ECLI:NL:RBOVE:2026:4452

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
AK_26_22
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 7:12 AwbArt. 8:72 AwbArt. 1.2.1 Wmo 2015Art. 2.3.5 Wmo 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag rolstoelbus onvoldoende gemotiveerd; beroep gegrond verklaard

Eiseres, een 14-jarige volledig rolstoelgebonden cliënt, vroeg het college van burgemeester en wethouders van Almelo om een individuele voorziening in de vorm van een aangepaste rolstoelbus. Het college wees de aanvraag af, stellende dat de bestaande voorzieningen, waaronder collectief vervoer via de Regiotaxi, voldoende waren en dat eiseres niet voldeed aan de criteria voor autoaanpassingen.

Eiseres voerde aan dat zonder een rolstoelbus zij en haar gezin in isolement zouden raken, mede vanwege haar medische situatie en de noodzaak van 24/7 begeleiding. Een medisch advies, opgevraagd tijdens de beroepsprocedure, concludeerde dat individueel vervoer geïndiceerd is vanwege overprikkeling door lawaai en geroezemoes in collectief vervoer, wat leidt tot verbale en fysieke agressie.

De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom collectief vervoer adequaat zou zijn ondanks het medische advies. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen in overleg met de wettelijk vertegenwoordiger van eiseres. Tevens werd het griffierecht aan eiseres vergoed.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de rolstoelbus wordt vernietigd met opdracht tot een nieuw besluit.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 26/22

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres,

wettelijk vertegenwoordiger: [gemachtigde 1],
en

het college van burgemeester en wethouders van Almelo,

gemachtigde: [gemachtigde 2] en [gemachtigde 3].

Procesverloop

1.1
Bij besluit van 18 september 2025 heeft het college de aanvraag van eiseres op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) voor een individuele voorziening in de vorm van het ombouwen van een zelf aangeschafte bus tot een rolstoelbus afgewezen.
1.2
Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van
4 december 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij dit besluit gebleven.
1.3
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4
De rechtbank heeft het beroep op 7 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de wettelijk vertegenwoordiger van eiseres en de gemachtigden van het college.

Totstandkoming van het bestreden besluit

2.1
Eiseres, ten tijde van de aanvraag 14 jaar, woont bij haar moeder, tevens haar wettelijk vertegenwoordiger, in een woning waar een unit is aangebouwd vanuit de Wmo 2015. De ouders van eiseres zijn gescheiden. Haar vader woont elders in [woonplaats]. Zij heeft een zus die zelfstandig woont in [woonplaats].
2.2
Eiseres is volledig rolstoelgebonden en kan gebruik maken van de volgende vanuit de WMO 2015 verstrekte vervoersvoorzieningen: een elektrische rolstoel, een rolstoelfiets en een vervoerspas Regiotaxi (collectief vervoer).
2.3
Daarnaast maakt zij gebruik van een aangepaste bus, die in het verleden is gefinancierd met fondsenwerving en crowdfunding. Zij heeft het college op 11 september 2025 gemaild over de aanvraag van een rolstoelbus. Op 17 september 2025 is een huisbezoek afgelegd. 2.4 Vervolgens is op diezelfde datum de aanvraag ingediend. Hierop heeft besluitvorming plaatsgevonden, zoals vermeld onder 'Procesverloop'.

