ECLI:NL:RBOVE:2026:4483

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
08-309187-25 (P)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 WVWArt. 175 WVWArt. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens veroorzaken ernstig verkeersongeval door afgeleid rijgedrag met telefoon

Op 27 maart 2025 veroorzaakte een 22-jarige man op de N35 te Wierden een verkeersongeval waarbij een motorrijdster zwaar lichamelijk letsel opliep. Verdachte reed achterop de motorfiets in een situatie van filevorming en harmonica-effect, terwijl hij afgeleid was door het gebruik van zijn mobiele telefoon.

De rechtbank stelde vast dat verdachte kort voor het ongeval actief berichten verzond en foto's maakte via WhatsApp en Snapchat, ondanks zijn kennis van de verkeerssituatie en waarschuwingsborden. Hierdoor was hij niet in staat tijdig te remmen, wat leidde tot de aanrijding en het ernstige letsel van het slachtoffer, waaronder schedelbreuken, gebroken wervels en blijvende cognitieve klachten.

De verdediging voerde aan dat de verkeerssituatie plotseling veranderde en dat er geen causaal verband was met het telefoongebruik, maar de rechtbank verwierp dit. Verdachte werd schuldig bevonden aan overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 wegens zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag.

De rechtbank legde een taakstraf van 140 uur op en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Hierbij werd rekening gehouden met de ernst van het letsel, het gedrag van verdachte, zijn beperkte inzicht en het feit dat hij berichten had verwijderd om het gebruik van de telefoon te verbergen.

De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Overijssel op 23 juli 2026.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 140 uur taakstraf en 18 maanden rijontzegging, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval door afgeleid rijgedrag.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-309187-25 (P)
Datum vonnis: 23 juli 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
9 juli 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. M. Struik, advocaat in Roermond, naar voren is gebracht.
Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de door [slachtoffer] voorgedragen slachtofferverklaring en van wat namens haar door mr. G.B. van den Berg is aangevoerd.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op
27 maart 2025 in Wierden als bestuurder van een personenauto een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt, waardoor aan [slachtoffer] (zwaar) lichamelijk letsel is toegebracht (
primair), dan wel dat hij door zijn rijgedrag gevaar en/of hinder op de weg heeft veroorzaakt (
subsidiair), dan wel dat hij zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tijdig tot stilstand te brengen (
meer subsidiair).
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 27 maart 2025 te Wierden als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de N35, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl op de N35 sprake was van langzaam rijdend verkeer / filevorming,
- zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of
- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiel elektronisch apparaat (een telefoon) heeft vastgehouden en/of deze
telefoon heeft gebruikt en/of bediend en/of
- in strijd met artikel 19 van Pro voornoemd reglement zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
- is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, een voor hem uit rijdende motorfiets, ten gevolge waarvan of waarbij de bestuurder van die motorfiets ten val is gekomen, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (te weten [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 27 maart 2025 te Wierden als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de N35, terwijl op de N35 sprake was van langzaam rijdend verkeer / filevorming,
- zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of
- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiel elektronisch apparaat (een telefoon) heeft vastgehouden en/of deze
telefoon heeft gebruikt en/of bediend en/of
- in strijd met artikel 19 van Pro voornoemd reglement zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de
afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
- is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, een voor hem uit rijdende motorfiets, ten gevolge waarvan of waarbij de bestuurder van die motorfiets ten val
is gekomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 27 maart 2025 te Wierden als bestuurder van een voertuig (personenauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de N35, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, een voor hem uit rijdende motorfiets, ten gevolge waarvan of waarbij de bestuurder van die motorfiets ten val is gekomen.

