Uitspraak
1.[gedaagde 1],v.h.o.d.n. [bedrijf 1],
[gedaagde 2],
h.o.d.n. [bedrijf 2],
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een kort geding waarin eiser vordert dat de huurders, [gedaagde 1] en [gedaagde 2], worden veroordeeld tot ontruiming van een bedrijfsruimte en betaling van een huurachterstand. De huurders zijn in gebreke gebleven met betalingen vanaf oktober 2025, met een achterstand van €11.250 tot mei 2026. Tevens is de exploitatie van de horecaonderneming in het gehuurde gestopt.
De huurders stelden dat [gedaagde 2] de onderneming in 2023 van [gedaagde 1] heeft overgenomen en dat een andere huurder was voorgesteld, maar de verhuurder heeft geen instemming gegeven voor indeplaatsstelling of overname. De kantonrechter oordeelt dat formeel [gedaagde 1] huurder blijft en verantwoordelijk is voor de huurbetalingen.
Gelet op de niet-betaling en het niet meer exploiteren van het gehuurde, acht de kantonrechter ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming gerechtvaardigd. De huurders worden veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van de achterstallige huur, alsmede de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurders worden veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand en proceskosten.