ECLI:NL:RBOVE:2026:4347

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
12160132 \ EJ VERZ 26-111
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:130 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot vernietiging VvE-besluiten wegens termijnoverschrijding

Verzoeker heeft de rechtbank verzocht om te bepalen dat de kosten voor het vervangen van coniferen door de VvE-bestuurders teruggestort moeten worden, dat drie nieuwe kozijnen geplaatst worden en dat advocaatkosten worden vergoed. De kantonrechter gaat ervan uit dat het verzoek is gebaseerd op artikel 5:130 BW Pro, dat een termijn van één maand hanteert voor het indienen van een verzoek tot vernietiging van besluiten van de VvE.

De kantonrechter constateert dat de verzoeken niet binnen deze termijn zijn ingediend en dat essentiële stukken, zoals het besluit van de VvE en de statuten, ontbreken in het dossier. Hierdoor kan de rechtbank de besluiten niet toetsen. Daarom worden de verzoeken tot vernietiging niet-ontvankelijk verklaard.

Het verzoek tot vergoeding van advocaatkosten wordt eveneens afgewezen. Verzoeker wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de VvE, begroot op €150. De beschikking is gegeven door kantonrechter J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoeken tot vernietiging van VvE-besluiten wegens termijnoverschrijding en moet de proceskosten betalen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats
Zaaknummer : 12160132 \ EJ VERZ 26-111
Beschikking van de kantonrechter van 9 juli 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats]
verzoekende partij,
verder te noemen: [verzoeker],
procederende in persoon,
tegen
de coöperatieve vereniging
VVE [gedaagde],
gevestigd te [vestigingsplaats]
verwerende partij,
verder te noemen: de VvE,
verschenen bij haar voorzitster [naam 1].

1.de zaak in het kort

[verzoeker] verzoekt de rechtbank om te bepalen dat de kosten voor het in 2024 vervangen van coniferen ad € 2.351,00, door de bestuurders van de VvE op de rekening van de VvE wordt gestort. Ook verzoekt [verzoeker] om drie nieuwe kozijnen en vergoeding van advocaatkosten ad € 194,00. Op grond van welk juridisch artikel de verzoeken volgens [verzoeker] moeten worden toegewezen stelt zij niet. De kantonrechter gaat er van uit dat artikel 5:130 BW Pro wordt bedoeld. De termijn daarvoor bedraagt één maand. Die termijn is ruimschoots overschreden. [verzoeker] kan daarom niet worden ontvangen in haar verzoeken. [verzoeker] moet de proceskosten van de VvE betalen ad € 150,00.

2.De procedure

2.1
Het dossier bestaat uit de navolgende processtukken:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 26 maart 2026;
  • een aanvulling op het verzoekschrift, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 22 april 2026;
  • een aanvulling op het verzoekschrift, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 15 juni 2026;
  • het verweerschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 15 juni 2026;
  • de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van het verzoek.
2.2.
Op 25 juni 2026 is het verzoek van [verzoeker] ter terechtzitting behandeld. Daarbij waren aanwezig [verzoeker], en namens de VvE haar voorzitster [naam 1], haar penningmeester [naam 2] en haar leden [naam 3] en [naam 4].

3.De feiten

3.1
[verzoeker] is woonachtig in een gebouw aan de [adres]. Dit gebouw is gesplitst in vijftien appartementsrechten.
3.2
In de notulen van de jaarvergadering van de VvE van 22 mei 2013 is onder meer het navolgende opgenomen:
[verzoeker][ktr,: [verzoeker]]
wenst een nieuw raam. Maar er is net geschilderd, dus op dit moment niet mogelijk maar hier zal naar gekeken worden over een paar jaar.
3.3.
In de maand september 2024 heeft het bestuur aan de leden per e-mail medegedeeld dat het plan is om, bij meerderheid van stemmen, de coniferen te vervangen door een schutting. Op 11 november 2024 zijn de schuttingen geplaatst.
3.4.
Uit de notulen van de jaarvergadering van de VvE d.d. 18 juni 2025 blijkt dat de kosten voor de vervanging van de coniferen ad € 2.351,00 als gezamenlijke kosten zullen worden aangemerkt.
3.5.
Op 25 september 2025 heeft [verzoeker] het bestuur van de VvE op de hoogte gebracht van het feit dat zij zich genoodzaakt heeft gezien zich te laten bijstaan door een advocaat.