3.De bewijsmotivering

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, met dien verstande dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden als gevolg waarvan [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. Hij heeft aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte gedurende enige tijd zijn aandacht niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer heeft gericht. Volgens de raadsman werd verdachte geconfronteerd met een plotseling remmende verkeersstroom, waardoor deze verkeerssituatie als een zelfstandige en wezenlijke oorzaak van het ongeval moet worden aangemerkt. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat op basis van het dossier geen causaal verband kan worden vastgesteld tussen het telefoongebruik van verdachte en de ontstane aanrijding. Daarbij heeft de raadsman benadrukt dat verdachte ten tijde van het ongeval om 15:39 uur in ieder geval gedurende twee minuten niet meer met zijn telefoon bezig was en dat evenmin sprake was van een (te) hoge snelheid.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
Vaststelling feiten en omstandigheden
Op 27 maart 2025 om 15:37 uur vond op de N35 in Wierden een verkeersongeval plaats waarbij verdachte als bestuurder van een personenauto en [slachtoffer] als bestuurder van een motorfiets betrokken waren. De rechtbank gaat uit van het tijdstip 15:37 uur en niet van 15:39 uur, zoals door de verdediging is betoogd. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat uit de gegevens van de “life360app” op de telefoon van [slachtoffer] blijkt dat ter hoogte van de plaats van het ongeval om 15:37 uur een moment van hard remmen is geregistreerd. Daarnaast is als eindlocatie van de telefoon van verdachte (die zich in de auto bevond) als tijdstip 15:37:49 uur geregistreerd en is vanaf 15:38:47 uur blijkens de gegevens van het wegkantsysteem een verstoring in het verkeersbeeld waargenomen. Om 15:39 uur werd vervolgens een melding van het ongeval bij de politie gedaan.
Verdachte reed met zijn personenauto op de N35, komende uit de richting van [plaats 1] en rijdende in de richting van [plaats 2] . [slachtoffer] reed in dezelfde rijrichting. Ter hoogte van de overgang van de A35 naar de N35 was rond 15:29 uur filevorming ontstaan. Vanaf ongeveer 15:31 uur begon deze file op te lossen, waarbij de voertuigen hun snelheid geleidelijk verhoogden. Als gevolg hiervan ontstond een zogenoemd harmonica-effect, waardoor achteropkomende bestuurders herhaaldelijk en kortstondig moesten afremmen. [slachtoffer] kwam met haar motorfiets in de staart van deze oplossende file terecht en remde, anticiperend op de verkeersdynamiek ter plaatse, (krachtig) af. Verdachte, die op dat moment achter [slachtoffer] reed en eveneens de staart van de file naderde, was niet in staat zijn voertuig tijdig tot stilstand te brengen en is vervolgens achterop de door [slachtoffer] bestuurde motorfiets gereden. [slachtoffer] is als gevolg van het ongeval met ernstig letsel naar het ziekenhuis overgebracht. Bij haar werden onder meer een schedelbreuk, een uitgebreide hoofdwond, aan beide zijden een gebroken bovenkaak, een ingescheurde tong, een gescheurde nier, twee gebroken ruggenwervels, gekneusde longen en een klaplong vastgesteld.
De telefoon van verdachte is om 16:10 uur, kort na het ongeval, inbeslaggenomen en op een later tijdstip onderzocht. Uit dit onderzoek blijkt dat de telefoon kort voor het ongeval, om 15:34:34 uur, door verdachte is ontgrendeld. Vanaf 15:34:37 uur tot aan het ongeval is het toestel vervolgens door verdachte bediend. Zo heeft hij met het toestel een foto gemaakt en deze vervolgens verzonden. Daarnaast zijn door hem meerdere berichten verzonden via WhatsApp en Snapchat. Gedurende deze periode bestuurde verdachte zijn personenauto en reed hij volgens de GPS-data van de telefoon over de A35 in de richting van de N35. Enkele seconden voor het ongeval, tussen 15:36:11 uur en 15:36:50 uur, voerde verdachte via WhatsApp nog een gesprek met zijn vriendin. In dit gesprek heeft hij vier berichten verzonden en een bericht ontvangen. Om 15:37:39 uur ontving hij van haar een laatste bericht. Dit bericht is niet meer als gelezen geregistreerd. Het tijdstip van ontvangst van dit bericht valt samen met het moment van het ongeval dan wel kort daarna. Het WhatsApp-gesprek tussen verdachte en zijn vriendin is tussen het voeren ervan en het veiligstellen van de telefoon door verdachte verwijderd van de telefoon, maar door forensische software inzichtelijk gemaakt.
