ECLI:NL:RBOVE:2026:4419

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
C/08/343042 / FA RK 25-3265
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:231 BWArt. 1:232 lid 2 BWArt. 1:5 BWArt. 1:7 lid 4 BWArt. 10:105 lid 4 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herroeping adoptie wegens seksueel misbruik en behoud geslachtsnaam

Verzoekster, geboren in 1983, werd als kind geadopteerd door de adoptievader. Zij verzoekt de rechtbank de adoptie te herroepen omdat zij slachtoffer is van seksueel misbruik door de adoptievader, wat ernstige psychische gevolgen heeft gehad. De wettelijke termijn voor herroeping is overschreden, maar verzoekster beroept zich op bijzondere omstandigheden en artikel 8 EVRM Pro.

De rechtbank oordeelt dat de termijnoverschrijding gegrond kan worden verklaard vanwege het niet eerder weten van de juridische status en de impact van het misbruik. De adoptievader en andere betrokkenen stemmen in met het verzoek. De herroeping is in het kennelijk belang van verzoekster en redelijk.

Daarnaast wordt verzoekster toegestaan haar geslachtsnaam van de biologische vader te behouden, ondanks de herroeping van de adoptie, op grond van artikel 8 EVRM Pro en het belang van haar identiteit. Het verzoek om onmiddellijke uitvoerbaarheid wordt afgewezen. De rechtbank beveelt de ambtenaar van de burgerlijke stand de herroeping te registreren.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot herroeping van de adoptie toe en staat het behoud van de geslachtsnaam van de biologische vader toe.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Almelo
team familie- en jeugdrecht
zaaknummer: C/08/343042 / FA RK 25-3265 (herroeping adoptie)
beschikking van 14 juli 2026
inzake
[verzoekster] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
verzoekster,
advocaat: mr. R. Neurink.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

1.[adoptievader] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna als de adoptievader aangeduid,

2.[moeder] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna als de moeder aangeduid.

1.Het procesverloop

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende bescheiden:
- het verzoekschrift, binnengekomen op 24 december 2025, met bijlagen;
- een op 22 januari 2026 binnengekomen bericht van mr. Neurink;
- een op 17 februari 2026 binnengekomen bericht van mr. Neurink, met bijlage.
1.2.
De zitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank heeft achter gesloten deuren plaatsgevonden op 16 juni 2026. Op dezelfde dag heeft ook de behandeling van het verzoek tot vernietiging erkenning plaatsgevonden (zaaknummer C/08/348873 / FA RK 26-1466). Verschenen zijn:
  • verzoekster, bijgestaan door haar advocaat;
  • de moeder.
1.3.
Aan de heer [vader] , de biologische vader van verzoekster, en de heer [partner] , partner van verzoekster, is bijzondere toegang verleend.
1.4.
De adoptievader is op de juiste wijze opgeroepen maar is niet verschenen.
1.5.
De beschikking is bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Verzoekster is geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] , als dochter van de moeder. Bij de aangifte van de geboorte heeft [naam] verzoekster erkend, waarbij verzoekster de geslachtsnaam [achternaam 1] kreeg. De moeder had op dat moment een affectieve relatie met [naam] .
2.2.
De moeder is op [trouwdatum] te Oegstgeest gehuwd met de adoptievader.
2.3.
Bij beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage van [adoptiedatum] is verzoekster door de adoptievader geadopteerd, waarbij zij de geslachtsnaam [achternaam 2] kreeg.
2.4.
Het huwelijk van de moeder en de adoptievader is op [scheidingsdatum] ontbonden door echtscheiding.
2.5.
Bij Koninklijk Besluit van 3 oktober 2008 is de geslachtsnaam van verzoekster gewijzigd in [verzoekster] .
2.6.
Verzoekster, de adoptievader en de moeder hebben de Nederlandse nationaliteit.

