Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[partij A] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats 1],
1.[partij B1],wonende te [woonplaats],
[partij B2] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats 2],
Rechtbank Overijssel
In deze civiele zaak tussen [partij A] B.V. en [partij B] heeft de kantonrechter bij tussenvonnis van 19 mei 2026 een deskundigenonderzoek bevolen en de heer dr. S.M. van Otterloo benoemd als deskundige. De deskundige heeft aangegeven dat het onderzoek binnen vier maanden kan worden afgerond en begroot de kosten op €19.057,50 inclusief BTW.
Partijen hebben op 23 juni 2026 gereageerd op de brief van de deskundige, waarbij [partij A] instemde met het voorschotbedrag en [partij B] geen bezwaar maakte. De kantonrechter handhaaft de onderzoeksvragen zoals vastgesteld en gaat ervan uit dat het onderzoek professioneel en volgens het hoor en wederhoor principe zal worden uitgevoerd.
De kantonrechter acht het voorschotbedrag redelijk gelet op het aantal onderzoeksvragen en de toelichting van de deskundige. Daarom wordt het voorschotbedrag vastgesteld op €19.057,50 inclusief BTW, te voldoen door [partij A] binnen twee weken na ontvangst van de nota van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak. Na betaling zal de griffier de deskundige hiervan schriftelijk op de hoogte stellen en zal het procesdossier aan de deskundige worden verstrekt. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het voorschotbedrag voor het deskundigenonderzoek wordt vastgesteld op €19.057,50 inclusief BTW en moet door partij A binnen twee weken worden voldaan.