ECLI:NL:RBOVE:2026:4615

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
28 juli 2026
Zaaknummer
C/08/349353
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging wegens acuut levensgevaar door anorexia en autisme

Betrokkene, gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis en anorexia nervosa, wordt geconfronteerd met acuut levensgevaar door ernstige ondervoeding en een BMI van 14. De rechtbank beoordeelt dat ondanks onduidelijkheid over betrokkene's wilsbekwaamheid, het risico op overlijden door orgaanuitval voldoende acuut is om verplichte zorg toe te staan.

Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene zich verzet tegen langdurige gedwongen opname en medicatie, maar wel openstaat voor somatische controles en tijdelijke interventies. De behandelend psychiater benadrukt dat betrokkene door zijn ziekte niet in staat is een goede afweging te maken en dat uitstel van zorg levensbedreigend kan zijn.

De rechtbank weegt de medische adviezen en concludeert dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de gevraagde zorg proportioneel en doelmatig is. De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden, met maatregelen zoals toediening van voeding, medicatie, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie.

De beschikking is integraal toegewezen, waarbij de subsidiaire verzoeken van betrokkene om beperkingen in duur en vorm van zorg niet worden gehonoreerd. De rechtbank benadrukt dat tijdens de zorgverlening voortdurend wordt getoetst aan proportionaliteit, doelmatigheid en subsidiariteit.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden wegens acuut levensgevaar door anorexia en autisme.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Familierecht en Jeugdrecht
Locatie: Zwolle
Zaak-/rekestnr.: C/08/349353 / FA RK 26-1604
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 16 juli 2026naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1984 te [geboorteplaats 1],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. A.W. van Luipen te Zeist.

1.Procesverloop

1.1
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen bij de griffie op 30 juni 2026.
1.2
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 de medische verklaring d.d. 25 juni 2026 ondertekend door P.F.W. Manders, psychiater;
 het zorgplan d.d. 30 juni 2026;
 de zorgkaart;
 de bevindingen van de geneesheer-directeur d.d. 29 juni 2026;
 de justitiële en strafvorderlijke gegevens van betrokkene;
 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wvggz.
1.3
De advocaat heeft op 15 juli 2026 een pleitnota toegezonden.
1.4
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 juli 2026 bij betrokkene thuis, [adres].
1.5
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
 betrokkene;
 de advocaat van betrokkene;
 de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2], ouders van betrokkene;
 M. Vegter, psychiater.

