Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
[eiseres] B.V.,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 3 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Overijssel
In deze kortgedingprocedure vordert een bouwonderneming ([eiseres]) dat haar oud-boekhouder ([gedaagde]) wordt veroordeeld tot overdracht van de digitale bedrijfsadministratie en de bijbehorende inloggegevens. De oud-boekhouder weigert deze gegevens af te geven, terwijl [eiseres] deze dringend nodig heeft voor een lopende bodemprocedure en om te voldoen aan haar administratieplicht.
De voorzieningenrechter oordeelt dat [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij de overdracht van de digitale administratie. De digitale administratie is eigendom van [eiseres] en het onder zich houden door [gedaagde] zonder rechtvaardiging is onrechtmatig. Het speculatieve belang van [gedaagde] om de administratie te behouden voor mogelijke toekomstige rechtszaken weegt niet op tegen het belang van [eiseres].
De rechtbank wijst de vorderingen toe, waaronder het verbod voor [gedaagde] om wijzigingen aan te brengen in de administratie en om informatie aan derden te verstrekken. Tevens wordt een dwangsom opgelegd om naleving af te dwingen. De vordering tot reële executie wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot overdracht digitale administratie en inloggegevens toegewezen met dwangsommen en verbod op wijziging en verstrekking aan derden.