ECLI:NL:RBOVE:2026:4336

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
18 juli 2026
Zaaknummer
11828395 \ CV EXPL 25-2355
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling voorschotbedrag deskundigenonderzoek in civiele procedure

In deze civiele zaak tussen [partij A] B.V. en [partij B] heeft de kantonrechter bij tussenvonnis van 19 mei 2026 een deskundigenonderzoek bevolen en de heer dr. S.M. van Otterloo benoemd als deskundige. De deskundige heeft aangegeven dat het onderzoek binnen vier maanden kan worden afgerond en begroot de kosten op €19.057,50 inclusief BTW.

Partijen hebben op 23 juni 2026 gereageerd op de brief van de deskundige, waarbij [partij A] instemde met het voorschotbedrag en [partij B] geen bezwaar maakte. De kantonrechter handhaaft de onderzoeksvragen zoals vastgesteld en gaat ervan uit dat het onderzoek professioneel en volgens het hoor en wederhoor principe zal worden uitgevoerd.

De kantonrechter acht het voorschotbedrag redelijk gelet op het aantal onderzoeksvragen en de toelichting van de deskundige. Daarom wordt het voorschotbedrag vastgesteld op €19.057,50 inclusief BTW, te voldoen door [partij A] binnen twee weken na ontvangst van de nota van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak. Na betaling zal de griffier de deskundige hiervan schriftelijk op de hoogte stellen en zal het procesdossier aan de deskundige worden verstrekt. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: Het voorschotbedrag voor het deskundigenonderzoek wordt vastgesteld op €19.057,50 inclusief BTW en moet door partij A binnen twee weken worden voldaan.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 11828395 \ CV EXPL 25-2355
Vonnis van 7 juli 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap
[partij A] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats 1],
eisende partij in conventie en voorlopige voorziening, verwerende in partij in reconventie,
hierna te noemen [partij A],
gemachtigde: mr. Z. Alkan,
tegen

1.[partij B1],wonende te [woonplaats],

gedaagde sub 1 in conventie en voorlopige voorziening, eiser sub 1 in reconventie,
2.
[partij B2] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats 2],
gedaagde sub 2 in conventie en voorlopige voorziening, eiseres sub 2 in reconventie,
hierna samen te noemen: [partij B],
gemachtigde: mr. C. Mutlu.

1.De procedure

1.1
Het tussenvonnis van 19 mei 2026 dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
1.2
Bij dat tussenvonnis heeft de kantonrechter een deskundigenonderzoek bevolen, de heer dr. S.M. van Otterloo (CISA CIPP/E, LRGD deskundige), werkzaam bij ICT Institute te Utrecht, benoemd tot deskundige en tevens bepaald dat de zaak weer op de rol zal komen van 16 juni 2026 voor vonnis vaststelling voorschot.
1.3
De kantonrechter heeft de deskundige onderzoeksvragen toegestuurd.
1.4
Bij schrijven van 10 juni 2026 heeft de deskundige verklaard dat het gevraagde onderzoek past bij zijn expertise. Hij verklaart tevens dat hij verwacht binnen vier maanden na aanvang het onderzoek te kunnen voltooien. De deskundige begroot de kosten op € 15.750,00 exclusief BTW, € 19.057,50 inclusief BTW.
1.5
Ten slotte is vonnis bepaald waarbij de vonnisdatum van 16 juni 2026 is gewijzigd in 7 juli 2026.
1.6
Bij akte van 23 juni 2026 hebben partijen gereageerd op het schrijven van Van Otterloo van 10 juni 2026.

2.De beoordeling

2.1
De kantonrechter verwijst naar en handhaaft hetgeen bij tussenvonnis van 19 mei 2026 is overwogen.
2.2
[partij A] heeft schriftelijk verklaard in te kunnen stemmen met het voorschotbedrag. [partij B] hebben geen bezwaar gemaakt tegen de hoogte van het voorschotbedrag.
2.3
De kantonrechter heeft kennisgenomen van de reacties van partijen van 23 juni 2026 op het schrijven van de deskundige van 10 juni 2026. De kantonrechter ziet in de reacties geen aanleiding om de onderzoeksvragen te wijzigen zoals deze zijn vastgesteld in het vonnis van 19 mei 2026. De kantonrechter overweegt daarnaast dat hij ervan uitgaat dat het onderzoek door de deskundige op professionele wijze zal worden uitgevoerd en dat de deskundige het beginsel van hoor en wederhoor, op de wijze zoals door de deskundige vast te stellen, correct zal toepassen.
2.4
Het voorschotbedrag komt de kantonrechter, gelet op het aantal onderzoeksvragen en gelet op de door de deskundige verstrekte toelichting op de te verrichten onderzoeksactiviteiten, redelijk voor en zal dan ook als zodanig worden vastgesteld.
2.5
In aanvulling op het tussenvonnis van 19 mei 2026 wordt daarom beslist als hierna te formuleren.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1
stelt het voorschot voor het deskundigenonderzoek vast op een bedrag van € 19.057,50 (inclusief BTW);
3.2
bepaalt dat [partij A] dit bedrag dient te voldoen binnen twee weken nadat van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een nota is ontvangen;
3.3
bepaalt dat de griffier nadat de betaling van het voorschot is ontvangen de deskundige schriftelijk bericht doet van deze betaling;
3.4
bepaalt dat [partij A] het procesdossier in afschrift aan de deskundige toestuurt;
3.5
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. W.W. van Tol, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.
(JHd(O)