ECLI:NL:RBOVE:2026:4566

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
25 juli 2026
Zaaknummer
12182416 \ RR FORM 26-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:193j lid 3 BWArt. 3:40 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot terugbetaling wegens vernietiging overeenkomst door misleidende handelspraktijk

In deze civiele procedure vordert eiser betaling van €2.193,61, incassokosten en proceskosten van gedaagde. Eiser stelt dat de overeenkomst vernietigd is op grond van artikel 6:193j lid 3 BW vanwege misleidende en agressieve handelspraktijken.

Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter beoordeelt de vordering en oordeelt dat deze niet onrechtmatig of ongegrond is. Tevens merkt de rechter op dat de overeenkomst ook vernietigbaar is op grond van artikel 3:40 lid 2 BW Pro wegens het niet verstrekken van essentiële informatie over de totaalprijs.

De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van het gevorderde bedrag, incassokosten en proceskosten, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Gedaagde wordt gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen vier weken na betekening.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.193,61, incassokosten en proceskosten wegens vernietiging van de overeenkomst.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12182416 \ RR FORM 26-21
Vonnis van 14 juli 2026 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1] ),
eisende partij, hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het aanvraagformulier met producties van [eiser] ;
- de mondelinge behandeling van 30 juni 2026. [gedaagde] is niet bij deze mondelinge behandeling verschenen en daarom is tegen hem verstek verleend.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1
[eiser] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 2.193,61 en tot betaling van de incassokosten en proceskosten. [eiser] legt aan het gevorderde ten grondslag dat [eiser] en [gedaagde] een overeenkomst hebben gesloten en dat [eiser] deze overeenkomst op grond van artikel 6:193j lid 3 BW heeft vernietigd omdat sprake is van een misleidende en agressieve handelspraktijk. Vanwege de vernietiging van de overeenkomst moet [gedaagde] het bedrag van € 2.193,61 terugbetalen.
2.2
[gedaagde] is niet verschenen in deze procedure en daarom is tegen hem verstek verleend. De kantonrechter wijst de tegen [gedaagde] ingestelde vorderingen toe, tenzij de vordering haar onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
2.3
Het gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als hierna te melden worden toegewezen.
2.4
De kantonrechter merkt daarnaast op dat de overeenkomst ook vernietigbaar is op grond van artikel 3:40 lid 2 BW Pro, omdat [gedaagde] de essentiële informatie over de totaalprijs ten tijde van het sluiten van de overeenkomst niet aan [eiser] heeft medegedeeld.
2.5
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht € 265,00
- salaris gemachtigde € 506,00 (2 punten × tarief € 253,00)
- nakosten €
126,50
Totaal € 897,50

3.De beoordeling

De regelrechter:
3.1
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.193,61;
3.2
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen de incassokosten van € 329,04;
3.3
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 897,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;
3.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.
Bent u het niet eens met dit vonnis? Dan kunt u in verzet gaan door een schriftelijke mededeling aan de griffier van deze rechtbank, die wordt gedaan per gewone post of langs elektronische weg. Dat doet u in beginsel binnen vier weken na de betekening van het vonnis aan u in persoon of nadat u bekend bent geworden met het vonnis. De termijn begint ook op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd. Er zijn uitzonderingen mogelijk op de termijn van verzet.