Verdachte heeft verklaard dat hij goed bekend is met de weg waar het ongeval heeft plaatsgevonden, aangezien hij dagelijks over deze weg reed van en naar zijn werk. Hij lette ter plaatse altijd extra goed op, omdat zich daar regelmatig stilstaand verkeer voordoet. Verder heeft verdachte verklaard bekend te zijn met de aldaar aanwezige verkeersborden die waarschuwen voor mogelijke filevorming en dat hij deze borden ook op de dag van het ongeval heeft gezien. Tot slot heeft verdachte verklaard dat hij zijn telefoon minimaal anderhalve minuut voorafgaand aan het ongeval had weggelegd en dat hij toen zijn aandacht volledig op de weg had gericht.
Juridisch kader
De rechtbank moet beoordelen of het verkeersgedrag van verdachte de (primair) ten laste gelegde vorm van schuld in de zin van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) oplevert. Te weten: zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam gedrag. Daarbij komt het volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Dat brengt mee dat niet in algemene zin is aan te geven of één verkeersovertreding voldoende is voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro. Daarvoor zijn verschillende factoren van belang, zoals de aard en de concrete ernst van de overtreding en de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Verder kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, worden afgeleid dat er sprake is van schuld in voornoemde zin.
Overwegingen
De rechtbank stelt voorop dat het besturen van een voertuig op de openbare weg een bijzondere zorgplicht tot voorzichtigheid en oplettendheid voor de bestuurder meebrengt. Dit betekent dat hij voortdurend alert is, anticipeert op komende verkeerssituaties en adequaat zijn voertuig bestuurt. Met inachtneming van dit uitgangspunt overweegt de rechtbank als volgt.
Verdachte reed met zijn personenauto over de A35 en hield zich tijdens het rijden actief bezig met zijn telefoon. Dit deed hij ook terwijl hij het punt naderde waar de A35 overgaat in de N35, een locatie waarmee hij bekend was en waarvan hij wist dat daar regelmatig filevorming optreedt. Bovendien werd ter plaatse voor (mogelijke) filevorming gewaarschuwd. Hoewel verdachte dus bedacht had moeten zijn op stilstaand of langzaam rijdend verkeerd, heeft hij, toen hij de staart van de (oplossende) file bereikte, niet op tijd geremd waardoor hij in aanrijding is gekomen met de motorfiets van [slachtoffer] . Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat verdachte, ondanks zijn ontkenning, tot zeer kort voor het ongeval, mogelijk zelfs tot aan het moment van het ongeval, voortdurend met zijn telefoon bezig is geweest. Het betrof daarbij onder meer het typen en versturen van berichten. Hierdoor heeft verdachte zijn aandacht voorafgaand aan het ongeval niet bij de weg en het verkeer voor hem gehad. Als gevolg daarvan heeft de aanrijding tussen hem en [slachtoffer] plaatsgevonden.
