ECLI:NL:RBOVE:2026:4570

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
25 juli 2026
Zaaknummer
12037585 \ CV EXPL 25-3846
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens gebrekkige installatie zonnecollector

Eiser vordert vergoeding van schade veroorzaakt door een vermeende gebrekkige installatie van een zonnecollector in 2009 en een aanpassing in 2018. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van gebrekkig werk of dat dit werk de schade in december 2023 heeft veroorzaakt.

De procedure omvatte een dagvaarding, conclusie van antwoord en een mondelinge behandeling. Feitelijk constateerde eiser in 2016 lekkage, waarop Energiewacht een aanpassing verrichtte in 2018. In 2023 ontstond opnieuw lekkage met verzadiging van het dakbeschot.

Eiser baseert zijn vordering op rapporten van een bedrijf en Novostructo, maar deze rapporten bevatten onvoldoende concrete bewijsstukken en missen foto’s van de situatie. Energiewacht betwist wanprestatie, wijst op onderhoudsverplichtingen en wijst op het ontbreken van structurele lekkage sinds 2009.

De rechtbank concludeert dat eiser niet heeft aangetoond dat het werk gebrekkig was bij oplevering of dat de aanpassing in 2018 onjuist was. Ook is het causaal verband tussen het vermeende gebrek en de schade niet vastgesteld. De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Vordering tot schadevergoeding wegens gebrekkige installatie zonnecollector wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12037585 \ CV EXPL 25-3846
Vonnis van 14 juli 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. C.D.T. de Zoeten
tegen
ENERGIEWACHT B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Energiewacht B.V.,
gemachtigde: mr. M.H.J. Booijink.

1.Samenvatting van de zaak

[eiser] vordert vergoeding van schade die is ontstaan door onjuiste installatie van een zonnecollector in 2009 dan wel een onjuiste aanpassing van de zonnecollector in 2018. De kantonrechter wijst de vordering af, omdat onvoldoende is onderbouwd dat sprake is van een gebrekkige installatie of aanpassing. Bovendien is het causaal verband tussen het gestelde gebrek en het ontstaan van de schade onvoldoende onderbouwd.

2.De procedure

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de mondelinge behandeling van 15 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1
In 2009 heeft de rechtsvoorganger van Energiewacht een zonnecollector op het dak van de woning van [eiser] geïnstalleerd.
3.2
In 2016 heeft [eiser] voor het eerst lekkage op het dak van de woning geconstateerd, die volgens [eiser] werd veroorzaakt door een gebrekkige afwerking c.q. installatie van de zonnecollector. [eiser] en Energiewacht hebben daar vervolgens meermalen contact over gehad. Energiewacht erkende geen aansprakelijkheid voor de door [eiser] gemelde lekkage, maar heeft in 2018 wel een aanpassing aan de zonnecollector aangebracht. Energiewacht heeft namelijk de opstaande rand van een kunststof bak verhoogd.
3.3
In december 2023 is er opnieuw een lekkage op het dak van de woning geconstateerd. Daarbij is het dakbeschot, bestaande uit gevelplaten, verzadigd geraakt met water.