4.Het geschil

4.1
[verzoeker] verzoekt, na aanvulling van haar verzoek, dat de kantonrechter bepaalt dat:
de kosten voor de vervanging van de coniferen, ten bedrage € 2.351,00 niet als gezamenlijke kosten van VvE worden aangemerkt en gelast dat de drie bestuursleden van de VvE dit bedrag terugstorten op de rekening van de VvE;
het bestuur van de VvE, in overleg met [verzoeker], over gaat tot het plaatsen van drie nieuwe kozijnen;
het bestuur van de VvE de door [verzoeker] gemaakte advocaatkosten ad € 194,00 aan haar vergoedt.
4.2
Het bestuur van de VvE verweert zich tegen de verzoeken van [verzoeker] en concludeert tot afwijzing hiervan.

5.De beoordeling

5.1
[verzoeker] heeft geen gronden aan haar verzoeken ten grondslag gesteld. Naar de kantonrechter begrijpt stoelt [verzoeker] haar verzoek op artikel 5:130 lid 1 BW Pro. Dit artikel bepaalt dat een besluit van een orgaan van de VvE door een uitspraak van de kantonrechter kan worden vernietigd. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat het verzoek tot vernietiging moet worden gedaan binnen 1 maand nadat verzoekster kennis heeft genomen van het besluit.
5.2.
De kantonrechter zal de hiervoor onder a. en b. geformuleerde verzoeken zodanig lezen, dat [verzoeker] de kantonrechter verzoekt de door de VvE genomen, hierop betrekking hebbende, besluiten te vernietigen.
5.3.
De kantonrechter oordeelt dan als volgt. Op de onderhavige procedure is het landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbanken: kanton, handel en voorzieningenrechter van toepassing. Uit dit reglement blijkt dat bij een verzoek ex artikel 5:130 BW Pro onder meer de navolgende stukken dienen te worden bijgevoegd:
  • een afschrift van de akte van splitsing met inbegrip van het reglement;
  • de statuten van de vereniging van eigenaars;
  • de tekst van de verzochte handeling of wijziging of van de regel waarvan de naleving, oplegging of wijziging wordt verzocht;
  • een afschrift van het te vernietigen besluit van de vereniging van eigenaars.
5.4.
[verzoeker] heeft in meerdere fasen diverse stukken in het geding gebracht, maar de hiervoor opgenomen essentiële stukken ontbreken in het procesdossier. De kantonrechter kan eventuele genomen besluiten hieraan derhalve niet toetsen. Alleen al hierom kunnen de verzoeken van [verzoeker] niet slagen.
5.5.
Afgezien van het vorenstaande geldt dat wanneer vernietiging van een besluit wordt verzocht, dit verzoek binnen de daarvoor in de wet bepaalde termijn moet zijn ingediend.
Zoals hiervoor onder 4.1. aangegeven kan een door de VvE genomen besluit door een uitspraak van de kantonrechter worden vernietigd, indien het verzoek daartoe binnen één maand nadat verzoekster kennis heeft genomen van dat besluit aan de kantonrechter wordt voorgelegd. De kantonrechter begrijpt dat het hier gaat om besluiten uit 2023 of 2024 in ieder geval besluiten van lang geleden. [verzoeker] heeft de termijn van één maand dan ook ruimschoots overschreden, zodat zij door de kantonrechter in haar onder a. en b. geformuleerde verzoeken niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
5.6.
Het verzoek om te bepalen dat de bestuursleden van de VvE haar advocaatkosten van € 194,00 moeten betalen, wordt als ongegrond afgewezen.
[verzoeker] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de kosten van de VvE betalen.
Deze kosten worden door de kantonrechter aan de zijde van VvE begroot op € 150,00 ter zake verletkosten (3x € 50,-).

6.De beslissing

de kantonrechter:
6.1
verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in haar verzoeken genoemd onder overweging 3.1 onder a. en b.;
6.2
wijst het verzoek genoemd onder overweging 3.1 onder c. tot vergoeding van de advocaatkosten af;
6.3.
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van de VvE begroot op € 150,00.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026.