Als verdachte de vereiste mate van oplettendheid had betracht die van een gemiddelde bestuurder mag worden verwacht, had hij de (oplossende) file tijdig kunnen waarnemen en daarop adequaat kunnen reageren door zijn snelheid tijdig aan te passen, te remmen of uit te wijken. Hierdoor had de aanrijding kunnen worden voorkomen. Daarbij geldt dat zijn bekendheid met de verkeerssituatie ter plaatse juist aanleiding gaf tot extra alertheid, Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte dan ook niet met de vereiste oplettendheid aan het verkeer deelgenomen. Zulk verkeersgedrag leidt naar het oordeel van de rechtbank, mede gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad, tot de gevolgtrekking dat verdachte zich
zeeronvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gedragen en dat het aan verdachtes schuld (in de zin van ernstige schuld) te wijten is dat het verkeersongeval heeft plaatsgevonden als gevolg waarvan [slachtoffer] letsel heeft opgelopen. De rechtbank is van oordeel dat dit letsel, gelet op zijn aard alsook de noodzaak en aard van het medisch ingrijpen en het uitzicht op herstel, als zwaar lichamelijk letsel dient te worden aangemerkt.
Conclusie
De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend is bewezen.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 27 maart 2025 te Wierden als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de N35, zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl op de N35 sprake was van langzaam rijdend verkeer/filevorming,
- zijn aandacht gedurende enige tijd niet op het overige verkeer en de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en
- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiel elektronisch apparaat (een telefoon) heeft vastgehouden en deze
telefoon heeft gebruikt en bediend en
- in strijd met artikel 19 van Pro voornoemd reglement zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en
- in aanrijding is gekomen met een voor hem uit rijdende motorfiets, ten gevolge waarvan de bestuurder van die motorfiets ten val is gekomen en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (te weten [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 175 WVW Pro. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
primair
het misdrijf: overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

5.De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

6.De op te leggen straf of maatregel

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 240 uren en om aan hem op te leggen een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (hierna: ontzegging van de rijbevoegdheid) voor de duur van twee jaren waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, bij de strafoplegging rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte een zwaarwegend belang heeft bij het behoud van zijn rijbewijs. Daartoe is aangevoerd dat verdachte een studie volgt, een bijbaan heeft en mantelzorg verleent aan zijn grootouders. Daarnaast heeft de raadsman verzocht rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte niet eerder met politie of justitie in aanraking is gekomen. Verder heeft de raadsman gewezen op het tijdsverloop sinds het ongeval en aangevoerd dat verdachte zelf de gevolgen van het ongeval heeft ondervonden en daaruit lering heeft getrokken.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Ernst van het feit
Verdachte heeft door zijn rijgedrag een ernstig verkeersongeval veroorzaakt. Verdachte is met zijn personenauto achter op een langzaam oplossende file gereden. Kort daarvoor was hij afgeleid doordat hij voortdurend handelingen op zijn telefoon verrichtte, terwijl hij wist dat op de betreffende weg extra oplettendheid was vereist. Hierdoor heeft hij de file en [slachtoffer] , die daar als motorrijdster op anticipeerde door af te remmen, niet tijdig waargenomen en was hij onvoldoende in staat om daarop adequaat te reageren. Als gevolg daarvan is verdachte met zijn voertuig op [slachtoffer] ingereden. Door de kracht van de aanrijding werd [slachtoffer] van haar motor geslingerd, waarbij haar helm afraakte en zij op de grond terechtkwam. [slachtoffer] is vervolgens zwaargewond naar het ziekenhuis overgebracht. Uit de indrukwekkende slachtofferverklaring van [slachtoffer] blijkt dat zij nog dagelijks wordt geconfronteerd met de lichamelijke en psychische gevolgen van het ongeval. Zij ervaart dagelijks pijn op meerdere plaatsen in haar lichaam, is snel vermoeid en heeft moeite met het verdragen van prikkels. Dit heeft ertoe geleid dat zij haar beroep in de zorg niet langer kan uitoefenen. Daarnaast heeft [slachtoffer] zichtbare littekens in haar gezicht overgehouden en is haar gebit onherstelbaar beschadigd geraakt. Het (herstel)proces is voor haar en haar naasten zeer zwaar (geweest). Daarbij speelt mede een rol dat het voor hen moeilijk te begrijpen is dat verdachte heeft verklaard zich niet schuldig te voelen aan het ongeval.
