ECLI:NL:RBOVE:2026:4571

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
25 juli 2026
Zaaknummer
11867718 \ CV EXPL 25-2626
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis ter correctie van verwisselde partijnamen in proceskostenveroordeling

Op 26 mei 2026 verzocht partij A de kantonrechter om verbetering van het vonnis van 12 mei 2026, omdat in de overwegingen 5.20 en 6.6 de partijnamen bij de proceskostenveroordeling in reconventie abusievelijk waren verwisseld. Volgens partij A had partij B in reconventie veroordeeld moeten worden tot betaling van de proceskosten, niet partij A.

De kantonrechter stelde partij B in de gelegenheid om te reageren, maar er werd geen gebruik van gemaakt. Op grond van artikel 31 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering oordeelde de kantonrechter dat sprake was van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.

De kantonrechter wijzigde daarom de betreffende passages in het vonnis van 12 mei 2026, zodat in randnummers 5.20 en 6.6 de juiste partijnamen worden genoemd bij de proceskostenveroordeling in reconventie. Tevens werd bepaald dat deze verbeteringen op de minuut van het oorspronkelijke vonnis worden vermeld en dat de grosse van het vonnis na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie wordt teruggezonden.

Uitkomst: De kantonrechter wijzigt het vonnis van 12 mei 2026 door de partijnamen bij de proceskostenveroordeling in reconventie te corrigeren.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11867718 \ CV EXPL 25-2626
Herstelvonnis van 14 juli 2026
in de zaak van

1.[partij A1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,
2.
[partij A2],
wonende te [woonplaats 2] ,
eisende partijen in conventie,
gedaagde partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [partij A] ,
procederend in persoon,
tegen

1.[partij B1] ,

wonende te [woonplaats 3] ,
2.
[partij B2],
wonende te [woonplaats 4] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [partij B] ,
gemachtigde: mr. E.J.J. Bijl.

1.Het verzoek tot verbetering

1.1
Op 26 mei 2026 heeft [partij A] de kantonrechter verzocht om verbetering van het op 12 mei 2026 in deze zaak gewezen vonnis. Volgens [partij A] zijn in overweging 5.20 en 6.6 van het vonnis de partijnamen abusievelijk verwisseld. Waar nu staat dat [partij A] in reconventie in het ongelijk is gesteld en de proceskosten moet betalen, volgt uit de verdere inhoud van uitspraak dat dit [partij B] had moeten zijn.
1.2
De kantonrechter heeft [partij B] in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren. [partij B] hebben van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2.De beoordeling

2.1
Op grond van artikel 31 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.
2.2
De kantonrechter oordeelt dat in het vonnis van 12 mei 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. In 5.20 staat dat [partij A] in reconventie in het ongelijk is gesteld en de proceskosten moet betalen. De proceskosten van [partij B] worden vervolgens begroot. In 6.6 staat opnieuw dat [partij A] in de proceskosten in reconventie zal worden veroordeeld. Uit de rest van de uitspraak (en meer specifiek 5.10 en 6.5) volgt echter dat de kantonrechter van oordeel is dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden en dat de vorderingen van [partij B] in reconventie moeten worden afgewezen. Zowel in 5.20 als in 6.6 had dus moeten staan dat [partij B] in reconventie in de proceskosten wordt veroordeeld. De (partij)namen zijn in 5.20 en 6.6 dus ten onrechte verwisseld. De kantonrechter zal het verzoek tot verbetering van het vonnis dan ook toewijzen als volgt.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1
bepaalt dat randnummer 5.20 van het op 12 mei 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat

[partij A] zijn in reconventie in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [partij B] worden begroot op:
wordt gewijzigd in

[partij B] zijn in reconventie in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [partij A] worden begroot op:”,
3.2
bepaalt dat randnummer 6.6 van het op 12 mei 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat

veroordeelt [partij A] in de proceskosten van € 144,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,”
wordt gewijzigd in

veroordeelt [partij B] in de proceskosten van € 144,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,”
3.3
bepaalt dat deze verbeteringen onder de vermelding van de datum 14 juli 2026 worden vermeld op de minuut van het vonnis van 12 mei 2026,
3.4
verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 12 mei 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.