ECLI:NL:RBOVE:2026:4338

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
18 juli 2026
Zaaknummer
12268865 / EJ VERZ 26-187
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:202 BWArt. 268 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking tot ontheffing van de verplichting tot vereffening van nalatenschap

Op 9 juni 2026 is een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank Overijssel tot ontheffing van de verplichting tot vereffening van de nalatenschap van een overledene. De kantonrechter heeft het verzoek zonder mondelinge behandeling beoordeeld en op 7 juli 2026 een beschikking gegeven.

De nalatenschap is beneficiair aanvaard door één van de erfgenamen, waardoor de wettelijke vereffening van toepassing is. Uit overgelegde stukken blijkt dat de nalatenschap een positief saldo heeft en dat de overige erfgenamen de nalatenschap zuiver hebben aanvaard, wat wijst op geen behoefte aan vereffening.

De kantonrechter oordeelt dat vereffening in deze situatie een te zwaar middel is en verleent daarom de gevraagde ontheffing. Tevens wordt bepaald dat de ontheffing niet gepubliceerd hoeft te worden, maar wel wordt ingeschreven in het boedelregister. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.

Uitkomst: De kantonrechter verleent ontheffing van de verplichting tot vereffening van de nalatenschap vanwege een positief saldo en zuivere aanvaarding door overige erfgenamen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : 12268865 / EJ VERZ 26-187
Beschikking van de kantonrechter van 7 juli 2026
op een verzoek tot ontheffing van de verplichting tot vereffening volgens de wet
op verzoek van
[bewindvoerder] , handelend onder de naam [bedrijf],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
handelend als bewindvoerder van de onder bewind gestelde erfgenaam:
- de heer
[erfgenaam], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 1953,
in de hierna te noemen nalatenschap,
inzake de nalatenschap van erflater:
[erflater], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 1957 en overleden te [plaats] op [datum] 2025, laatst wonende te [plaats] .

1.De procedure

1.1
Op 9 juni 2026 is een verzoekschrift binnengekomen op de griffie van de rechtbank. In het verzoekschrift wordt verzocht om ontheffing van de verplichting om te vereffenen op grond van artikel 4:202 lid 2 Burgerlijk Pro Wetboek (BW).
1.2
De kantonrechter heeft afgezien van een mondelinge behandeling, omdat zij vindt dat zij voldoende is geïnformeerd. De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

De kantonrechter is relatief bevoegd

2.1
De kantonrechter is relatief bevoegd kennis te nemen van het verzoek. Op grond van artikel 268 lid 1 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering is in zaken van nalatenschappen bevoegd de kantonrechter van de laatste woonplaats van de overledene. Uit de Basisregistratie Personen blijkt dat de laatste woonplaats van erflater [plaats] is. Deze woonplaats ligt in het arrondissement van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle.
Beoordeling verzoek
2.2
Blijkens het verzoekschrift is de nalatenschap van genoemde erflater beneficiair aanvaard door één van de erfgenamen: de heer [erfgenaam] . Ingevolge deze beneficiaire aanvaarding zijn volgens artikel 4:202 lid 1 sub a BW Pro de voorschriften inzake de wettelijke vereffening van toepassing.
2.3
Door de beneficiaire aanvaarding van de onder bewind gestelde erfgenaam zijn de bepalingen over de wettelijke vereffening van toepassing op de nalatenschap (artikel 4:202 lid 1 sub a BW Pro).
2.4
[bewindvoerder] heeft in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van de onder bewind gestelde erfgenaam stukken overgelegd. Uit deze stukken blijkt dat de erflater een testament heeft opgemaakt. Volgens [bewindvoerder] is het saldo van de nalatenschap, voor zover hem bekend, positief. Daarnaast heeft de executeur-testamentair een overzicht van de financiële afwikkeling van de nalatenschap aan [bewindvoerder] verstrekt, waaruit blijkt op welke wijze de erfdelen zijn verdeeld. Nu de nalatenschap een positief saldo lijkt te hebben, wordt vereffening als een te zwaar middel beschouwd, hetgeen de gevraagde ontheffing rechtvaardigt. Daarbij komt dat de overige erfgenamen de nalatenschap zuiver hebben aanvaard en daarmee kennelijk niet hebben gekozen voor wettelijke vereffening.
2.5
Gezien het voorgaande zal de kantonrechter het verzoek tot ontheffing van de verplichting om te vereffenen toewijzen.

3.De beslissing

De kantonrechter,
3.1
verleent de verzochte ontheffing van de vereffening,
3.2
bepaalt dat de ontheffing niet hoeft te worden gepubliceerd,
3.3
bepaalt dat de griffier zorg zal dragen voor inschrijving van de ontheffing in het boedelregister.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Eshuis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026. (jb)
Tegen deze beslissing kan, behoudens berusting, hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dagtekening van deze eindbeschikking door indiening van een beroepschrift (door een advocaat) ter griffie van het
gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.