2.Beoordeling

2.1
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van neurobiologische ontwikkelingsstoornis (autismespectrumstoornissen) en overige dsm-5 stoornissen.
2.2
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
 levensgevaar;
 ernstig lichamelijk letsel.
2.3
De rechtbank maakt uit de stukken het volgende op.
Betrokkene is gediagnostiseerd met autismespectrumstoornis en anorexia nervosa (restrictieve type). Er is sprake van een groot risico op (sluimerend) levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel, doordat hij steeds minder eet. De limiet van wat zijn lichaam aan kan komt in het zicht en het risico op overlijden ten gevolge van de stoornis is aanwezig. Betrokkene ervaart dat hij zijn gewicht onder controle wil houden, naar boven gaat eigenlijk niet, naar beneden wel. Als het gewicht zakt kan dat zijn nieuwe normaal worden, waarop hij vervolgens zijn eetschema aanpast. Tijdens het gesprek met de onafhankelijk psychiater heeft betrokkene gezegd dat zijn ratio en gevoel tegenstrijdig kunnen zijn omtrent het gewicht. Er is sprake van lijdensdruk, ziektebesef is aanwezig, met ook ten dele ziekte-inzicht. Betrokkene staat achter somatische controles als die nodig zijn, maar hij wil geen medicatie en een langdurige opname.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft betrokkene verteld dat hij conditioneel moeite heeft om de komende twee weken door te komen, maar hij denkt wel dat hij in een vrijwillig kader buiten levensgevaar kan blijven. Hij is twee keer eerder in een vrijwillig kader opgenomen geweest, laatstelijk gedurende zeven weken in Het Gelderhof. Volgens betrokkene ging dat goed, maar is hij na thuiskomst meteen weer minder gaan eten en hij weegt op dit moment ongeveer 43 kg. Hij ziet niet hoe hij op dit moment op een voor hem gezond gewicht van 57 kg zou moeten komen omdat dat tegen zijn gevoel ingaat. Betrokkene wil geen gedwongen opname, hij geeft de voorkeur een vrijwillig kader waarbij hij zelf kan bepalen waar hij toestemming voor geeft en constructief kan meedenken. Dat hij de afgelopen weken een vrijwillige opname niet zag zitting wijt betrokkene aan deze zitting die ophanden was en in verband waarmee hij spanning veel ervaart. Betrokkene heeft verder verteld dat hij voelt dat zijn lichaam goed functioneert, levensgevaar voelt hij niet zo zeer.
De behandelend psychiater heeft ter zitting uitgebreid toegelicht waarom zij het niet eens is met medische verklaring die is opgesteld door de onafhankelijk psychiater. De psychiater en de huisarts van betrokkene, maar ook de andere betrokken specialisten, zoals de klinisch psycholoog en de GZ-psycholoog, zijn van mening dat bij betrokkene wel degelijk sprake is van wilsonbekwaamheid ter zake zijn behandeling. De GZ-psycholoog en de verpleegkundig specialist van Rintveld, een kliniek voor eetstoornissen in Zeist waar hij twee keer is vrijwillig opgenomen is geweest, zijn het ook niet eens met de door de onafhankelijk psychiater gestelde wilsbekwaamheid.
De psychiater heeft toegelicht dat de beslissing van betrokkene sterk wordt bepaald door zijn ziekte.
Enerzijds door zijn anorexia. Door zijn zeer beperkte calorie inname van soms maar 800 kilocalorieën per dag staat zijn hele systeem in een soort waakvlam stand. Dat heeft onder andere gevolgen voor zijn hersenen, hij kan daardoor nog maar heel rigide denken. Bij anorexia met een BMI onder 15 kun je je afvragen of iemand nog in staat is om een goede afweging te maken, terwijl de BMI van betrokkene 14 of lager is. Daarnaast stelt betrokkene dat hij rationeel kan denken, maar dat zijn gevoel iets anders zegt. Dat gevoel is wat de behandelaren betreft de ziekte.
Anderzijds kan betrokkene door zijn autisme niet instemmen met het behandelplan omdat hem dat zoveel stress geeft omdat hij de behandeling en de duur ervan niet kan overzien.
De psychiater heeft verder toegelicht dat betrokkene door de anorexia de ernst van zijn lichamelijke toestand onderschat. Zijn organen kunnen er elk moment mee stoppen. Betrokkene neemt zijn lichaam anders waar. Hij zegt dat 42 kg eigenlijk wel goed voelt, maar dat was eerst 55 kg. De grens tot waar zijn gevoel van zegt dat dat goed voelt verschuift steeds verder naar beneden, terwijl hij rationeel wel weet dat dit niet juist is. Als zijn nieren uitvallen, betekent dat acuut nierfalen en dialyse en als zijn hart uitvalt is hij dood, aldus de psychiater. Wanneer zich dat voor zal doen kunnen de behandelaren niet voorspellen, maar de toestand zoals beschreven wordt steeds erger. Betrokkene heeft een voedselintake van 800 kilocalorieën en een BMI van 14. Van de 800 kilocalorieën die hij inneemt gaat ook nog een deel van de energie naar activiteiten zoals fietsen en werken. Daardoor worden geen hormonen meer aangemaakt, gaat te weinig energie naar zijn hersenen, waardoor zijn hersenen en zijn hart krimpen. Volgens de psychiater, maar ook de behandelen, is er sprake is van acuut levensgevaar.
