ECLI:NL:RBOVE:2026:4575

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
25 juli 2026
Zaaknummer
12021539 \ EJ VERZ 25-243
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:149 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot ontslag van executeurs in nalatenschap

Verzoeker, een erfgenaam, heeft bij de rechtbank Overijssel een verzoek ingediend tot ontslag van zijn broers en zus als executeurs van de nalatenschap van hun overleden moeder. Hij stelt dat de executeurs hun taken niet goed uitvoeren, onder meer door onduidelijkheid over onttrokken geld en openstaande betalingen.

De executeurs betwisten de beschuldigingen en geven aan dat zij niet op de hoogte waren van het overlijden en dat hun werkzaamheden grotendeels zijn afgerond. Tijdens de mondelinge behandeling gaf verzoeker aan akkoord te gaan met voortzetting van het executeurschap.

De kantonrechter overweegt dat het ontslag van een executeur alleen op gewichtige gronden kan worden verleend en dat deze niet zijn gebleken. Daarom wordt het verzoek afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.

Uitkomst: Verzoek tot ontslag van executeurs wordt afgewezen wegens ontbreken van gewichtige redenen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : 12021539 \ EJ VERZ 25-243
Beschikking van de kantonrechter van 14 juli 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats 1],
verzoeker,
procederende in persoon,
tegen

1.[verweerster],wonende te [woonplaats 2],

2.
[verweerder],
wonende te [woonplaats 3],
verweerders,
procederende in persoon.

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend, ontvangen op 18 december 2025, ingevolge artikel 4:149 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) strekkende tot het ontslag van verweerders van hun taak van executeur van de nalatenschap van mevrouw [erflaatster].
1.2.
Verweerders hebben een verweerschrift ingediend, ontvangen op 29 januari 2026.
1.3.
Het verzoek is behandeld op 16 april 2026 waar verzoeker en verweerders zijn verschenen.
1.4.
Tijdens de mondelinge behandeling is de mogelijkheid van een mediationtraject besproken. Partijen waren hiertoe bereid en hebben mediation beproefd. Het mediationtraject heeft niet tot overeenstemming geleid. Hiervan heeft de kantonrechter op 24 juni 2026 bericht ontvangen van het Bureau Mediation.
1.5.
De kantonrechter heeft vervolgens beschikking bepaald.

2.De feiten

2.1.
Verzoeker en verweerders zijn broers en zus van elkaar. Hun moeder, mevrouw [erflaatster], hierna te noemen: erflaatster, is op [datum] 2025 overleden en had als laatste woonplaats [woonplaats 4].
2.2.
In het testament van erflaatster van 7 januari 2009 zijn verweerders benoemd tot executeur. Verweerders hebben de benoeming aanvaard.

3.Het geschil

Het verzoek

3.1.
Verzoeker meent dat verweerders hun taken als executeur niet goed uitvoeren en heeft daartoe kort samengevat het navolgende aangevoerd. Executeurs hebben geld onttrokken aan de rekening van erflaatster dan wel het is onduidelijk wat er met het geld is gebeurd. [verweerder] dient nog een bedrag terug te betalen dan wel dit bedrag dient in mindering te worden gebracht op zijn erfdeel. Ook moet er nog een verklaring van erfrecht komen.
Het verweer
3.2.
Verweerders hebben betwist dat zij tekort zijn geschoten in het uitvoeren van hun taken als executeur van de nalatenschap. Zij zijn niet op de hoogte gesteld van het overlijden van erflaatster. Dit hebben zij van een derde vernomen. De werkzaamheden van de executeurs zijn grotendeels klaar.

4.De beoordeling

4.1.
De taak van een executeur eindigt op grond van artikel 4:149 lid 1 sub f van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) door ontslag dat hem door de kantonrechter met ingang van een bepaalde dag wordt verleend op verzoek van, onder meer, een erfgenaam (artikel 4:149, lid 2 BW). Een dergelijk verzoek dient gebaseerd te zijn op gewichtige redenen.
4.2.
De taak van de executeur bestaat uit het beheer van de nalatenschap en uit het voldoen van de schulden van de nalatenschap.
4.3.
Verweerders hebben gemotiveerd betwist dat zij hun taken als executeur niet goed zouden uitoefenen. Zij voeren aan dat de werkzaamheden als executeurs grotendeels zijn uitgevoerd.
4.4.
Verzoeker heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij alsnog akkoord gaat dat verweerders verder gaan met hun werk als executeur.
4.5.
Gelet op het bovenstaande komt de kantonrechter tot het oordeel dat niet is gebleken van gewichtige redenen die tot het ontslag van de executeurs dienen te leiden. Derhalve zal het verzoek om verweerders als executeur te ontslaan worden afgewezen.
4.6.
De kantonrechter ziet aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren.

5.De beslissing

5.1.
Wijst het verzoek af.
5.2.
Compenseert de kosten zodanig dat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven te Almelo door mr. A. Smedes, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.
(JHd(O)