Uitspraak
[partij A] B.V.,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 30 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van [partij B],
- de pleitnota van [partij A].
2.Samenvatting
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
- i) hij een van de verdachten is in een politieonderzoek en hij in dat verband verdacht wordt van heling;
- ii) hij in verband met deze verdenking in voorlopige hechtenis verblijft;
- iii) in het kader van het politieonderzoek een doorzoeking heeft plaatsgevonden en een aantal gereedschappen in beslag zijn genomen;
- iv) de burgemeester een waarschuwing zal geven;
De resultaten van het politieonderzoek zijn (nog) niet bekend. [partij B] heeft aangevoerd dat hij geen strafbare feiten heeft gepleegd, en dat hij te goeder trouw de beschikking heeft verkregen over de in beslag genomen gereedschappen. Stukken waaruit met voldoende aannemelijkheid kan worden afgeleid dat het standpunt van [partij B] onjuist is, zijn door [partij A] niet in het geding gebracht.
Dat, gelet op de omstandigheid dat [partij B] voorlopig gehecht, aangenomen kan worden dat er een serieuze verdenking tegen [partij B] ligt (“ernstige bezwaren” in de zin van artikel 67 lid 3 Wetboek Pro van Strafvordering), maakt dat niet anders. Datzelfde geldt voor de omstandigheid dat een ambtenaar van de gemeente Hardenberg heeft laten weten dat de burgemeester een waarschuwing zal geven. Daarbij is mede van belang dat onduidelijk is gebleven op welke gegevens de burgemeester zijn conclusie baseert.