggen. [gedaagde] had deze opzegging moeten begrijpen als een opzegging tegen de eerst mogelijke datum. In artikel 2 onder Pro punt 2 en 3 van de algemene voorwaarden leest de kantonrechter dat een opzegtermijn wordt gehanteerd van één maand.
3.6
Dit alles leidt tot de conclusie dat [gedaagde] ten onrechte nog abonnementsgelden vanaf december 2024 tot en met december 2025 voor een bedrag van € 570,10 (bestaande uit 1 termijn van € 42,22 en 12 termijnen van € 43,99) heeft geïncasseerd. Deze dient hij aan [eiser] terug te betalen. De hoofdsom zal dan ook worden toegewezen voor een bedrag van € 570,10. De daarover gevorderde rente is eveneens toewijsbaar, maar niet vanaf
1 december 2024. Zoals hierboven overwogen heeft [gedaagde] ten onrechte de bedragen geïncasseerd omdat hij de opzegging had moeten verwerken. Dat betekent dat hij de wettelijke rente verschuldigd is vanaf de data waarop de maandelijkse bedragen zijn geïncasseerd.
3.7
Tot slot heeft [eiser] gevorderd dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de opzegvoorwaarden in de algemene voorwaarden aan te passen. Onder rechtsoverweging 3.5. heeft de kantonrechter overwogen dat het opzegbeding van artikel 1 onder Pro punt 5 in de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is. Echter is het niet aan de kantonrechter om [gedaagde] te veroordelen om zijn algemene voorwaarden aan te passen, dat is aan [gedaagde] zelf. Dit deel van de vordering zal de kantonrechter dan ook afwijzen.
3.8
[gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. Aangezien [eiser] in persoon procedeert, zal er geen salaris gemachtigde worden vastgesteld. Ook is er aan de kant van [eiser] geen sprake van noodzakelijke reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 238 Rv Pro.
De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
156,74
- griffierecht
233,00
Totaal
389,74

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 570,10, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de data waarop de maandelijkse bedragen zijn geïncasseerd tot de dag van volledige betaling,
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 389,74, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen de kosten van betekening, indien [gedaagde] niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt,
4.3
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026. (ak)