Standpunten van partijen

Standpunt van het college
3.1
Het college stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat eiseres voor het voorzien in haar vervoersbehoefte niet afhankelijk is van de gevraagde nieuwe rolstoelbus. Eiseres voldoet niet aan de criteria voor autoaanpassingen volgens de verordening en beleidsregels. Zij heeft onder meer geen medische indicatie voor individueel vervoer per eigen auto of individueel taxivervoer. Met de al aanwezige voorzieningen kan zij voldoende voorzien in haar vervoersbehoefte. Met haar rolstoel en rolstoelfiets kan zij zich verplaatsen in de omgeving van haar huis en daarnaast kan zij gebruik maken van de regiotaxi voor de overige lokale vervoersbehoefte. Niet gebleken is dat eiseres zonder de rolstoelbus onvoldoende kan participeren. Daarbij heeft het college erop gewezen dat op grond van vaste rechtspraak niet aan alle wensen tegemoet hoeft te worden gekomen. [1] Ook blijkt uit de rechtspraak dat praktische bezwaren zoals wachttijden geen aanleiding vormen voor het toekennen van een aangepaste auto of rolstoelbus. De gemeente is niet verplicht om te zorgen voor een vervoersvoorziening die net zo gemakkelijk is als een eigen auto. [2]
Standpunt van eiseres
3.2
Eiseres stelt, kort samengevat, dat zij is aangewezen op een rolstoelbus. Zonder een rolstoelbus zullen eiseres en het gezin in een isolement raken. De oude bus voldoet niet meer om eiseres veilig en goed te vervoeren. Vervoer binnen een straal van 25 kilometer is niet voldoende. Het gezin heeft net als elk ander gezin contacten binnen en buiten een straal van 25 kilometer. Eiseres heeft 24/7 uur begeleiding en zorg in de nabijheid nodig. Ze heeft een WLZ-VG8 indicatie. Het is niet mogelijk om direct of spontaan weg te gaan. De bus zal als hoofdvervoersmiddel dienen voor eiseres en het gezin. Het zal niet mogelijk zijn om haar separaat van het gezin te vervoeren. Het besluit van de gemeente leidt ertoe dat eiseres niet mee zou kunnen bij activiteiten van het gezin. Openbaar vervoer of een individuele rolstoeltaxi is zowel met als zonder inzet van ouders, niet mogelijk. Eiseres is van mening dat onvoldoende is gekeken naar de situatie van het hele gezin. Ook is zij van mening dat de meeste punten van het VN verdrag handicap (verdrag inzake de rechten van personen/kinderen met een handicap) niet worden nageleefd. Het gezin/ouder/mantelzorger voelt zich gediscrimineerd, omdat zij niet als een normaal gezin spontaan weg kunnen zonder een 'vreemde' en zonder privacy. Eiseres heeft een verklaring van 24 december 2025 van de revalidatiearts M. Oude Alink meegestuurd.
Verweer van het UWV
3.3
Het college heeft in het aangevoerde aanleiding gezien een medisch (spoed)advies op te vragen. Op 10 maart 2026 is gerapporteerd door medisch adviseur M.J. van der Kolk. Het college is van mening dat eiseres met de al aanwezige vervoersvoorzieningen in aanvaardbare mate in staat wordt gesteld tot maatschappelijke participatie. Voor de bovenregionale vervoersbehoefte kan eiseres gebruik maken van Valys. Ook bestaat er de mogelijkheid om met korting een rolstoelauto te huren bij o.a. Welzorg. Het college is niet gebleken dat zonder de gevraagde voorziening de maatschappelijke participatie of zelfredzaamheid van eiseres zodanig wordt aangetast, dat deze niet meer van een aanvaardbaar niveau zou zijn. De door eiseres aangevoerde (praktische) bezwaren tegen het gebruik van het collectief vervoer zijn niet zo zwaarwegend dat eiseres daarmee niet voldoende gecompenseerd is. Van eiseres mag worden verwacht dat zij zich bij het gebruik van het collectief vervoer enige beperkingen getroost. Het college is vooralsnog van mening dat de mogelijk extra beperking die collectief vervoer voor eiseres oplevert vergeleken met het gewenste vervoer in een eigen aangepaste rolstoelbus, maatschappelijk aanvaardbaar is, ook gezien de persoonskenmerken van eiseres en haar vervoersbehoefte.