Door de wijze waarop verdachte, als beginnend bestuurder, aan het verkeer heeft deelgenomen, heeft hij er blijk van gegeven onvoldoende besef te hebben gehad van de verantwoordelijkheid die van hem als verkeersdeelnemer mocht worden verwacht, in het bijzonder ten aanzien van de veiligheid van andere weggebruikers. Daarbij komt dat verdachte na het ongeval de door hem verzonden en ontvangen berichten van zijn telefoon heeft verwijderd. Aanvankelijk heeft hij tegenover de politie verklaard dat hij tijdens het rijden zijn telefoon niet had gebruikt en dat zijn telefoon in zijn jas zat, die op de grond in de auto lag. Ter terechtzitting heeft hij verklaard dat hij zijn telefoon wel heeft gebruikt, maar dat hij zeker weet dat hij deze een paar minuten voor het ongeval had weggelegd. Ook nadat verdachte meermalen is geconfronteerd met de gegevens uit de uitgelezen GPS-data van zijn telefoon, waaruit een ander beeld naar voren komt, is verdachte bij zijn verklaring gebleven. De rechtbank overweegt dat de indruk is ontstaan dat verdachte kort na het ongeval bewust berichten van zijn telefoon heeft verwijderd met als doel om daadwerkelijk langdurig gebruik van zijn telefoon voorafgaand aan het ongeval te verhullen. De rechtbank acht het kwalijk dat verdachte geen volledige openheid van zaken heeft gegeven, zijn eigen belang voorop heeft gesteld en daarmee voorbij is gegaan aan het belang van het slachtoffer om duidelijkheid te verkrijgen over de precieze toedracht van het ongeval. Verdachte heeft zich daarbij geen rekenschap gegeven van de gevolgen die zijn handelen voor het slachtoffer heeft gehad. Door zijn houding heeft verdachte er bovendien blijk van gegeven slechts in beperkte mate inzicht te hebben in de ernst van zijn handelen. De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan.
Persoon van verdachte
Uit het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 24 april 2026 blijkt dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest of is veroordeeld voor een (soortgelijk) strafbaar feit.
Op te leggen straf
De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de oriëntatiepunten voor straftoemeting en de afspraken van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij aan een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht en waarbij sprake is van ernstige schuld is het uitgangspunt een taakstraf van 160 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van een jaar.
De rechtbank ziet in dit geval aanleiding om enigszins af te wijken van dit oriëntatiepunt. Naast de taakstraf en onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid, die passend zijn gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de ingrijpende gevolgen daarvan voor het slachtoffer, acht de rechtbank het aangewezen aan verdachte tevens een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen, met een proeftijd van drie jaren. Daarbij betrekt de rechtbank dat verdachte, ruim een jaar na het ongeval, nog steeds geen volledige openheid van zaken heeft gegeven en daardoor onvoldoende blijk heeft gegeven van inzicht in het kwalijke van zijn handelen. Met het opleggen van een voorwaardelijke ontzegging wil de rechtbank bereiken dat verdachte de komende drie jaren extra alert is op zijn rijgedrag en wordt voorkomen dat hij zich in de toekomst opnieuw schuldig maakt aan soortgelijk verkeersgedrag.
Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een taakstraf van 140 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3jaren passend en geboden.

7.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en artikel 179 WVW Pro.

8.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
primair, het misdrijf: overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van
140 (honderdveertig) uren;
- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
70 (zeventig) dagen;
-
ontzegtverdachte de
bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigenvoor de duur van
18 (achttien) maandenwaarvan
6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 (drie) jaren.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. de Waard, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en
mr. P.J. Beker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.R. Kuiper, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025241215. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
1.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 9 juli 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
Op 27 maart 2025 reed ik met mijn personenauto op de N35 in [plaats 3] . Ik kwam van de A35 in [plaats 1] . Ik reed deze route dagelijks van en naar mijn werk. Wanneer ik het punt nader waar de A35 in de N35 overgaat, ben ik altijd extra alert omdat daar regelmatig file staat. Ik ben bekend met de verkeersborden die daar staan om te waarschuwen voor filevorming. Op de dag van het ongeval waren deze borden ook zichtbaar en heb ik ze gezien. Ik haalde een busje in en ineens stond er file. Ik kon niet meer op tijd remmen en ben tegen de motor van [slachtoffer] aangereden. Ik heb mijn mobiele telefoon na het gebruik ervan in de auto op mijn jas gegooid die op de grond voor de bijrijdersstoel lag.