3.De beoordeling

3.1.
Verzoekster verzoekt de rechtbank om de adoptie-uitspraak van de rechtbank
’s-Gravenhage van [adoptiedatum] te herroepen.
3.2.
Ter onderbouwing van het verzoek heeft verzoekster het volgende aangevoerd. Ten tijde van het adoptieproces was verzoekster dertien jaar oud. Zij kreeg toen niet veel mee van het proces en was zich niet bewust van de gevolgen die dit voor haar zou hebben. Volgens verzoekster is de adoptievader in 2000 strafrechtelijk veroordeeld voor seksueel misbruik van haar. Het misbruik had en heeft een enorme impact op verzoekster. Ze is gediagnosticeerd met een posttraumatische stress-stoornis, waarvoor ze is behandeld. De onduidelijkheid over wie haar biologische vader was heeft daarnaast gezorgd voor een identiteitscrisis. In 2003 heeft ze na een lange zoektocht haar biologische vader, de heer [verzoekster] , gevonden. In 2008 heeft ze een naamswijzigingstraject doorlopen, waarna haar geslachtsnaam is gewijzigd in die van haar biologische vader. Verzoekster kwam er in juni 2025 per toeval achter dat de adoptievader nog altijd haar juridisch ouder is. Dit had tot gevolg dat alle emoties en klachten weer terugkeerden en verzoekster zich opnieuw onder behandeling heeft moeten laten stellen. Verzoekster wil de familierechtelijke betrekking tussen haar en de adoptievader definitief verbreken om haar verleden achter zich te kunnen laten. Verzoekster stelt dat haar moeder, de biologische vader en de adoptievader op de hoogte zijn van haar wens en instemmen met het verzoek de adoptie te herroepen.
De internationale bevoegdheid
3.3.
Verzoekster en de adoptievader wonen in Nederland. De moeder woont in Duitsland. Alle betrokkenen hebben de Nederlandse nationaliteit. De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe omdat verzoekster haar woonplaats in Nederland heeft. [1]
Toepasselijk recht
3.4.
Op de herroeping van een in Nederland uitgesproken adoptie is het Nederlands recht van toepassing. [2] Derhalve is op het verzoek tot herroeping van de beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage van [adoptiedatum] het Nederlandse recht van toepassing.
De ontvankelijkheid
3.5.
Een adoptie kan door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van de geadopteerde worden herroepen. Het verzoek kan alleen worden toegewezen, indien de herroeping in het kennelijk belang van de geadopteerde is, de rechter van de redelijkheid van de herroeping in gemoede overtuigd is, en het verzoek is ingediend niet eerder dan twee jaren en niet later dan vijf jaren na de dag, waarop de geadopteerde meerderjarig is geworden. [3]
3.6.
Verzoekster realiseert zich dat de termijn voor de herroeping is overschreden. Verzoekster verkeerde echter in de veronderstelling dat de familierechtelijke betrekking tussen haar en de adoptievader in 2008, met de wijziging van haar geslachtsnaam, was verbroken. Pas in de zomer van 2025 kwam zij erachter dat dit niet zo was. Gelet hierop en op de gevolgen die het in stand houden van de adoptie voor verzoekster heeft, stelt verzoekster dat het in stand laten van de adoptie in strijd is met artikel 8 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
3.7.
Verzoekster stelt dat het in stand laten van de adoptie voor haar leidt tot psychische en fysieke problemen, vanwege het vroegere misbruik door de adoptievader van haar. Daarnaast herleeft bij verzoekster de identiteitscrisis waar zij eerder ook mee kampte, nu zij weet dat haar adoptievader nog steeds haar juridische vader is. Verzoekster is van mening dat er in onderhavig geval sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat zij, ondanks de termijnoverschrijding, toch ontvankelijk is in haar verzoek. Toepassing van de in artikel 1:231 lid 2 BW Pro genoemde termijn acht verzoekster wegens de bijzondere omstandigheden van dit geval onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
3.8.
De rechtbank oordeelt als volgt. Omdat verzoekster in 2001 meerderjarig is geworden en het verzoek in 2025 bij de rechtbank is ingediend, is genoemde wettelijke termijn ruimschoots overschreden. Verzoekster heeft verklaard dat zij tot de zomer van 2025 niet op de hoogte was van het feit dat de familierechtelijke banden met de adoptievader nog niet verbroken waren.
3.9.
Op grond van artikel 8 lid 1 en Pro 2 van het EVRM heeft eenieder recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economische welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
3.10.
De mogelijkheid de adoptie te herroepen heeft rechtstreeks betrekking op de uitoefening van het recht van de geadopteerde op respect voor zijn privéleven. De termijn waarbinnen een verzoek tot herroeping van de adoptie moet worden ingediend op grond van artikel 1:231 lid 2 BW Pro is te beschouwen als een bij wet voorziene inmenging door het openbaar gezag in het recht op privé, familie- en gezinsleven.
3.11.