Beoordelingskader

4. Voor het beoordelingskader verwijst de rechtbank naar de bijlage bij deze uitspraak.

Beoordeling door de rechtbank

5. Het gaat in deze procedure om de vraag of het college de aanvraag om een eigen aangepaste rolstoelbus op goede gronden heeft afgewezen. De rechtbank beoordeelt deze vraag aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
6. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
6.1
De rechtbank stelt vast dat het college in de beroepsgronden aanleiding heeft gezien alsnog een medisch (spoed)advies op te vragen. Op 10 maart 2026 is gerapporteerd door medisch adviseur M.J. van der Kolk. De medisch adviseur heeft desgevraagd geantwoord dat er geen fysieke beperkingen zijn waarom eiseres niet met collectief vervoer kan, maar zij wordt overprikkeld door lawaai en geroezemoes in het collectief vervoer. Hierdoor wordt zij verbaal en soms fysiek boos door een gestoorde emotieregulatie. De medische adviseur acht individueel vervoer geïndiceerd.
6.2
Het college heeft in het medische advies van 10 maart 2026 geen aanleiding gezien zijn standpunt te wijzigen. De rechtbank is echter van oordeel dat op basis van dit medische advies moet worden geconcludeerd dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd. In het bestreden besluit heeft het college zich op het standpunt gesteld dat eiseres geen medische indicatie heeft voor individueel vervoer per eigen auto of individueel taxivervoer. Uit het medische advies van 10 maart 2026 blijkt echter dat individueel vervoer voor eiseres geïndiceerd is.
6.2.1
Dat eiseres feitelijk gebruik maakt van het collectief vervoer maakt niet dat eiseres niet aangewezen moet worden geacht op individueel vervoer. Uit het medische advies moet worden geconcludeerd dat het collectief vervoer voor haar niet adequaat is, doordat zij wordt overprikkeld door lawaai en geroezemoes in het collectief vervoer. De rechtbank is van oordeel dat het college met de motivering, dat van eiseres mag worden verwacht dat zij zich bij het gebruik van het collectief vervoer enige beperkingen getroost, onvoldoende heeft gemotiveerd dat het collectief vervoer voor eiseres niettemin adequaat moet worden geacht. Uit het medisch advies blijkt dat overprikkeling een reactie in de emotieregulatie van eiseres teweeg brengt in de vorm van verbale en fysieke agressie naar anderen en zichzelf. Eiseres kan zich niet meer concentreren en de overprikkeling maakt ook dat zij ontregeld raakt. De rechtbank is van oordeel dat niet van eiseres kan worden verlangd dat zij zich getroost met deze beperkingen.
6.3
De rechtbank acht het aangewezen dat het college in navolging van het medische advies van 10 maart 2026 nader in gesprek gaat met de wettelijk vertegenwoordiger van eiseres om te bezien welke voorziening voor eiseres adequaat is. De rechtbank merkt daarbij wel op dat het college een grote beleidsvrijheid heeft bij de uitvoering van de Wmo 2015. Dit betekent dat het college bij de uitvoering geen rekening hoeft te houden met alle (vervoers)wensen van de betrokkene. Wel geldt dat, daar waar het om maatwerkvoorzieningen gaat, deze vrijheid in ieder geval een grens vindt in artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015 dat bepaalt dat een maatwerkvoorziening een passende bijdrage moet leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van de betrokkene. Hieruit vloeit voort dat, indien het onderzoek uitwijst dat in het concrete geval maatwerk moet worden geboden, niet kan worden volstaan met standaardoplossingen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.
8. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing te nemen. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
9. Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is de rechtbank niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 4 december 2025;
- draagt het college op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 54,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.W.H. Oude Aarninkhof, rechter, in aanwezigheid van W. Veldman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage

Beoordelingskader

Wmo 2015
Artikel 2.3.5
(…)
3. Het college beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2, van de Wmo 2015 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
(…)
Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo
Artikel 3.1 Algemene criteria voor toekenning maatwerkvoorziening.
1. De cliënt kan binnen de kaders van de Wet, voornamelijk de artikelen 1.2.1, 2.3.5 en 2.3.6 en deze verordening slechts in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening voor zover:
a. De cliënt ingezetene is van de gemeente Almelo op grond van de Wet; en
b. De cliënt behoort tot de doelgroep van de Wmo; en
c. De cliënt geen gebruik kan maken van de eigen kracht; en
d. De cliënt geen gebruik kan maken van gebruikelijke hulp; en
e. De cliënt geen hulp kan krijgen van mantelzorg of andere personen uit het sociaal netwerk; en
f. De cliënt geen gebruik kan maken van collectieve of algemene of andere voorzieningen; en
g. De cliënt geen gebruik kan maken van voorliggende voorzieningen; en
h. Het college, aldus, de noodzaak voor het treffen van een maatwerkvoorziening heeft vastgesteld om:
I. De beperkingen die de cliënt ondervindt in de zelfredzaamheid of participatie te verminderen of weg te nemen en de cliënt met een, al dan niet aanvullende, maatwerkvoorziening in staat wordt gesteld zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te blijven functioneren; of
II. De problemen die de cliënt ondervindt bij het zich handhaven in de samenleving, als sprake is van psychische of psychosociale problemen of indien de cliënt de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld of mishandeling, te verminderen of weg te nemen en de cliënt met de, al dan niet aanvullende, maatwerkvoorziening in staat wordt gesteld om zich uiteindelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
2. Het college besluit, indien de cliënt op een maatwerkvoorziening is aangewezen, tot de goedkoopst adequate en meeste doeltreffende maatwerkvoorziening.
(...)
6. Het college kan een maatwerkvoorziening, anders dan in de vorm van dienstverlening, in bruikleen, financiële tegemoetkoming of in eigendom verstrekken.
(...)
Artikel 3.6.8 Aanvullende criteria autoaanpassingen
1. Om in aanmerking te komen voor autoaanpassingen gelden de volgende aanvullende voorwaarden:
a. Er is een medische indicatie voor individueel vervoer per eigen auto (elke vorm van taxivervoer is medisch niet verantwoord); of
b. Er is een indicatie voor individueel (rolstoel)taxivervoer;
c. Belanghebbende beschikt over een eigen auto die niet ouder is dan 5 jaar; en
d. Het gebruik van de eigen auto is verantwoord; en
e. De kosten van aanpassing zijn niet hoger dan de kosten die uitgegeven zouden worden aan een andere geschikte vorm van individueel vervoer gedurende één jaar.
De Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2025
Artikel 3.6.3 Aanpassing auto (rolstoelbus)
1. Dit is een vervoersvoorziening voor kinderen, waarbij het gaat om de aanpassing van de auto van de ouders. Ook hier geldt het primaat van het collectief vervoer en/of goedkoopst adequate oplossing. Doordat er soms schrijnende beslissingen moeten worden genomen, is het van belang om hier eveneens de sociale aspecten in mee te nemen. Stel moeder heeft de zorg over twee kinderen, waarvan 1 kind fysiek beperkt. Het collectief vervoer kan zich in dergelijke gevallen niet lenen voor het oplossen van het ondervonden mobiliteitsprobleem. Het kind moet op medische indicatie geen gebruik kunnen maken van het collectief vervoer, al dan niet met begeleiding door ouders. Verschoningsproblemen spelen hierbij geen rol. Aangezien de vervoerplicht beperkt is tot vervoer binnen de regio. Met behulp van het moderne incontinentiemateriaal is een regionale rit (maximaal 40 minuten) bijna altijd haalbaar. Verschoning onderweg is dus vrijwel nooit nodig.
2. Toekenningscriteria voor autoaanpassing:
a. Er is een medische indicatie voor individueel vervoer per eigen auto (elke vorm van taxivervoer is medisch niet verantwoord); of
b. Er is een indicatie voor individueel (rolstoel)taxivervoer; en
c. Inwoner beschikt over een eigen auto die niet ouder is dan 5 jaar; en
d. Het gebruik van de eigen auto is verantwoord; en
e. De kosten van aanpassing zijn niet hoger dan de kosten die uitgegeven zouden worden aan een andere geschikte vorm van individueel vervoer gedurende één jaar. De kosten worden in dergelijke gevallen voor 100% vergoed. Indien er een indicatie is voor individueel (rolstoel)taxivervoer, kan als alternatief worden gekozen voor een autoaanpassing mits de aanpassingskosten lager zijn dan de uitgaven voor het individueel vervoer over een periode van één jaar.
(…)

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 15 februari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV5448.
2.Zie de uitspraak van de CRvB van 30 november 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2605.