2.
Het proces-verbaal van aanrijding misdrijf van verbalisant [verbalisant 1] van 30 oktober 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 5 tot en met 13:
Locatie ongeval:Datum/tijd: 27 maart 2025
Locatienaam: N35. [plaats 3] . Thv invoegstrook.
Betrokkenen:
naam: [slachtoffer] . Kenteken: [kenteken 1] - voertuig: Motor [kenteken 1] Kawasaki Z650;
naam: [verdachte] . Rijbewijs categorie AM/B. Datum eerste afgifte: 9 mei 2022 (beginnend bestuurder). Kenteken: [kenteken 2] - voertuig: personenauto [kenteken 2] Bmw 118i.
Inbeslagneming
Plaats: N35 ter hoogte van hectometerpaal 42.1 linker rijbaan, [plaats 3]
Datum en tijd: 27 maart 2025 om 16:20 uur
Goednummer: PL0600-2025139546-3421423
Merk/type: iPhone
Beslagene: [verdachte]
Letsel:Bij het ongeval heeft [slachtoffer] letsel opgelopen. Vervoerd naar ziekenhuis : Ja, Twenteborg Ziekenhuis te Almelo. Opgenomen: Ja. Een schedelbreuk die doorloopt vanaf het voorhoofd naar de jukbeenderen. Bovenkaak aan beide kanten gebroken. Een grote hoofdwond boven de neus en aan de kin. Voorhoofd lag helemaal open, de huid kon helemaal weg geklapt worden. Wond was zo diep dat de schedel te zien zou zijn. Direct na de aanrijding kon ze niet meer goed zien. Dit kwam waarschijnlijk door de klap op haar hoofd. Na bijna 2 weken kon ze weer goed zien. Linker oor zat dicht, kon niks meer horen. Ook dat was na bijna 2 weken weer goed. Tong was aan de rechterzijde helemaal gescheurd. Dit was zelfs in meerdere stukken. Ze mist twee boventanden. Ze mist van een andere tand boven in een gedeelte. Dat geldt ook voor een tand in de onderkaak. Onderlip was van boven naar onder ingescheurd. Nier was gescheurd. Twee gebroken ruggenwervels, de 8ste en de 12de. Beide longen gekneusd waarbij ze een klaplong op gelopen heeft. De kruisbanden in de linker knie waren opgerekt en zwaar gekneusd. De linkerhak was zwaar gekneusd.
3.
Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring van prof dr. R. Slappendel, anesthesioloog medisch adviseur, van 17 februari 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Naam cliënt: [slachtoffer]
Het beloop:
  • Multipele schedel- en aangezichtsfracturen met extra-axiaal hematoom DD epiduraal/subduraal. Het ernstig hoofd/schedelletsel met hersenschudding is vervolgd door de neuroloog en wegens het aanblijven van veel cognitieve klachten is er aanwijzing voor een NAH (Niet aangeboren hersenletsel). We kunnen hier spreken van een ernstig traumatisch hoofd-, hersen- en aangezichtsletsel, wat hier uiteraard ten gevolge van het ongeval is ontstaan. Er is wat betreft het hersenletsel nog geen sprake van een medische eindsituatie. Er zijn nog behoorlijk wat klachten in de vorm van hoofdpijn, tragere informatie verwerking, moeite met aandachts- en inspanningstaken, snellere vermoeidheid en sneller geïrriteerd zijn, die aanwijzingen geven voor een NAH (niet aangeboren hersenletsel). Nader onderzoek (NPO) en revalidatiebehandeling zijn nog volop gaande. Meestal spreken we dan 2 jaar na ongeval van een medische eindsituatie, zodat dan een eindbeoordeling mogelijk is van de gevolgen, beperkingen, toekomstige risico’s en blijvende invaliditeit ten gevolge van dit ongeval. Medische expertises liggen dan voor de hand.