4.Het geschil

4.1
[eiser] vordert - samengevat - een verklaring voor recht dat Energiewacht is tekortgeschoten in de nakoming van haar (zorg)verplichtingen uit de overeenkomt van aanneming van werk door een ondeugdelijk werk op te leveren. Daarnaast vordert [eiser] veroordeling van Energiewacht tot betaling van € 9.482,17, vermeerderd met de wettelijke rente. [eiser] vordert verder betaling van € 849,11 wegens buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, en veroordeling van Energiewacht in de proceskosten.
4.2
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat Energiewacht is tekortgeschoten in haar verbintenis om deugdelijk werk (op) te leveren, als gevolg waarvan schade is ontstaan. [eiser] wil daarom de schade, bestaande uit de herstelkosten van het dakbeschot en de gevolgschade, vergoed krijgen.
4.3
Energiewacht concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
4.4
Energiewacht legt daaraan het volgende ten grondslag. Energiewacht betwist dat er sprake is van wanprestatie. Daarnaast doet Energiewacht bij wijze van verweer een beroep op verjaring en op schending van de klachtplicht.
4.5
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1
[eiser] vordert een verklaring voor recht dat er ondeugdelijk werk is opgeleverd en betaling van de als gevolg daarvan in december 2023 geleden schade. Het is dan aan [eiser] om te stellen - en bij betwisting te bewijzen - dat Energiewacht gebrekkig werk heeft geleverd. [eiser] moet in dat kader ook in voldoende mate concretiseren en onderbouwen waaruit het gebrekkige werk bestaat. Vervolgens moet [eiser] stellen - en bij betwisting bewijzen - dat de door hem in december 2023 geleden schade is veroorzaakt door het gebrekkige werk van Energiewacht.
5.2
[eiser] stelt in de dagvaarding dat er gebrekkig werk is geleverd, omdat “de zonnecollector is geïnstalleerd zonder de essentiële waterkerende onderdelen (randafwerking/goot) aan te brengen” en/of omdat het lood rondom de zonnecollector in zeer slechte staat is. Hierdoor is de schade in december 2023 ontstaan. Ter zitting heeft [eiser] daaraan toegevoegd dat de verhoging van de kunststofrand door Energiewacht in 2018 een gebrekkige aanpassing is geweest en dat dit de schade in december 2023 heeft veroorzaakt. [eiser] legt ter onderbouwing van zijn stellingen een rapport van [bedrijf] van 10 april 2025 over en een offerte van Novostructo van 20 augustus 2025.
5.3
Energiewacht betwist dat er sprake is van wanprestatie en voert aan dat niet
duidelijk is wat nou precies het beweerde gebrek aan de (installatie van de) zonnecollector is. Volgen Energiewacht volgt uit de overgelegde rapporten in elk geval niet dat het werk in 2009 gebrekkig is opgeleverd en evenmin dat de ophoging van de rand in 2018 onjuist is geweest. Ten aanzien van het lood voert Energiewacht aan dat er geen lood maar loodvervanger is gebruikt en dat dit bovendien aan slijtage onderhevig is en onderhouden moet worden. Onvoldoende is onderbouwd dat de door Energiewacht aangebrachte loodvervanger gebrekkig is geweest. Ten slotte is volgens Energiewacht onvoldoende onderbouwd dat (één van) de door [eiser] gestelde gebreken de schade van december 2023 heeft veroorzaakt. Energiewacht voert in dat kader aan dat er sinds de installatie in 2009 en de aanpassing in 2018 geen structurele lekkage is geweest. De in december 2023 ontstane lekkage deed zich bovendien voor na een zware storm.
5.4
De kantonrechter is van oordeel dat de gevorderde verklaring voor recht en de daarmee samenhangende vordering tot betaling van schadevergoeding moet worden afgewezen. [eiser] heeft haar stellingen namelijk onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter zal hieronder per gesteld gebrek motiveren waarom de vordering niet kan worden toegewezen.
5.5
Voor zover [eiser] heeft gesteld dat het gebrek bestaat uit het door Novostructo geconstateerde ontbreken van essentiële waterkende onderdelen, overweegt de kantonrechter dat onvoldoende is onderbouwd dat Energiewacht gebrekkig werk heeft geleverd. Bovendien is onvoldoende onderbouwd dat dit gestelde gebrek de schade van december 2023 heeft veroorzaakt. Novostructo vermeldt in haar offerte het volgende:
