Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
[verweerder] B.V.,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
Bonus Scheme for Directors’, hierna: de bonusregeling) voor de directie. Hierin staat onder meer – kort samengevat – dat betaling van een bonus ervan uitgaat dat het bedrijf een bepaald resultaat heeft gehaald en dat de betreffende bestuurder goed presteert, welke prestatie door de COO van [bedrijf 1], de heer [naam 4] (hierna: [naam 4]), wordt beoordeeld. Onder punt 5 staat onder meer het volgende:
non-terminatedpositie bevindt.
Wij willen jullie informeren dat [verzoeker], onze CEO, de organisatie zal verlaten. (…)
(…)
Voorgenomen besluit inzake ontslag dhr. [verzoeker]”.
4.Het verzoek en het verweer
5.De beoordeling
zal[verweerder] verlaten. Dat [verzoeker] is gevraagd om mee te denken over de inhoud van dit bericht, maakt dit oordeel niet anders. Daar komt het volgende bij. Nog voordat de aandeelhoudersvergadering waarin het ontslag op de agenda stond had plaatsgevonden (op 29 januari 2026) is het telefoonnummer van [verzoeker] geblokkeerd en is hij uitgeschreven als bestuurder in het KvK. Dat [verweerder] dit zou hebben gedaan omdat [verzoeker] zich negatief over het bedrijf uitliet, zoals door [verweerder] is aangevoerd, doet hier niet aan af. Daarmee wordt dergelijk gedrag van [verzoeker] namelijk niet voorkomen. Ook is er al in december 2025, dus voor de aandeelhoudersvergadering waarin het ontslag op de agenda stond, met [verzoeker] gesproken over een eindafrekening en is hem een vaststellingsovereenkomst aangeboden om in overleg de arbeidsovereenkomst tussen partijen te beëindigen.
terms”) zijn overeengekomen die die discretionaire ruimte hebben ingeperkt. Die criteria worden aangekondigd met de zin “
Specific terms have been agreed for 2024 and onward. The individual terms are as following”. De rechtbank is gezien deze duidelijke bewoordingen (vertaald: “specifieke voorwaarden
zijnovereengekomen”) van oordeel dat deze voorwaarden aanvullend (of als alternatief) zijn overeengekomen tussen [verweerder] en de directie. Daar komt bij dat door [verweerder] wel is gesteld dat er een beoordeling (‘assessment’) door [naam 4] plaatsvindt, maar dat zij deze stelling niet verder heeft onderbouwd. Zo is door [verweerder] niet aangevoerd hoe en wanneer die beoordeling (van in dit geval [verzoeker]) heeft plaatsgevonden.
non-terminatedpositie bevindt. Als gekeken wordt naar het moment waarop uitbetaling van de bonussen waarvan [verzoeker] betaling vraagt zou moeten plaatsvinden, geldt voor alle ‘terms’ dat deze gelegen zijn op een moment na het ontslagbesluit van 29 januari 2026. De eerste bonus waarop [verzoeker] aanspraak zou kunnen maken is namelijk term 1 van 2025, en die zou moeten worden uitbetaald in april 2026. Dat betekent dat [verzoeker] niet aan het vereiste genoemd in punt 6 van de bonusregeling voldoet.
non-terminatedpositie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, aangezien het ontslag niet rechtsgeldig is. Hoewel het ontslagbesluit naar het oordeel van de rechtbank inderdaad niet rechtsgeldig tot stand is gekomen, heeft [verzoeker] geen vernietiging van het besluit verzocht. In april 2026 was dus sprake van een (niet vernietigd) ontslagbesluit. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat op dat moment sprake was van een voldragen ontslaggrond, terwijl [verzoeker] al langere tijd feitelijk niet meer werkzaam was voor [verweerder]. In die omstandigheden kan niet worden volgehouden dat [verzoeker] zich in op dat moment niet in een “non-terminated position” bevond. Omstandigheden waaruit volgt dat een beroep op deze bepaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, heeft [verzoeker] (verder) niet gesteld en zijn de rechtbank ook overigens niet gebleken.