  • Tandheelkundig letsel met verlies voortanden (elementen 11 en 21) plus 3 afgebroken elementen. Het uitgebreide tandheelkundig letsel wordt begeleid door kaakchirurg, tandarts en orthodontist. Een voortand is reeds vervangen door implantaat (element 21), een volgend implantaat (element 11) kan pas in latere fase volgen. Waarschijnlijk volgen er ook meerdere wortelkanaalbehandelingen wegens afgebroken elementen, met ondersteuning van botopbouw en beugel. Het aangezichtsletsel heeft een behoorlijke impact gehad op de tand- en mond status. Ook hier is nog volop behandeling gaande welk nog zeker 1 ½ jaar kan duren.
  • Compressiefracturen Th8 en Th12. De breuken in de borstwervels (Th8 en 12) zijn conservatief behandeld, en geven nog steeds rugklachten. Verwachting is dat er nog 3-6 maanden therapie (1x p.w.) nodig is om aan de hulpvraag te kunnen voldoen (pijnvrij functioneren in ADL en sporten weer volledig zelfstandig opgepakt).
4.
Het proces-verbaal FO Verkeer (forensisch onderzoek plaats delict) van verbalisanten
[verbalisant 2] en [verbalisant 3] van 1 september 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 26 tot en met 56:
Wegsituatie
Wij zagen dat de N35:
  • bestond uit 2 rijbanen, die onderling door middel van een geleiderail van elkaar gescheiden waren;
  • op de plaats van het verkeersongeval een recht wegverloop had;
  • ter hoogte van de locatie van het verkeersongeval de rijbaan was verdeeld in één rijstrook en een invoegstrook;
  • de invoegstrook werd gescheiden van de rijstrook door blokmarkeringen.
Reguliere verkeersmaatregelen
De N35 was voor het openbaar verkeer opengesteld, de maximumsnelheid bedroeg ter plaatse 80 km/u en werd aangeduid door middel van het verkeersbord A1-80. Het traject waar het ongeval heeft plaatsgevonden is een overgang van de Rijksweg A35 naar de Rijksweg N35, dit werd aangeduid door middel van het verkeersbord G02. Weggebruikers op het traject van ongeval werden voorafgaand geattendeerd op mogelijke verkeersopstoppingen. Dit werd aangeduid door middel van het verkeersbord J33, welke aan beide zijden van de rijstrook van de N35 geplaatst waren.
Botspositie:
Hieruit bleek ons dat de betrokken BMW met de rechtervoorzijde tegen de achterzijde van de betrokken motorfiets was gebotst.
5.
Het proces-verbaal FO Verkeer (relaas) van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] van 1 september 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 19 tot en met 25:
Interpretatie onderzoeksresultaten:
De betrokkenen hadden dezelfde rijrichting en reden over de N35 links in de richting van [plaats 2] en komende uit de richting van [plaats 1] . Zij zijn ter hoogte van hectometer 42.1 met elkaar in botsing gekomen. Op het wegvak waar het ongeval heeft plaatsgevonden bedroeg de maximumsnelheid 80 km/u. Weggebruikers worden voorafgaand geattendeerd op mogelijke verkeersopstoppingen. Er is waarschijnlijk sprake geweest van een zogenoemd harmonica-effect op het wegvak ten tijde van het ongeval. De bestuurster van de motorfiets had, gezien de beelden van het filmpje van de life360app, voorafgaand aan de plaats van ongeval een gereden snelheid van 56 km/h. Ter hoogte van de plaats van het ongeval werd om 15:37 uur een melding weergegeven van "hard remmen". Gezien dit tijdstip en het tijdstip van melding, omstreeks 15.39 uur, van het ongeval is het zeer aannemelijk dat de app de volgende mogelijke registraties weergaf:
1. Een moment van hard remmen voorafgaand aan het ongeval en
2. het ongeval zelf en- of het verloop van het voertuig ten tijde van het ongeval.
