ECLI:NL:RBOVE:2026:4345

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
19 juli 2026
Zaaknummer
C/08/314149 / HA ZA 24-191
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanwijzing deskundige accountancy voor geschil over facturen en projectkosten

In deze civiele procedure tussen Extra Bouwen B.V. en Horz B.V. is sprake van een geschil over de financiële afwikkeling van diverse projecten. Partijen konden onderling niet overeenkomen welke posten in de boekhouding ter discussie staan. Daarom heeft de rechtbank besloten een deskundige op het gebied van accountancy aan te wijzen om inzicht te geven in de facturering, betalingen, manuren en kosten per project.

De deskundige, een accountant van een erkend kantoor, zal onder meer vragen beantwoorden over welke facturen zijn verstuurd, betaald of onbetaald zijn gebleven, en of incassomaatregelen zijn genomen. Ook zal hij inzicht geven in de gemaakte manuren en inkoopkosten per project en nagaan welke bedragen partijen van elkaar te vorderen hebben.

De rechtbank heeft een voorschot van €25.000 exclusief BTW vastgesteld, dat partijen ieder voor de helft moeten voldoen. Dit bedrag kan worden verhoogd indien de toegankelijkheid van de administratie of medewerking van partijen problemen oplevert. De uiteindelijke kostenverdeling zal in het eindvonnis worden bepaald.

De zaak wordt op 2 september 2026 opnieuw op de rol gezet, waarbij partijen zich schriftelijk kunnen uitlaten over het deskundigenbericht. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot het eindvonnis.

Uitkomst: Rechtbank wijst deskundige aan en bepaalt voorschot, verdere beslissing aangehouden tot eindvonnis.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/314149 / HA ZA 24-191
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
EXTRA BOUWEN B.V.,
te Enschede,
eisende partij in conventie, tevens gedaagde partij in reconventie,
hierna te noemen: Extra Bouwen B.V.,
advocaat: mr. M.A. Schuring,
tegen
HORZ B.V.,
te Enschede,
gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Horz B.V.,
advocaat: mr. L.M. Havermans.

1.De procedure

1.1
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van de rechtbank d.d. 12 februari 2025;
- akte uitlating zijdens Extra Bouwen B.V. d.d. 8 april 2025;
- akte uitlating na tussenvonnis d.d. 9 april 2025;
- antwoordakte uitlating na tussenvonnis zijdens Horz B.V. d.d. 7 mei 2025;
- antwoordakte zijdens Extra Bouwen B.V. d.d. 7 mei 2025
- akte uitlating productie zijdens Horz B.V. d.d. 21 mei 2025;
- de mondelinge behandeling van 15 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en een verkort proces-verbaal;
- productie-inventarisatielijst zijdens Extra Bouwen B.V. met de producties 137 tot en met 203 d.d. 3 oktober 2025;
- akte zijdens Horz B.V. d.d. 15 oktober 2025;
- akte uitlating zijdens Horz B.V. d.d. 26 november 2025;
- antwoordakte zijdens Extra Bouwen d.d. 26 november 2025;
- brief zijdens Extra Bouwen B.V. d.d. 13 mei 2026;
- akte uitlating zijdens Horz B.V. d.d. 27 mei 2026;
- de mondelinge behandeling van 27 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

In conventie en in reconventie:
2.1
Aangezien partijen onderling met hun boekhouders niet tot overeenstemming zijn gekomen over de vraag welke posten niet ter discussie staan en welke wel, ziet de rechtbank zich genoodzaakt om een deskundige aan te wijzen.
2.2
De rechtbank is van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige op het gebied van accountancy. Partijen zijn het erover eens dat een accountant van het kantoor [bedrijf] tot deskundige in deze zaak kan worden benoemd. De rechtbank heeft de heer A. Veringmeier RA, accountant op de vestiging [vestigingsplaats] van genoemd kantoor, bereid gevonden om in deze zaak als deskundige op te treden. De rechtbank is voornemens om aan hem de volgende vragen te stellen:
Kunt u per project een overzicht verstrekken van de verstuurde facturen?
Welke partij heeft de factuur verstuurd?
Welke facturen zijn betaald?
Aan welke partij is er betaald?
Welke facturen zijn niet betaald?
Mocht er een factuur niet zijn voldaan, wat is dan volgens u de reden van niet betalen?
Mocht er een factuur niet zijn voldaan, zijn er incassomaatregelen genomen?
Kunt u uit de projectadministratie opmaken welke partij welke manuren in welke projecten heeft gemaakt?
Zijn deze manuren doorberekend naar de klant?
Kunt u uit de projectadministratie opmaken welke partij welke inkoop ten behoeve van welke projecten heeft gedaan en betaald?
Is deze inkoop doorberekend aan de klant?
Zijn er nog andere kosten aan de klant doorberekend? Zo ja, welke kosten? Welke partij heeft deze kosten gemaakt? Kunt u deze kosten per project inzichtelijk maken?
Kunt u op basis van uw bevindingen nagaan welke bedragen partijen over en weer van elkaar te vorderen hebben?
Zijn er relevante overige bevindingen die u bent tegengekomen, die van belang zijn voor deze kwestie?
2.3
De deskundige heeft een voorschot berekend van € 25.000,00 exclusief BTW. Partijen dienen ieder voor de helft dit voorschot te betalen. Partijen dienen er rekening mee te houden dat dit bedrag omhoog zal kunnen gaan als bijvoorbeeld de toegankelijkheid van de projectadministratie en de financiële administraties en/of de onderliggende informatie (inkoopfacturen, verkoopfacturen en bankstukken) problemen geeft. Ook de medewerking van de beide partijen is relevant in dit kader.
2.4
In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.
2.5
De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich bij akte over het voorschot en de vraagstelling aan de deskundige kunnen uitlaten. Partijen moeten de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren.
2.6
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank:
In conventie en in reconventie:
3.1
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag 2 september 2026om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht,
3.2
bepaalt dat partijen elkaar uiterlijk een week vóór de genoemde roldatum de concept-akte moeten toesturen, zodat zij ieder in hun eigen akte nog kunnen reageren op de standpunten van de wederpartij,
3.3
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Margadant en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.