Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding (met producties 1 t/m 13);
- de conclusie van antwoord (met producties 1 t/m 10);
- de brief van [eiser] met aanvullende producties (14 t/m 21).
2.Kern van het geschil
3.De beoordeling
- a) het ontstaan van de onjuiste veronderstelling van [eiser] was te wijten aan een onjuiste inlichting van [gedaagde] ,
- b) [gedaagde] wist voorafgaand aan de koop dat [eiser] in de onjuiste veronderstelling was én dat [eiser] bij een juiste veronderstelling de Audi niet had gekocht. [gedaagde] moet vervolgens hebben nagelaten [eiser] over die dwaling in te lichten, of
- c) [gedaagde] moest van dezelfde onjuiste veronderstelling als [eiser] zijn uitgegaan én hebben begrepen dat [eiser] bij een juiste veronderstelling de overeenkomst niet (op deze manier) zou zijn aangegaan.
4.De beslissing
2 juni 2026.