De psychiater heeft voorts toegelicht dat betrokkene bij acuut levensgevaar weliswaar onder de WBGO kan worden opgenomen in het ziekenhuis, maar als zo’n situatie moet worden afgewacht kan dat dan ook meteen zijn einde betekenen. Het grootste risico is zijn hart. De psychiater is bang dat als een crisismaatregel moet worden afgewacht, dat het dan te laat zal zijn en dat betrokkene dan komt te overlijden.
De ouders van betrokkene hebben hun grote zorgen geuit en staan achter het verzoek voor de zorgmachtiging.
2.4
De advocaat heeft naar voren gebracht dat er sprake is van wilsbekwaam verzet en dat aan de medische verklaring, opgesteld door de onafhankelijk psychiater, meer gewicht toegekend moet krijgen dan hetgeen door de psychiater ter zitting naar voren is gebracht. Daarom heeft de advocaat, namens betrokkene, primair verzocht om het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging af te wijzen..
Subsidiair heeft de advocaat verzocht om bij het verlenen van de zorgmachtiging te bepalen dat de toe te wijzen vormen van verplichte zorg telkens voor maximaal 7 weken per toepassing mogen plaatsvinden, met een onderbreking van minimaal 7 weken per toepassing.
Meer subsidiair heeft de advocaat verzocht om de machtiging uitsluitend toe te staan voor zover strikt noodzakelijk is ter afwending van onmiddellijk levensgevaar, zonder machtiging voor een langdurige opname binnen HBA/SCOS en zonder de zorgvorm "aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten". Betrokkene beseft dat zijn situatie zorgelijk is. Hij vraagt de rechtbank echter rekening te houden met het feit dat hij inzicht heeft in de problematiek, openstaat voor somatische controles en tijdelijke interventies indien noodzakelijk, maar zich verzet tegen een langdurige zorgmachtiging die verder gaat dan noodzakelijk is om een eventuele acute medische situatie af te wenden.
2.5
De rechtbank is, gelet op het hiervoor vermelde en na afweging van de gewisselde standpunten, van oordeel dat de zorgmachtiging moet worden verleend. Daargelaten de vraag of betrokkene wilsbekwaam of wilsonbekwaam is– het advies van de onafhankelijk medisch deskundige is daarover niet ondubbelzinnig, terwijl de behandelend psychiater van oordeel is dat betrokkene wel degelijk wilsonbekwaam is – is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier en de toelichting van de psychiater ter zitting gegeven, voldoende is aangevoerd om te stellen dat sprake is van een acuut levensgevaar. De onafhankelijk psychiater maakt melding van een sluimerend gevaar van orgaanuitval doordat voedselrestrictie toeneemt. Dit advies dateert van 25 juni jl., en betrokkene zit inmiddels op een gewicht van 42 kg inclusief kleding. Dat is een paar kilo onder de door de specialistische instelling (waar hij eerder vrijwillig verbleef) gestelde kritisch ondergrens van 45 kg. Daarmee is het risico op overlijden ten gevolge van orgaanuitval sinds het medisch advies verder vergoot en naar het oordeel van de rechtbank inmiddels voldoende acuut om gedwongen zorg in de gevraagde vorm voor de gevraagde duur toe te kennen.
De rechtbank wijst het verzoek integraal toe en gaat niet mee in het subsidiaire en meer subsidiaire verzoek van betrokkene. Daartoe oordeelt zij om de reden dat de behandeld psychiater in haar behandelplan en aanvullend ter zitting gemotiveerd heeft gesteld dat het alternatief (het subsidiaire en meer subsidiaire verzoek zoals gedaan) de doelmatigheid van de te verlenen zorg in de weg zal staan. Naar verwachting zal betrokkene langdurige zorg nodig hebben. Daarbij komt dat bij de zorgverlening, ook in een gedwongen kader, telkens weer gekeken zal worden naar de eisen van proportionaliteit, doelmatigheid en subsidiariteit.
2.6
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig
.
2.7
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.8
De verzochte vormen van verplichte zorg zijn:
 toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
 beperken van de bewegingsvrijheid;
 aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
 opnemen in een accommodatie.
2.9
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.1
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden, en geldt aldus tot en met 16 januari 2027.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene], geboren op [geboortedatum 2] 1984 te [geboorteplaats 2],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen voor de duur van deze machtiging:
 toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
 beperken van de bewegingsvrijheid;
 aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
 opnemen in een accommodatie,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 16 januari 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026 door mr. W.B. Bruins, rechter, in tegenwoordigheid van E.K. Veld, griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 22 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.