Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Verzoek en verweer
Indien door de rechter of de officier van justitie een uit de Wvggz voortvloeiende beslistermijn is overschreden en de betrokkene verzoekt om schadevergoeding voor nadeel dat hij als gevolg daarvan heeft ondervonden, is uitgangspunt, behoudens bijzondere omstandigheden, dat de betrokkene nadeel heeft ondervonden in de vorm van spanning en frustratie over het uitblijven van een beslissing binnen de beslistermijn. De betrokkene heeft in een zodanig geval op grond van art. 10:12 lid 3 Wvggz Pro recht op schadevergoeding. De rechter dient de omvang van deze schadevergoeding naar billijkheid vast te stellen en is daarbij niet gebonden aan de grenzen voor de toekenning van vergoeding van ander nadeel dan vermogensschade, vervat in art. 6:106 BW Pro.’
5:16 lid 1 Wvggz volgt dat de officier van justitie uiterlijk op 4 juni 2026 aan verzoeker had moeten mededelen of was voldaan aan de criteria van verplichte zorg. Omdat verzoeker pas op 11 juni 2026 is geïnformeerd over het indienen van het verzoekschrift zorgmachtiging, is sprake van een termijnoverschrijding van zeven dagen.
4.Beoordeling
van € 70,-.