Gezien de bovenstaande onderzoekresultaten is het waarschijnlijk dat op het wegvak ten tijde van het ongeval een harmonica-effect gaande was. Op dit effect had de bestuurster van de motorfiets aannemelijk geanticipeerd en was de bestuurder van de BMW niet in staat zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij was met een botsing met de motorfiets als gevolg.
6.
Het proces-verbaal FO Verkeer (forensisch omgevingsonderzoek - wegkantsystemen) van verbalisant [verbalisant 4] van 4 september 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 69 tot en met 75:
Tijdstip ongeval
In de gegevens van het wegkantsysteem werd een verstoring in het verkeersbeeld waargenomen vanaf 15:38:47 uur. Om 15:38:47 uur wordt namelijk een snelheid van 38 km/uur geregistreerd. Daar waar de rijsnelheden in de seconden daarvoor nog 54 km/u tot 60 km/u bedroegen. Daarna volgen geen metingen meer tot 16:07:40 uur, wat wijst op nagenoeg stilstaand verkeer of een wegafsluiting achter het meetpunt, er is immers geen aanvoer meer. De eerstvolgende meting om 16:07:40 uur laat een snelheid van 83 km/uur zien en is bijna 29 minuten later.
7.
Het proces-verbaal onderzoek door verbalisant [verbalisant 5] van 6 februari 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Onderzoek aan telefoon (iPhone) van verdachte [verdachte] met goednummer [nummer] .
  • Er is een locatie door de telefoon geregistreerd, 2 seconden voor er op 15:35:51 een WhatsApp bericht wordt verstuurd vanaf deze telefoon. De geregistreerde locatie is te zien op
  • Om 15:34:41 is het scherm van de telefoon actief omdat deze om 15:34:34 biometrisch is ontgrendeld. Hierbij gaat het scherm aan en deze blijft aan tot 15:37:49;
  • De batterijspanning van de telefoon neemt voor, tijdens en na de rit alleen maar af. Er wordt door de telefoon geregistreerd dat geen kabel aan de telefoon verbonden is;
  • Om 15:34:37 wordt er een binnengekomen notificatie van het scherm verwijderd omdat het WhatsApp bericht waar deze notificatie bij hoort, als gelezen wordt geregistreerd;
  • Om 15:35:10 wordt er met de telefoon een foto van het dashboard gemaakt. Dit is de foto die in het WhatsApp bericht wordt verstuurd;
  • Tussen 15:35:13 en 15:35:42 en tussen 15:35:48 en 15:35:51 registreert de telefoon dat het schermtoetsenbord gebruikt wordt;
  • Om 15:35:51 wordt middels WhatsApp het bericht met foto verstuurd;
  • Tussen 15:35:59 en 15:36:07 wordt er wederom gebruikgemaakt van het schermtoetsenbord. In deze periode worden er drie Snapchat berichten verstuurd. Om 15:36:02, 15:36:03 en 15:36:06.
  • Om 15:36:11 wordt opnieuw van het schermtoetsenbord gebruik gemaakt. Dit keer tot 15:36:50. In deze periode worden er vier berichten verstuurd en één ontvangen middels WhatsApp.
  • Om 15:37:39 komt er nog een antwoord in het WhatsApp gesprek. Dit bericht wordt niet meer als gelezen geregistreerd.
[afbeelding]
Afbeelding 1: locaties