Gezien het voorgaande dient de rechtbank te beoordelen of voldaan is aan het noodzakelijkheidscriterium zoals hierboven onder 3.9. vermeld.
3.12.
De rechtbank is van oordeel dat het stellen van wettelijke termijnen in beginsel geen ongerechtvaardigde inmenging in het recht op family life als bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM is, omdat de in de wet gegeven termijnen noodzakelijk zijn in een democratische samenleving om rechtszekerheid te waarborgen en om de belangen te beschermen van de betrokkenen in de van toepassing zijnde wettelijke bepaling.
3.13.
De rechtbank is in het onderhavige geval evenwel van oordeel dat de bescherming van voormelde belangen, rechten en vrijheden van anderen niet alleen kan worden gewaarborgd door het hanteren van de termijn. Er zijn geen belangen van anderen gebleken die worden geschaad door het niet hanteren van de termijn en ook de rechtszekerheid, veiligheid of het economisch welzijn is in dit geval niet in het geding als het verzoek in behandeling zou worden genomen ondanks het feit dat de wettelijke termijn is verstreken.
3.14.
Hoewel de adoptievader geen standpunt aan de rechtbank kenbaar heeft gemaakt, stemt hij volgens het verzoekschrift in met de herroeping van de adoptie. De moeder, de biologische vader en [achternaam 1] (de erkenner) hebben blijkens productie 16 allen ook schriftelijk te kennen gegeven geen bezwaren te hebben tegen toewijzing van het verzoek. [achternaam 1] heeft dit ook in de procedure waarbij vernietiging van de erkenning is verzocht (nogmaals) verklaard.
3.15.
Er is naar het oordeel van de rechtbank sprake van bijzondere omstandigheden die maken dat verzoekster, ondanks de termijnoverschrijding, toch ontvankelijk is in haar verzoek. Als onweersproken is komen vast te staan dat de adoptievader is veroordeeld wegens seksueel misbruik van verzoekster. Uit psychiatrische rapporten uit 2004 en 2008 die verzoekster heeft overgelegd blijkt dat dit misbruik een grote impact op haar heeft gehad. In 2008 heeft verzoekster haar naam laten wijzigen in die van haar biologische vader ( [verzoekster] ). Zij verkeerde in de veronderstelling dat daardoor de familierechterlijke betrekkingen met haar adoptievader waren verbroken. In juni 2025 kwam zij er per toeval achter dat haar adoptievader nog altijd haar juridische vader was. Zij heeft dit niet eerder gezien in haar gegevens bij de gemeente, ook niet bij het aangaan en einde van haar geregistreerd partnerschap. Als zij dat had geweten, had zij eerder stappen gezet om dit te regelen. Toen zij erachter kwam dat de familierechtelijke betrekking met haar adoptievader nog bestond, zijn alle emoties en (psychische) klachten teruggekomen. Bovendien blijkt uit het in het geding gebrachte DNA-onderzoek de verwantschap tussen verzoekster en haar biologische vader. De herroeping van de adoptie kan voor verzoekster de weg vrijmaken voor erkenning door haar biologische vader, wat volgens verzoekster en de biologische vader de bedoeling is.
3.16.
Gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden wordt verzoekster ontvankelijk verklaard in haar verzoek.
Herroeping Nederlandse adoptie
3.17.
Zoals hiervoor vermeld kan het verzoek tot herroeping alleen worden toegewezen indien de herroeping in het kennelijk belang van de geadopteerde is en de rechter van de redelijkheid van de herroeping in gemoede overtuigd is. Gelet op de stukken en hetgeen op de zitting is besproken is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de grote psychische belasting die verzoekster in haar leven ervaart door de adoptie, herroeping van de adoptie in het kennelijk belang van verzoekster is. De rechtbank verwijst hiervoor naar hetgeen hierover onder 3.15. is overwogen. De rechtbank is in gemoede overtuigd van de redelijkheid van de herroeping. Het verbreken van de familierechtelijke betrekking tussen verzoekster en de adoptievader is helpend om haar (belaste) verleden definitief achter zich te kunnen laten en te voorkomen dat zij in de toekomst nog geconfronteerd wordt met alle onzekerheden omtrent haar identiteitscrisis. Verzoekster is in november 2025 (opnieuw) een programma gaan volgen om te helen van de fysieke en mentale klachten die zij ervaart. Bovendien stemmen de moeder en de erkenner in met het verzoek en is niet van bezwaren van de adoptievader tegen de herroeping gebleken. Tot slot wordt door herroeping van de adoptie een eerste stap gezet om tot een erkenning door haar biologische vader te komen, iets wat volgens verzoekster en de biologische vader de bedoeling is.
3.18.
Gelet op het bovenstaande is voldaan aan de criteria van artikel 1:231 BW Pro. Nu het verzoek de rechtbank ook anderszins niet onredelijk of ongegrond voorkomt, zal het verzoek worden toegewezen. De rechtbank zal beslissen dat de bij beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage van [adoptiedatum] uitgesproken adoptie zal worden herroepen. De rechtbank zal gelasten dat de ambtenaar van de burgerlijke stand een latere vermelding hiervan aan de daarvoor in aanmerking komende akte zal toevoegen.