“Op meerdere posities op het dak zijn ondeugdelijke afwerking geconstateerd:
  • Gevelpannen zijn ontzet geraakt [..]
  • De zonnecollector mist er de randafwerking (goot) hier kijkt men rechtstreeks op het dakbeschot, hier zou normaliter een overlap moeten zitten om inslaand water via de kanalen af te voeren. Deze zijn niet aangebracht! [..]
  • Tevens heeft men bij het aanbrengen van de doorvoer/installatie geen kering of deugdelijke doorvoer gecreëerd mbt het dakbeschot waardoor er condensatie ontstaat
Een opsomming van bovenstaand, resulteerd dat er op meerdere punten lekkage is ontstaan”
Maar foto’s van de feitelijke situatie ter plaatse ontbreken. Daardoor is naar het oordeel van de kantonrechter - en mede in het licht van de gemotiveerde betwisting door Energiewacht - niet geheel duidelijk geworden waar het gestelde gebrek precies uit bestaat. Ten tweede is onvoldoende onderbouwd dat de gestelde gebreken al aanwezig waren bij oplevering in 2009 en dat Energiewacht het werk dus gebrekkig heeft opgeleverd. De offerte van Novostructo is immers gebaseerd op de geconstateerde situatie in 2025, dus zestien jaar na oplevering. Hieruit volgt niet zonder meer dat het werk in 2009 gebrekkig is opgeleverd, temeer omdat Energiewacht terecht aanvoert dat er vanaf 2009 geen structurele lekkage is geweest.
5.6
De kantonrechter overweegt verder dat het voor de vordering tot schadevergoeding vereiste causale verband tussen het gestelde gebrek en de in december 2023 geleden schade niet op basis van de offerte van Novostructo is komen vast te staan. Novostructo schrijft immers slechts dat “een opsomming van bovenstaand” heeft geresulteerd in lekkage. Het vereiste causaal verband is evenmin op basis van het rapport van [bedrijf] komen vast te staan. Sterker nog: [bedrijf] wijst juist andere schadeoorzaken aan, namelijk een opgewaaide en kapotte dakpan en de slechte staat van het lood. Het ontbreken van waterkerende onderdelen wordt in het hele rapport niet genoemd.
5.7
Voor zover [eiser] heeft gesteld dat het gebrek bestaat uit de onjuiste of gebrekkige ophoging van de kunststof rand in 2018, overweegt de kantonrechter dat niet met stukken is onderbouwd dat dit een gebrekkige aanpassing door Energiewacht is geweest. Ook is niet onderbouwd dat deze aanpassing tot de schade in december 2023 heeft geleid. [eiser] legt rapporten van Novostructo en [bedrijf] over, maar in beide rapporten staat niets over dat er sprake is van een onjuiste aanpassing van het systeem die schade heeft veroorzaakt. De rapporten vermelden überhaupt niets over de kunststof bak met de verhoogde rand.
5.8
Voor zover de vordering van [eiser] is gebaseerd op de slechte staat van het lood, overweegt de kantonrechter als volgt. Gelet op de gemotiveerde betwisting door Energiewacht, had het op de weg van [eiser] gelegen om zijn stellingen nader - en met stukken - te onderbouwen. Bijvoorbeeld door te onderbouwen dat [eiser] een langere levensduur van het lood c.q. de loodvervanger mocht verwachten en dat het door Energiewacht in 2009 aangebrachte lood of loodvervanger dus ondeugdelijk was, maar ook dat er voldoende onderhoud is verricht in de zestien jaar gelegen tussen de installatie en het ontstaan van de schade.
5.9
De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] dus af, omdat onvoldoende is onderbouwd dat er gebrekkig werk is (op)geleverd door Energiewacht en dit de schade van december 2023 heeft veroorzaakt. De door Energiewacht aangevoerde bevrijdende verweren behoeven om die reden geen bespreking meer.
5.1
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Energiewacht B.V. worden begroot op:
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.008,00
5.11
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1
wijst de vorderingen van [eiser] af,
6.2
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. N. Wilmink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. J.M. Marsman op 14 juli 2026.