Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Overijssel
Op 12 december 2024 sloot de koper een koopovereenkomst met de verkoper voor fauteuils en armstoelen met een levertijd van 10 weken. De levering werd niet binnen deze termijn gerealiseerd. De koper ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk op 1 oktober 2025 vanwege de te late levering.
De verkoper vorderde betaling van de koopprijs vermeerderd met rente en kosten, stellende dat geen vaste levertijd was afgesproken en dat de vertraging niet aan haar te wijten was. De koper stelde dat wel een vaste levertijd was overeengekomen, namelijk uiterlijk eind februari 2025, en dat ook een eventuele verlengingstermijn van maximaal een maand niet werd gehaald.
De kantonrechter stelde vast dat de koper voldoende aannemelijk had gemaakt dat een vaste levertijd was afgesproken, en dat de levering niet tijdig had plaatsgevonden. Ook bij een vermoedelijke levertijd had de verkoper niet binnen de extra termijn kunnen leveren. De ontbinding was daarom rechtsgeldig en de verkoper had geen recht op betaling meer.
De vorderingen van de verkoper werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten, bestaande uit een forfaitaire vergoeding voor reis-, verblijf- en verletkosten van de koper. Het vonnis werd uitgesproken op 14 juli 2026.
Uitkomst: De buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst wegens te late levering is gegrond, waardoor de vorderingen van de verkoper worden afgewezen.