Geslachtsnaam verzoekster
3.19.
Verzoekster heeft de wens om na de herroeping van de adoptie de naam van haar biologische vader ‘ [verzoekster] ’ te houden. De rechtbank zal dit opvatten als een verzoek om dat in deze beschikking vast te stellen, althans te verstaan. De rechtbank overweegt hierover als volgt.
3.20.
Door de herroeping van de adoptie herleeft de familiebetrekking die door de adoptie opgehouden had te bestaan. [4] Dat betekent dat verzoekster weer in een familierechtelijke betrekking tot [achternaam 1] komt te staan. Verzoekster heeft bij de erkenning door [achternaam 1] zijn geslachtsnaam gekregen. Bij Koninklijk Besluit van 3 oktober 2008 is haar achternaam echter op haar verzoek gewijzigd in “ [verzoekster] ”.
3.21.
De rechtbank heeft geconstateerd dat de Nederlandse wet geen bepaling kent die voor deze (specifieke) situatie is geschreven. Artikel 1:7 lid 4 BW Pro bepaalt dat een wijziging of vaststelling van de geslachtsnaam door de Koning in stand blijft niettegenstaande een latere erkenning of een gerechtelijke vaststelling. Hier wordt de herroeping van een adoptie niet expliciet benoemd. Evenmin wordt in artikel 1:5 BW Pro een naamskeuze bij herroeping adoptie geregeld.
3.22.
Los van de vraag of verzoekster naar analogie van artikel 1:5 BW Pro een keuze zou moeten hebben voor de geslachtsnaam of dat naar analogie van artikel 1:7 lid 4 BW Pro de geslachtsnaam door de Koning in stand kan blijven, is de rechtbank reeds op grond van het bepaalde in artikel 8 lid 2 van Pro het EVRM van oordeel dat verzoekster de geslachtsnaam ‘ [verzoekster] ’ moet kunnen behouden. Het naamrecht valt onder de hiervoor onder 3.9. overwogen bescherming van artikel 8 EVRM Pro. De in dit artikel genoemde belangen rechtvaardigen geen inbreuk op het privé- en familieleven van verzoekster. Verzoekster is sinds 2008 bekend onder de geslachtsnaam ‘ [verzoekster] ’, zodat deze naam een wezenlijk onderdeel van haar identiteit betreft. Er is niet gebleken van bezwaren tegen het behoud van de geslachtsnaam. Verzoekster heeft dan ook een rechtens te respecteren belang om de geslachtsnaam ‘ [verzoekster] ’ te behouden.
3.23.
Onder deze (bijzondere) omstandigheden is de situatie, waarbij verzoekster terug zou vallen op de geslachtsnaam van haar erkenner, zozeer in strijd met het recht van de verzoekster op bescherming van haar identiteit en de eerbiediging van haar privé-, familie- en gezinsleven, dat strikte toepassing van het rechtsgevolg van herroeping adoptie met betrekking tot de geslachtsnaamswijziging in dit geval achterwege moet blijven, zodat verzoekster de geslachtsnaam ‘ [verzoekster] ’ zal kunnen blijven behouden.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.24.
Verzoekster heeft verzocht om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat wil zeggen dat de beslissing meteen kan worden uitgevoerd, ook al wordt er hoger beroep ingesteld. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen. De ambtenaar van de burgerlijke stand kan de geboorteakte pas aanpassen (door een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte) wanneer de beslissing onherroepelijk is.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
herroept de bij uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage van [adoptiedatum] uitgesproken adoptie naar Nederlands recht van [verzoekster] (oorspronkelijk genaamd [achternaam 1] ) geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] , door [adoptievader] ;
4.2.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [geboorteplaats] een latere vermelding van de herroeping van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;
4.3.
stelt vast dat verzoekster de geslachtsnaam “ [verzoekster] ” wil behouden en verstaat dat de volledige namen na de herroeping van de adoptie zijn
[verzoekster];
4.4.
verstaat dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking en slechts indien geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van deze beschikking zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [geboorteplaats] ;
4.5.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Jongebreur, mr. M.H. van der Lecq en
mr. I.M. Brandwacht-Kampman, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. A.H. Wiersma, griffier.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Afschrift verzonden d.d.
Aan:

Mr. R. Neurink

[moeder]

[adoptievader]
Afschrift verzonden na appèltermijn d.d.
Aan:

Gemeente Leiden, afdeling Burgerzaken

Voetnoten

1.artikel 3 aanhef Pro onder a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
2.artikel 10:105 lid 4 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)
3.artikel 1:231 BW Pro
4.artikel 1:232 lid 2 BW Pro